< Terug

Preekschets Ester 5:7,8

Ester 5:7, 8

Toen gaf Ester ten antwoord: Mijn verzoek en wens is: Indien ik de genegenheid van de koning gewonnen heb en het de koning behaagt mijn verzoek toe te staan en mijn wens in te willigen, dan moge de koning met Haman komen tot het feestmaal dat ik voor hen aanrichten wil: dan zal ik morgen doen, zoals de koning zegt.

Schriftlezingen: 1 Samuël 2:1-8; Ester 5:1-8; Lucas 3:1-6

Het eigene van de zondag

De tekstkeuze voor deze en drie andere zondagen is bepaald door een continu-lezing van het boek Ester, waarvan een serie van vier schetsen wordt gegeven (zie ook: Preekschets Ester 3:7, Preekschets Ester 4:16 en Preekschets Ester 6:11).

Uitleg

In Ester 5:1-8 is Mordekai voorlopig weer van het toneel verdwenen en valt alle aandacht op de activiteiten van Ester. Ester handelt hierin overeenkomstig haar woorden aan het slot van 4:16. Na het einde van de drie dagen van vasten, maakt Ester zich klaar om naar de koning te gaan. De in vers 1 voorkomende tijdsaanduiding ‘op de derde dag’ kan op de aan het eind van de in 4:16 aangekondigde drie dagen van vasten zinspelen. Daarnaast wordt met de uitdrukking ‘op de derde dag’ in de bijbel ook vaak een beslissend moment ten goede of ten kwade aangeduid. Dat laatste lijkt hier op de voorgrond te staan. Het in dit vers vermelde gaan van Ester naar de koning zal immers van beslissende betekenis zijn voor het lot van haar volk. De meest spannende vraag is natuurlijk wat de koning bij de komst van Ester zal doen. Zal hij ook Ester verstoten, zoals in 1:12vv. met Wasti is gebeurd, of zal hij haar in harmonie ontmoeten?

Ingeleid met ‘en het gebeurde’, ‘geschiedde'(wajehī), wordt in vers 2 het gevaarlijkste ogenblik voor Ester ingeluid. De grote vraag is: zal de koning haar ter dood laten brengen (zie 4:11) of zal hij haar laten leven? Het laatste blijkt hier het geval te zijn. Zij ‘vond genade (gunst) in zijn ogen’. De scepter die de koning Ester vervolgens toereikt, is een symbool van koninklijke macht.

In de verzen 3-4 vindt een eerste dialoog tussen de koning en Ester plaats. Daarbij zegt de koning in vers 3 tegen Ester: ‘Wat is je wens? Tot de helft van het koninkrijk zal het je worden gegeven’. Dit aanbod van de koning krijgt grote nadruk, omdat het later in verschillende vormen weer wordt herhaald (zie vs 6, 7:2 en 9:12). Al deze herhalingen dienen om grote nadruk op dit aanbod van de koning te leggen. Bij de toezegging van de ‘helft van het koninkrijk’ hebben we wel met een overdreven oosterse beleefdheidsformule te maken. Nagenoeg hetzelfde als wat Ahasveros hier tegen Ester zegt, zal Herodes Antipas later in Marcus 6:23 tegen Salome, de dochter van Herodias, laten horen als deze op zijn geboortefeest voor hem heeft gedanst. De gevolgen zijn verschillend. Hier bij Ester leidt deze uitspraak later tot de redding van een heel volk en in het evangelie van Marcus tot de dood van Johannes de Doper.

Het enige wat Ester de koning daarop in vers 4 vraagt, is om samen met Haman bij haar op een drinkfeest te komen. De hoorder of lezer van dit verhaal zou daardoor de indruk kunnen krijgen, dat Ester hier een uitgelezen kans laat liggen om haar volk te redden. In werkelijkheid laat Ester met dit uitstel op een voortreffelijke wijze zien, hoe goed zij het juiste moment weet af te wachten om haar wezenlijke vragen te stellen. Daarnaast wordt met deze reactie van Ester natuurlijk ook de intense spanning in het verhaal verhoogd. Dit eerstkomende feest zal namelijk dienen als voorbereiding voor de ontknoping op het volgende drinkfeest, dat Ester de daarop volgende dag zal organiseren. Pas op dit feest zal blijken wat Ester nu eigenlijk van de koning wil. Eerst zullen er echter in 5:9-14 en 6:1-14 nog gebeurtenissen volgen, die de komende val van Haman compleet zullen maken.

In vers 5 laat de koning nadrukkelijk weten dat het de bedoeling is: ‘om het woord van Ester te doen’. Uit deze uitspraak blijkt dat de koning Ester een grote (koninklijke) macht toekent.

In de verzen 6-8 blijft de figuur van Haman geheel op de achtergrond. Na een korte inleiding aan het begin van vers 6 volgt een dialoog tussen de koning en Ester. In het vervolg van dit vers herhaalt de koning met gedeeltelijk andere woorden nog eens in uitgebreide vorm zijn reeds eerder in vers 3 gestelde vraag aan Ester. Hieruit blijkt dat de koning heeft begrepen, dat Ester meer op het hart had dan enkel een uitnodiging tot een drinkfeest met hem en Haman. Vooral de aan het slot van dit vers voorkomende woorden: ‘het zal worden gedaan’, onderstrepen dat hij de vraag van Ester heel serieus neemt en daaraan ook wil voldoen.

Door in haar antwoord in vers 7 de woorden van de koning uit vers 6: ‘verzoek’, en ‘wens’, in de mond te nemen, laat Ester merken dat zij hem goed heeft begrepen. Deze reactie roept tegelijk de verwachting op dat Ester nu eindelijk haar vraag concreet onder woorden zal brengen. Dit gebeurt evenwel (nog) niet.

Het volgende verzoek van Ester in vers 8 houdt een uitnodiging in voor een tweede drinkfeest bij haar met de koning en Haman op de volgende dag. In dit verband gebruikt zij dan weer dezelfde twee woorden ‘verzoek’ en ‘wens’, die in de verzen 6 en 7 respectievelijk door de koning en haarzelf zijn gebruikt. Haar eigenlijke verzoek en wens zal Ester echter pas bij dit tweede drinkfeest tot de koning richten. Dit geeft zij aan het slot van vers 8 aan met de woorden: ‘morgen zal ik doen overeenkomstig het woord van de koning’.

Aanwijzingen voor de prediking

  • Ester gaat naar de koning. Dat is een moedige beslissing. Want Ester mag dan wel koningin zijn, in werkelijkheid stelt dat niets voor. Ze is immers volledig aan de luimen en willekeur van de koning overgeleverd. Ondanks dit gaat ze wel naar deze koning toe. Ze gebruikt daarbij niet een heleboel vrome en nietszeggende woorden. Zij brengt echter met deze daad wel in praktijk wat Johannes de Doper in het evangelie aanduidt met: ‘de weg van de Heer gaan’. Dit betekent dat zij iets doet wat haar medemensen ten goede komt. Zo dat dezen het heil van God zien.

  • Ester lijkt dus haar ondergang tegemoet te gaan, zoals ze zelf eerder ook al min of meer in 4:16 suggereerde. Haar gaan naar de koning leidt echter een keerpunt in. Dit laatste wordt aan het begin van dit verhaal al aangegeven met de uitdrukking ‘op de derde dag’ (zie boven). Op de derde dag komt er in het boek Ester een ommekeer in het lot van de met de ondergang bedreigde joden. Op het eerste gezicht lijkt het daar nog helemaal niet op. Zoals altijd zijn ook hier de tekenen daarvoor op het eerste gezicht maar klein en onbeduidend. Een vrouw die niets lijkt voor te stellen en die ondanks dat een confrontatie met een machtig heerser aangaat. Hoe kun je deze tekenen onderkennen? Door je niet te laten verblinden door uiterlijke schijn en uitspraken van zogenaamde grote figuren. Waar het op aankomt, is op de kleine dingen en tekenen van het Koninkrijk van God te letten.

  • Die kleine dingen zijn voor de goede hoorder en lezer ook hier op deze plaats in dit verhaal over Ester al waarneembaar. Bij de koning gekomen mag Ester een ‘wens’ en een ‘verzoek’ tot deze richten. Vanaf dit moment wordt het heil van God al achter de coulissen zichtbaar voor hen die geen uitweg meer leken te hebben. Op het volgende drinkfeest in Ester 7 zal immers blijken van wat voor doorslaggevende betekenis het daar door haar gedane ‘verzoek’ voor de hele joodse gemeenschap zal hebben.

  • Heel verrassend is ook dat vers 7, waarin Ester de woorden ‘wens’ en ‘verzoek’ van de koning zelf in de mond neemt, precies het middelste vers van het hele boek Ester is. Zo markeert ook dit gegeven opnieuw een keerpunt in dit bijbelboek.

Liturgische suggesties

  • Psalm 19:1, 2; 107:4

  • LB 9:9, 10; 160

< Terug