< Terug

Wees

Kinderen hebben volwassenen nodig die hen begeleiden, opvoeden en beschermen. Onder normale omstandigheden zullen die taken door hun eigen ouders worden vervuld. Soms is dat niet het geval. Kinderen worden wees. Als gevolg van een fataal ongeluk, van oorlogshandelingen of van een dodelijke ziekte verliezen zij hun beide ouders. Wanneer niemand voor hen kon zorgen, kwamen zij in het verleden in een weeshuis terecht. Die tijd is voorbij. Meestal bleken de nadelen van dergelijke instellingen groter dan de voordelen. Met het verdwijnen van het weeshuis is het probleem van het weeskind natuurlijk niet opgelost. Het zal een nieuw ‘thuis’ dienen te vinden. Voogden die de taken van de overleden ouders overnemen. In sommige gevallen betreft het familieleden die zich over de wees geworden kinderen van hun overleden broer of zuster ontfermen.

Grondtekst

In het bijbels Hebreeuws bestaat het woord jatom dat met ‘wees’ kan worden weergegeven -daarbij dient overigens wel te worden aangetekend dat jatom uitsluitend betrekking heeft op een onmondige knaap die zijn vader heeft verloren. Het woord jatom komt in het Oude Testament vrijwel uitsluitend voor in combinatie met ‘weduwe’ (‘almanah: Ex. 22:21,23; Deut. 10:18; Ps. 68:6; 109:9; 146:9; Spr. 23:10; Jes. 1:17,23; 9:16; 10:2; Jer. 49:11; Mal. 3:5) en met zowel ‘weduwe’ als ‘vreemdeling’ (ger: o.a. Deut. 14:29; 16:11,14; 24:19-21; 26:12-13; 27:19; Ps. 94:6; Jer. 7:6; 22:3; Ez. 22:7; Zach. 7:10).

Het Griekse woord voor ‘wees’ (orfanos) is slechts op een tweetal plaatsen in het Nieuwe Testament te vinden (Joh. 14:18; Jak. 1:27).

Letterlijk en concreet

a.Dat de samenleving in het oude Israël een sterk patriarchaal karakter droeg, blijkt ook uit de hierboven geschetste betekenis van het Hebreeuwse woord voor ‘wees’. Het betreft strikt genomen alleen de zoon die zijn vader heeft verloren terwijl hij zelf nog niet de volwassen leeftijd heeft bereikt. De eerlijkheid gebiedt te erkennen dat in die tijd de positie van de weduwe nauwelijks verschilde van haar vaderloze kinderen.

b.Wees, weduwe en vreemdeling worden dikwijls in één adem genoemd. Dat is geen toeval want zij drieën behoren tot de meest kwetsbare leden van de oud-oosterse samenleving (Ex. 22:21-27; Deut. 16:11,14). Dat ook de wees niet wordt veronachtzaamd, heeft alles te maken met de grote waarde die in Israël wordt gehecht aan het krijgen van kinderen en nakomelingschap: ‘wees vruchtbaar en word talrijk; bevolk de aarde’, zo klinkt het in het verhaal over de schepping van de wereld (Gen. 1:28).

c.Ouders hebben de taak hun kinderen te beschermen en op te voeden. Het is een ongehoorde catastrofe wanneer die ouders vroegtijdig sterven en hun taak niet kunnen volbrengen. Daarom is de zorg voor wezen volgens de geboden van de Tora geen liefdadigheid, maar plicht. Zij hebben recht op hulp en bijstand. Eén voorbeeld ter illustratie: ‘Vervloekt wie de rechten van vreemdeling, wees of weduwe schendt’ (Deut. 27:19). De meeste oudtestamentische profeten laten dan ook geen gelegenheid onbenut hun lezers er op te wijzen dat zij die plichten nooit en te nimmer mogen verwaarlozen: ‘Leer liever het goede te doen, betracht rechtvaardigheid, help de verdrukten, verschaf recht aan de wezen, verdedig de weduwen’ (Jes. 1:17). De leiders van het volk worden scherp terechtgewezen wanneer zij hun plichten verzaken en alleen aan hun eigen belangen denken: ‘Uw leiders zijn rebellen, handlangers van dieven. Iedereen is op steekpenningen uit en aast op geschenken. Wezen verschaffen zij geen recht en de zaak van de weduwen krijgt bij hen geen gehoor’ (Jes. 1:23; vgl. Jes. 10:2). Zelfs de eredienst in de tempel kan die plicht niet vervangen. Dat is de strekking van de volgende indrukwekkende passage in het geschrift van de profeet Jeremia: ‘Dit zegt de Heer van de machten, Israël God: “Verbeter uw leven, dan laat Ik u wonen op deze plaats. Vertrouw niet op de valse leus: Dit is de tempel van de Heer, de tempel van de Heer,de tempel van de Heer ! Maar verbeter uw leven, behandel elkaar rechtvaardig, onderdruk geen vreemdeling, weduwe of wees, vergiet geen onschuldig bloed op deze plaats en loop niet achter andere goden aan”‘ (Jer. 7:3-6; vgl. Jer. 22:3-5; Ez. 22:7).

Beeldspraak en symboliek

a.Weduwe, wees en vreemdeling hebben gemeenschappelijk dat zij uitermate kwetsbaar zijn. Zonder bescherming redden zij het niet. De geboden van de Tora en passages uit de profetische literatuur laten daarover geen misverstand bestaan.

b.De bijbel leert dat de geboden weliswaar de goede weg wijzen, maar dat die weg niet altijd trouw wordt bewandeld: ‘Weduwe en vreemdeling brengen zij om, wezen moorden zij uit’ (Ps. 94:6). De psalmist is er desondanks van overtuigd dat de zwakken in de samenleving de moed niet dienen te verliezen: ‘Juich voor de Heer, want de Heer is zijn Naam, vader van de wezen, beschermer van weduwen’ (Ps. 68:5-6).

c.Het beeld van de ‘wees’ speelt tenslotte ook een rol in het vierde evangelie wanneer wordt gesproken over de komst van de Helper (Trooster, in de vertaling NBG-1951): ‘Ik (Jezus) laat jullie dus niet verweesd achter … ‘ (Joh. 14:18).

Praxis

a.Liederen:

Liedboek: Psalm 10; 62; 68; 82; 94; 146; Gezang 21; 234; 235; 244; 392; Evangelie I: 20; Gezangen: 546; Liturgie: 414; Verzamelde: 57 (ook als gedicht te gebruiken); Zleven: 48.

b.Poëzie:

Joh.C.P. Alberts, Gerrit Komrij (red.), De moeder, Amsterdam, 19912, blz. 56: ‘Moeder’s dood”. Ida Gerhardt, Verzamelde gedichten, Amsterdam 1980, blz. 403: ‘Het armhuiskind’. Neeltje Maria Min, Kindsbeen, Amsterdam 1996, blz. 37: ‘Je vader en moeder zijn dood…’. Jean Pierre Rawie, Onmogelijk geluk, Amsterdam 1992, blz. 21: ‘Sterfbed’. Hendrik de Vries, Gerrit Komrij (red.), De moeder, Amsterdam 19912, blz. 61: ‘Het kleine meisje had groot verdriet.’. Ellen Warmond, Vragen stellen aan de stilte, Amsterdam 1984, blz. 32: ‘Resterend’.

c.Verwerking:

De zondag tussen Hemelvaart en Pinksteren draagt de naam ‘Het weeskind’. Deze naam gaat terug op het evangelieverhaal, waarin Jezus zijn leerlingen belooft, hen niet als wezen achter te laten (Joh. 14:18). De kerk bidt op deze zondag om bijstand, omdat de gelovigen nu de Heer hen tijdelijk heeft verlaten dreigen te bezwijken onder de grote druk van de wereld. Voor meer gegevens over deze zondag verwijzen we naar het slotgebed van de Veertigste Paasdag en de liturgische mogelijkheden op de Zevende zondag na Pasen, volgens het Dienstboek, Zoetermeer 1998, blz. 384-388. Zondag Het Weeskind geeft ons de mogelijkheid het bijbelse begrip wees in te leiden. Thema’s bij het begrip wees zijn onder andere: afhankelijkheid en kwetsbaarheid, zorg en dienstbaarheid, eenzaamheid en alleen-zijn, gebod, gerechtigheid.

Verwijzing

De weduwe en de wees worden, zoals we zeiden, vaak in één adem genoemd. Zie daarom ook het woord ‘weduwe‘. Verder verwijzen we naar ‘hemel‘ (hemelvaart).

< Terug