Bidden als ‘The Young Pope’
Onbeschaamd aandringen. Soms heeft zelfs God, die al onze gedachten en gebeden reeds kent, blijkbaar aansporing nodig om ook van onze motivatie overtuigd te raken.
Onbeschaamd aandringen. Soms heeft zelfs God, die al onze gedachten en gebeden reeds kent, blijkbaar aansporing nodig om ook van onze motivatie overtuigd te raken.
God staat klaar voor zijn volk. Met uitgestoken handen. Hij antwoordt zelfs hun die niet vragen. Dit spel van aantrekken en afstoten is de ondertoon in de perikopen van deze zondag. In de grondtekst van de Jesajalezing gaat Gods reactie zelfs vooraf aan de afwijzende houding van zijn volk.
Op Goede Vrijdag lezen we in onze gemeente de schriftlezingen, afgewisseld met meditatieve muziek of gemeentezang.
Op deze eerste zondag van Advent begint het grote verwachten: bergen zullen instorten, en het ritme van dag en nacht zal doorbroken worden, voor de Mensenzoon zal de weg vrijgemaakt worden. De theofanie zal met ongekende natuurverschijnselen gepaard gaan.
Op deze laatste zondag van het kerkelijk jaar gaat het vooral over die ‘grote dag van de Heer’ en wat er dan gebeurt. Natuurlijk moet de apocalyps ook op de kerkelijke agenda. Maar moet het jaar zo in mineur eindigen? Wat is vandaag het ‘goede nieuws’?
De combinatie van lezingen leidt ons in de richting van het thema godsbeelden. Welk beeld, welke visie hebben wij van de Heer? Hoe zien wij Hem scherp en helder?
Het geheel van lezingen in de Paasnacht is bedoeld als één doorlopend verhaal, van Genesis tot het open graf: ‘door de duisternis naar het licht’. Er gaat aan het einde een sterk appel tot navolging vanuit. Daarom is de Paasnacht ook traditioneel een moment waarop nieuwe gemeenteleden zich laten dopen. Veel teksten kunnen als dooptekst worden opgevat: door de dood naar het leven.
Het is nieuwjaarsdag, dus ook van mijn kant: de beste wensen voor het nieuwe jaar! Dat dit jaar een beter jaar mag worden dan het afgelopen jaar, dat gekenmerkt werd door de coronapandemie. Kerkelijk gezien is nieuwjaarsdag niet meer dan een dag waarop de nieuwe kalenders worden opgehangen. Maar het is ook de achtste dag na de geboorte van Jezus Christus. De dag waarop we erbij stilstaan dat Jezus volgens de traditie als joodse jongetjesbaby besneden werd, en zijn naam publiekelijk bekendgemaakt werd.
‘Vele eersten zullen de laatsten zijn en vele laatsten de eersten.’ Het Griekse gar (= ‘want’) in de eerste zin van ‘de gelijkenis van de gelijke beloning’ (Matteüs 20:1-16) verwijst naar deze woorden uit Matteüs 19:30, die op hun beurt weer de afsluitende opmerking vormen van Jezus’ antwoord op een vraag van een jongeman in de voorafgaande perikoop. Deze vroeg aan Hem: ‘Meester, wat voor goeds (Gr.: ti agathon) moet ik doen om het eeuwige leven te verwerven?’ (19:16). Maar Jezus keert die ‘wat-vraag’ om naar een ‘wie-vraag’: Wie is goed en aan wiens geboden moet je je houden?