Menu

Filters

Auteur

Soort materiaal

Bron

None

Het plaatselijke beheer

De gemeente is in de eerste plaats geloofsgemeenschap. Maar ze bezit ook geld en goederen die moeten worden beheerd met het oog op het leven van die geloofsgemeenschap: de opbouw van de gemeente, de voortgang van de Evangelieverkondiging en de dienst aan de naaste. Het beheer is dan ook een geestelijke zaak, en zorgvuldig beheer is van groot belang. De kerkorde regelt daarom het beheer van de ‘vermogensrechtelijke aangelegenheden’ nauwkeurig in de Romeinse artikelen (art. XIII KO), de ordinanties (ord. 11) en de generale regelingen (GR 12).

None

De kerkelijk werker

Het werk van de kerkelijk werker heeft in de kerkorde van 2004 een eigen plaats gekregen door het te omschrijven als een dienst, die in samenwerking met de ambtsdragers wordt uitgeoefend tot vervulling van de roeping van kerk en gemeente (art. V-6). Net als de ambten zijn deze diensten opgenomen in het openbare ambt van Woord en sacrament (art. V-1). Deze bijzondere positie kreeg vorm als ‘bediening’ (zie § 7.3). In 2012 heeft de synode besloten dat kerkelijk werkers ook in het ambt kunnen worden bevestigd, ja zelfs dat dat de voorkeur verdient. Het werk van de kerkelijk werker is sindsdien voluit ambtelijk werk.

None

De kerkenraad

Onder de ambtelijke vergaderingen neemt de kerkenraad in zekere zin de eerste plaats in: hij geeft leiding aan het leven van de gemeente. In de Romeinse artikelen wordt een aantal basisregels voor de kerkenraad vastgelegd. De kerkenraad wordt gevormd door de bij de gemeente dienstdoende predikanten, de ouderlingen en diakenen en geeft leiding aan het leven en werken van de gemeente (art. VI-3,4 KO). Dit is fundamenteel. Leiding geven is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle ambtsdragers die dan ook gezamenlijk in een ambtelijke vergadering wordt uitgeoefend

None

Ambtelijke vergaderingen

In de kerk is de leiding van gemeenten en kerk toevertrouwd aan ambtelijke vergaderingen, vergaderingen waarin predikanten, ouderlingen en diakenen samenkomen (art. VI-1). De leiding is niet toevertrouwd aan losse personen, maar aan vergaderingen. Het leiding geven is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Dit geldt binnen de gemeente en ook tussen de gemeenten onderling en in heel de kerk. Plaatselijk is de leiding toevertrouwd aan de kerkenraad, binnen de classis aan de classicale vergadering en landelijk aan de generale synode (art. VI-2). We noemen dit het presbyteriaal-synodale stelsel.

None

Ambten, bedieningen en functies

In art. IV wordt gesproken over de roeping van de gemeente. Dit wordt wel aangeduid als het ambt van alle gelovigen. In art. V gaat het vervolgens over het openbare ambt van Woord en Sacrament. Naast de taak die alle gelovigen hebben, worden mensen in het bijzonder aangewezen dit openbare ambt te dragen (art. V-1). Met de term ‘openbare ambt’ wordt aangeduid dat de dragers van het ambt kenbaar zijn, en dat dit ambt gericht is op de openbaarheid. Het Woord van God dient niet alleen binnen de kerk, maar in heel de wereld te worden bekendgemaakt. Dit ambt is van Christuswege gegeven. Hiermee belijdt de kerk dat Christus zelf dit openbare ambt aan de kerk geeft en zo mensen roept ‘om de gemeente bij het heil te bepalen en bij haar roeping in de wereld te bewaren’ (art. V-1).

None

De gemeente in haar omgeving

Alles hangt met alles samen (zie § 5.1). Missionaire, diaconale en pastorale arbeid van de gemeente en geestelijke vorming werken op elkaar in. Na in het vorige hoofdstuk de gemeenteopbouw in pastoraat, catechese, jeugdwerk, vorming en toerusting, e.d. te hebben besproken, richten we nu de blik op de omgeving waarin zich dit alles afspeelt, en daarmee allereerst op diaconaal werk en missionaire presentie.

None

Het leven van de gemeente

De kerkorde typeert het werk van de kerkenraad als ‘leiding geven aan de opbouw van de gemeente in de wereld’. Maar wat moet je je daarbij voorstellen? Ord. 4-7-1 ziet het als de tweede taak van de kerkenraad, na de zorg voor de dienst van Woord en sacramenten: immers, in paragraaf 2.1 zagen we al dat de gemeente allereerst een horende en vierende gemeenschap is. Maar wie het Woord hoort en de gemeenschap met God en mensen beleeft rond doop en avondmaal, weet zich ook geroepen ‘tot dienst aan het Woord van God’ (art. IV-1 KO). Daarmee komt de opbouw van de gemeente in de wereld in beeld. Opbouw van de gemeente: in pastoraat, gemeentediaconaat, geestelijke vorming, en wat ook verder maar kan dienen ‘tot opbouw van het lichaam van Christus’. In de wereld: onder meer in diaconaal en missionair werk.

Nieuwe boeken