Bert Terschegget in het bibliodrama
Op een ochtend in de zomer van 1978 komen enkele, min of meer geestverwante theologen bijeen rond Bert ter Schegget in de schaduwrijke tuin van zijn huis in Doorn. Het is een groep die dan al een paar jaar bestaat. Ik kom er voor het eerst bij, net terug uit Engeland. Het is niet voor het eerst dat ik Bert tegenkom, maar er zitten tien jaar tussen, de jaren zeventig. De strijdmakkers in de tuin vertellen elkaar anekdotes over hun recente ervaringen, waarmee ze de geest van het linkse verzet aanvuren. Uiteraard wordt het laatste nieuws over de benoemingskwestie in de vacature Strijd uitgewisseld. Zojuist was het zwartboek over De zaak Ter Schegget verschenen. Ze spreken er lachend over, maar met een ondertoon van zorg omdat Berts gezondheid onder de spanningen leidt. Hij is nu 51, voelt zich al bijna grootvader op de Academie de Horst en is al lang toe aan een nieuwe uitdaging. Dan, zonder overgang, neemt hij het woord. Hij heeft kort geleden in zijn caravan een artikel geschreven en dat verhaal wil hij ons voorlezen. We gaan er voor zitten, want we zijn tenslotte gekomen om iets van hem te horen.