< Terug

Kringviering: Een geschenk van verre vreemden

Downloads

Zie ook

Beoogde datum: 07-01-2018
Beoogd gebruik: kringviering of huiskamerviering
Bij: Psalm 72 en Matteüs 2: 1 – 12

Uitgangspunten bij het thema

Het onverwachte bezoek van de ‘wijzen uit het Oosten’ geeft de onrust aan waarmee Matteüs het leven van Jezus laat beginnen. Vreemden wijken van hun weg af om hem te bezoeken. In de geschenken die zij hem geven wordt hij al ‘getekend voor het leven’. Door de dubbele omweg van de wijzen achter de ster aan, achter een droom aan, wijzen zij al vooruit naar zijn leven. Kernwoorden zijn: onverwacht, vreemd, omweg. Woorden die de discipelen op hun beurt meekrijgen als Jezus hen de wereld in zendt.

Opmerkingen bij de bijbellezing(en)

Matteüs plaatst de geboorte van Jezus direct in een politiek en een wereldwijd (universeel) verband. Door nadrukkelijk te verwijzen naar koning Herodes en Jezus als Messias, als die andere koning, brengt hij het verhaal meteen op spanning. En wie meeleest met de Bijbel begrijpt het grote verband dat Matteüs in zijn beeldende verhaal wil leggen: dat alle volken naar het nieuwe Jeruzalem zullen stromen, onder het bestuur van een andere, een rechtvaardige koning.

Liturgie voor zondag 7 januari 2018

– Zondag van de epifanie
– Liturgische kleur is wit
– Teksten die de voorganger uitspreekt zijn cursief

  • Welkom aan de aanwezigen en de luisteraars via internet.

  • Gemeente gaat staan

  • Aanvangslied: Psalm 72: 1 en 4

Laten we een ogenblik stil zijn om ruimte te maken
voor wat wij vanmorgen mogen ontvangen en delen in Gods naam.

  • Moment van stilte

En dan mogen we vanmorgen ook weer belijden dat:
Onze hulp is in de naam van de Heer
die hemel en aarde gemaakt heeft,
die trouw houdt tot in eeuwigheid
en niet laat varen de werken zijner handen.

Die verdrukten recht verschaft
die hongerigen brood geeft,
die gevangenen bevrijdt,
die blinden ziende maakt,
die gekromden opricht,
en liefheeft de rechtvaardigen.

Die waakt over de vreemdeling
en wees en weduwe staande houdt.
De Heer is Koning voor eeuwig
van geslacht tot geslacht.
Halleluja

  • Gemeente gaat zitten

  • Bij deze dienst

Deze zondag wordt genoemd: zondag ‘epifanie’. Dit betekent zoiets als ‘aan het licht brengen’. Onverwacht en misschien ook wat verwarrend komt iets nieuws op onze weg.

Dit jaar stellen we op deze zondag – volgens het kerkelijk rooster – twee lezingen centraal: de ‘doop van Jezus’ en het verhaal van ‘de wijzen uit het oosten’. Twee bekende verhalen die beide vertellen wat er in Jezus aan het licht is gekomen, is geopenbaard.

Wij nemen vanmorgen het verhaal van de ‘wijzen’, de ‘magiërs’, de ‘zieners’ uit het Oosten, waarin we horen hoe verre vreemden als eersten voor Jezus neervallen.

Helemaal aan het slot van het Matteüs-evangelie staat hoe de discipelen dat doen (Matteüs 28:9). ‘Zij grepen zijn voeten en bewijzen hem eer’. Eerst – aan het begin – de verre vreemden, dan – aan het eind – de discipelen en dan wij. Dat vieren we vandaag: dat wat in Jezus aan het licht komt, geldt voor ons allemaal. Hoe vreemd het ons misschien ook is.

  • Gebed om ontferming

Heer, God die wij zoeken,
op een onverwachte wijze bent U ons nabijgekomen
in de weerloosheid van een Kind
met de naam ‘die mensen redt’,
als een geschenk uit de hemel
een kind dat uw weg verstaat als geen ander
als een mens die ons voorgaat
in ons dienen, in ons bidden, in onze toewijding.

Heer, ontferm u over ons
als wij de weg van dit Kind
niet altijd verstaan,
niet altijd durven gaan,
als wij onze eigen weg volgen
en ons daarbij niet laten verrassen door wat u ons schenkt
in uw woord, in uw schepping, in de mensen om ons heen.

Heer, onze God, licht in ons op deze morgen
wijs ons uw weg
hoe vreemd die ons ook is,
Heer ontferm U,
Christus ontferm U
Heer ontferm U over ons.

  • Lofzang: NLB 975: 2 en 4

  • Ook vanmorgen slaan wij de Bijbel weer open.

Een psalm, een gedeelte uit het evangelie naar Matteüs. Oude woorden die weer worden als nieuw op het moment dat wij ze lezen, ze doordenken en proberen er mee te leven. ‘Dit woord omvat ons leven’, zingen we met NLB 119a, de verzen 1 en 3

  • Zingen: lied 119a: 1, 3

  • Moment met de kinderen

    Met de kinderen kan evt. gezongen worden: ‘de wijzen’ NLB 520 (vooral de verzen 5, 6, 7)

  • Eerste lezing: Psalm 72

  • Zingen: Ps. 72: 6

  • Tweede lezing; uit het evangelie naar Matteüs 2: 1 – 12

  • Zingen: NLB 459: 1, 2, 3

  • Verkondiging (zie onder)

  • Zingen: NLB 459: 4, 6, 7

  • Dankgebed, voorbeden, stil gebed en Onze Vader

  • Dank- en voorbeden

(te lezen door drie stemmen)

Op reis gegaan zijn wij vanmorgen Heer,
aan de hand van uw Woord,
met een beeldend verhaal.
Langs onbekende wegen:
verwonderd, verbaasd, misschien zelfs soms argwanend
over wat we vinden

langs de omweg
die u ons doet gaan.

Met Ruth de vluchteling
die brood vond in Betlehem, het huis van brood,
dat een huis voor allen blijkt te zijn
onder de vorst van de vrede
die regeert met de macht van de liefde –
Hij die mensen redt.

(kort moment van stilte)

Op reis gegaan zijn wij vanmorgen Heer,
op zoek naar licht in de duisternis.
Als wreedheid te vaak regeert,
als eigenwaan zich groot kan maken,
als kleine mensen niet lijken te tellen,
dan zien wij uw tekenen, hemelhoog.
Leer ons verstaan waarheen uw licht ons de weg wijst,
ook al lijkt het ons een omweg te zijn.
Geef ons de moed uw stem te horen,
geef ons de kracht uw weg te gaan

(kort moment van stilte)

Op reis zijn wij gegaan vanmorgen Heer,
met mensen die vasthoudend zoeken
naar uw koning van vrede en recht.
Laat niets hen van de wijs brengen,
laat ze volharden en uw tekenen verstaan.
Geef zulke mensen Heer, mensen naar uw Hart,
onder ons :
in ons dienstwerk
aan onze naasten
aan de ander, de vreemde ander,
de ander dichtbij of ver van ons vandaan
zodat deze gemeente, deze wijk, dit dorp,
dit land en deze wereld een huis van brood wordt,
een Betlehem,
een broedplaats van vrede,
een broodplaats van overvloed

(kort moment van stilte)

Gedenken en noemen wij mensen die struikelen op hun levensweg,
in de stilte van ons gebed.

(…)

Wij bidden met uw Jezus Messias, de mens naar uw beeld, die uw weg ten einde toe ging:

Onze Vader ….

  • Mededelingen van de diaken

  • Collecten

  • Slotlied: NLB 526:1 en 4

  • Zegen

Nu wij weer de weg vervolgen, de omweg met God onze Heer,
die ons leidt naar ons diepste zelf en onze naaste,
mogen wij rekenen op de zegen die ons draagt:

Zegenen wij elkaar
bij alles wat te doen staat
bij alles wat ons overkomt.

Zegenen wij elkaar
in dit leven dat wij delen
zo kwetsbaar als wij zijn.

Zo zegene God ons
in de naam van de Vader
de Zoon en de Heilige Geest.

  • Gemeente antwoordt: Amen.

Verkondiging: ‘Een geschenk van verre vreemden’

bij de lezingen: Psalm 72 en Matteüs 2: 1 – 12

In de Amsterdamse Nieuwe kerk is nog tot begin februari 2018 de tentoonstelling ‘we have a dream’ te bezoeken. Over drie grote mannen: Gandhi, Luther King en Mandela, die door hun voorbeeldige leven een blijvende invloed uitoefenen.

Zij hebben aan de wereld een geschenk gegeven dat nog steeds van waarde is.

  • Mahatma Gandhi gaf ons de mogelijkheid van de geweldloze strijd tegen uitbuiting en onderdrukking.

  • Maarten Luther King gaf ons de mogelijkheid om in ieder mens van welke kleur of achtergrond dan ook een gelijke te zien.

  • En Nelson Mandela gaf ons de mogelijkheid ons te verzoenen met onze ergste vijand, doordat daders – samen met slachtoffers – hun daden onder ogen durven zien.

Drie mensen die drie enorme geschenken gegeven hebben aan de mensheid: geweldloosheid, gelijkheid en verzoening.

Drie opdrachten ook voor ons. Als wij deze mensen herdenken dan houdt dat ook een opdracht in. Zoals volgende week in de Verenigde Staten: als men daar de jaarlijkse Martin Luther King-dag viert, dan kan men niet voorbij gaan aan de voortdurende noodzaak om te strijden tegen rassenongelijkheid.

Als je iemand een cadeautje geeft, een cadeautje dat je met zorg, met aandacht voor die persoon hebt gekocht, dan kan dat cadeau ook iets te zeggen hebben.

‘Ik heb deze CD voor je gekocht omdat ik denk dat jij hem nog niet kent, maar er wel van zult genieten’.

‘Dit boek deed me denken aan ons gesprek een paar maanden geleden. Ik hoop dat je er iets in terugvindt van de vragen die je toen stelde’.

Een cadeau kan een bedoeling hebben, je geeft niet zomaar iets..

Dat speelt zeker een rol in het verhaal dat we vandaag lezen: van die vreemde zieners, ‘uit zo verre land’, die de nieuwgeboren koning van de joden geschenken komen brengen.

Als het vandaag de zondag is van de openbaring, die een onverwacht licht op de dingen werpt, dan begint het verhaal uit Matteüs meteen goed.

De Oosterlingen zoeken een koning, maar ze krijgen een Messias.

Ze gaan naar een paleis in de hoofdstad en komen aan huis in een dorpje bij een jong onbekend stel. Ze waren toch niet aan huis

Het kind heeft al een naam: Jezus, Jehoshua, Hij die mensen redt.

Vader Jozef is een dromer en een engel van de Heer heeft hem die naam ingefluisterd. Hij heeft zich niet uit het veld laten slaan door alles wat er aan de geboorte vooraf is gegaan. En nu staan opeens die vreemden voor zijn deur!

In de christelijke beeldtaal zijn de zieners uit het Oosten drie koninklijk geklede vreemden geworden.

In dit tafereel klinkt de oude Psalm 72 door, die zegt: ‘De koningen van Tarsis en de kustlanden, laten zij hem een geschenk brengen. De koningen van Seba en Saba, laten ook zij hem schatting afdragen. Laten alle koningen zich neerwerpen voor hem, alle volken hem dienstbaar zijn.’ Matteüs geeft ons zo in zijn verhaal een beeld mee dat hij leent van de psalmdichter: de volken van de wereld zijn de eersten die het licht zien door dit kleine messiaanse kind.

Zij laten als eersten tot zich doordringen dat God in dit kwetsbare kind iets geeft van grote waarde; zij vallen neer in eerbied.

En geven het kind geschenken uit hun schatkisten, cadeaus met een bedoeling: het koninklijke goud, de wierook van het gebed, de mirre van de overgave en de toewijding.

Met die geschenken krijgt het kind van deze verre vreemden als het ware ook zijn levensweg geschonken.

Hij zal een koning zijn, die rijdt op een ezel, die dient met de macht van de liefde.

Hij zal bidden, zijn leven leiden tot eer van God en tot heil van de wereld.

Hij zal zijn leven toewijden aan God, niet zíjn wil maar de wil van de Vader zal hij volgen, kome wat komt!

Goud, wierook en mirre – wat een goed gekozen geschenken voor dit kind. Wat een prachtige merkstenen voor de weg die hij mag gaan.

Mooie vrome woorden zijn dat. Maar Matteüs houdt ons wel bij de les van de werkelijkheid.

Dit alles is een vroom tégenverhaal, tégen de macht van een koning die níet bidt, maar gedreven wordt door jaloezie. Een koning die níet dient, maar alleen gehoorzaamd wil worden.

De wijzen dromen ook, net als Jozef. Gaan inzien in welk verband hun reis staat. Niet naar die koning in Jeruzalem gaan ze terug, ze wijken uit. Hun levensweg wordt omgeleid door de openbaring in dit kind.

En daarmee onthullen ze eigenlijk ook de levensweg van dit kind uit. Immers: Ook Jezus moet telkens uitwijken. Eerst naar Egypte. Dan weer naar het onbetekenende Galilea.

Uitwijken, als de Farizeeën hun snode plannen tegen hem smeden.

Als zijn voorganger Johannes, de doper genoemd, wordt vermoord.

En nadat hij de Farizeeën hard heeft weersproken, ‘wijkt hij uit’ buiten hun bereik naar Tyrus en Sidon.

De geschenken die de wijzen hebben gegeven, de weg die zij zijn gegaan, onthullen iets van het leven en de weg van dit kind. Matteüs laat ons van het begin af aan zien dat de weg met God, die messiaanse weg, een omweg is. Onverwacht en verwarrend.

Wie de levensweg van Gandhi, King en Mandela nog weer eens terugziet, wie nog eens kennisneemt van hun dromen, hun vergezichten, hun strijd en verwachtingen, wordt ook bepaald bij de lange omweg die zij zijn gegaan.

Want de geschenken die zij ons geven, zijn nog steeds een opdracht. Nog is hun droom geen werkelijkheid. Geweldloosheid, gelijkheid en verzoening.

Nog steeds zijn de geschenken die de verre vreemden het kind gaven van grote betekenis, ook voor ons als wij op de weg van dit Kind willen leven. Het goud van het dienen in liefde, de wierook van een biddend leven en de mirre van de overgave en de toewijding.

Gandhi, King en Mandela gingen hun weg met vallen en opstaan. Jezus ging zijn weg van overgave en opstanding. En wij, wij mogen mensen van die weg zijn.

Amen

< Terug