Humor

Liturgisch Leesplankje: basale begrippen kort verklaard.
Deze rubriek behandelt in vogelvlucht ‘grote onderwerpen’ uit de geschiedenis van kerk, kerkmuziek en liturgie. Het pretendeert geenszins volledigheid, maar is des te meer een uitnodiging tot verdere verdieping.

Kerk en liturgie zijn eigenlijk altijd wel onderwerp van humor geweest. In dit Leesplankje een bloemlezing van humorvolle teksten met de kerk, de liturgie of de Bijbel als thema. Volledigheid wordt niet nagestreefd, wel een enigszins representatieve dwarsdoorsnede van wat er de afgelopen halve eeuw aan grappen is ontstaan (of op zijn minst grappig bedoeld was).

Fons Jansen

In meerdere theaterprogramma’s heeft Fons Jansen de (rooms­katholieke) kerk en de ontwikkelingen daaromheen op de hak genomen. Zijn eerste programma was ‘De lachende kerk’ (1962), waaruit de conference ‘Kerkberichten’ een van de succesvolste onderdelen was. In deze conference, die de ‘mededelingen’ die vaak in de liturgie voorkomen aan de orde stelt, worden we attent gemaakt op het volgende: ‘Hedenmorgen is de collecte voor mejuffrouw Ten Dam, die in het klooster treedt. Zij heeft namelijk geen geld genoeg om de gelofte van armoede af te leggen’. En: ‘Wegens een sterfgeval is het kerkhof enkele dagen gesloten’. Een van de bekendste liedjes van Jansen komt uit de voorstelling ‘Hoe meer zielen’ (1965): ‘David zag een reusje staan’, op de melodie van Schuberts ‘Heidenröslein’. In het lied wordt op lichtvoetige wijze het verhaal van David en Goliat verteld, met als hilarische ontknoping: ‘En daar ging het reusje heen / Naar de Filistijnen’.

Hans Teeuwen

De humor van Teeuwen is vaak ruw en niet erg subtiel. In de film ‘Jezus is een Palestijn’ (1999), waarin Teeuwen een van de hoofdrollen speelt, wordt onder andere met kerk en religie behoorlijk de draak gestoken. De film werd geen succes en ontving overwegend slechte recensies. Uit Teeuwens eerste grote show ‘Hard en zielig’ (1994) is het ‘Bijbelverhaal’ erg bekend geworden: een erg druk en verward typetje geeft in zijn geheel eigen bewoordingen een samenvatting van de Bijbel…

Drs. P

Niet iedereen is bestand tegen de humor (of het stemgeluid) van Drs. P (Heinz Polzer). In strak metrisch en ook in andere opzichten zeer streng rijm worden vaak de meest verschrikkelijke verhalen verteld, waarvan ‘Dodenrit’, het verhaal waarin een gezin op weg naar Omsk door wolven achterna gezeten wordt, wel het bekendste voorbeeld is. Minder bekend is dat Drs. P ook een aantal liederen met bijbelse thema’s heeft geschreven. Polzer blijft daarbij (grotendeels) trouw aan het oorspronkelijke verhaal, maar door het benadrukken van sommige details en het overdrijven van andere, ontstaan er uiterst komische situaties. Zo klinkt er in het eerste couplet van het lied ‘Jericho’:

Men wou een stad veroveren, dat lukte maar niet zo
Daarop kwam het advies van een efficiëncybureau
U laat eens uw fanfare lopen rondom Jericho
Die moeten daarbij spelen, en het liefst fortissimo

In het lied over Johannes de Doper wordt Herodes Antipas als een sullige heerser neergezet en Salomé als een puberale losbol. Rijmgrootmeester als hij is, laat de doctorandus elke tweede en derde regel van ieder couplet op ­as eindigen:

Haar moeder ergerde zich zeer aan deze dingen
Daar moet een eind aan komen, zei ze tot Herodes Antipas
Moet je nu weer zien die jas, ze loopt er bij als een pias
En dat komt allemaal door jouw toegeeflijkheid

Herman Finkers

Finkers is afkomstig uit het katholieke deel van Twente en woont daar nog steeds. Met zijn overduidelijk aanwezige Twentse accent is hij een van de best herkenbare stemmen van Nederland, en hij kan worden beschouwd als de grootmeester van het ‘verkeerde been’: de kracht van veel van Finkers’ grappen is dat ze volkomen onverwacht uit de lucht lijken te vallen. Al in 1988 maakt hij een hoorspel (later omgebouwd tot tekenfilm) over het kerstverhaal: ‘Kroamschudd’n in Mariaparochie’. Hierin heeft Finkers het kerstverhaal verplaatst naar Twente, inclusief het dialect en gelardeerd met typisch Twentse uitdrukkingen. Juist dit Twents (voor de mensen die dit dialect niet machtig zijn, is de tekenfilm ondertiteld) en de bijbehorende nuchterheid en gortdroge humor maken deze productie tot een icoon. Iets minder bekend, maar net zo grappig is het uit de show ‘Geen spatader veranderd’ afkomstige ‘Het moderne kerklied’, waarin hij (Finkers is een groot liefhebber van gregoriaans en klassieke kerkmuziek) ál te vrolijke kerkmuziek op de hak neemt.

Godfried Bomans

Zelf rooms­katholiek, heeft Bomans zich vaak mild­ironisch over de rooms­katholieke kerk uitgelaten. In het boek Beminde gelovigen (1970), een bundeling van beschouwingen die oorspronkelijk in de Volkskrant waren verschenen, haalt Bomans herinneringen op aan zijn rooms­katholieke opvoeding en achtergrond. Zoals altijd bedient hij zich van prachtige, licht archaïsche taal, en hoewel je door dit boek niet snel zult bulderen van het lachen, is een brede glimlach van kaft tot kaft gegarandeerd.

De humor van Bomans over de kerk is vooral tussen de regels te vinden. Misschien komt dat doordat Bomans, vooral in zijn latere leven, zelf zeer kritisch over de roomskatholieke kerk ging denken. Niet humoristisch, maar wel heel mooi is de documentaire ‘Stroomt er nog water in Rome’, die gratis op Youtube is te bekijken. In het programma ‘Kopstukken’ beantwoordde Bomans vragen van mensen over de meest uiteenlopende onderwerpen, waaronder die van iemand die wil weten of Sinterklaas bekeurd moet worden als zijn paard op hol slaat. Met zijn kenmerkende stem en feilloos gevoel voor timing legt hij uit dat ‘wanneer een bisschop op hol slaat, hij valt onder het kerkelijk recht’.

Meer Kerk en wereld