< Terug

Waarom je best spaarzaam omgaat met goede raad

Maandag, tijd voor een column. Deze week opent Nikolaas Sintobin de week met goede raad, over goede raad. Uiteraard doet 'ie dat aan de hand van Ignatius van Loyola, en diens Geestelijke Oefeningen.

Nikolaas Sintobin

“Voor een wijs mens is het een koud kunstje om diepzinnige inzichten te delen; maar een gedachte werkt dieper door, wanneer je er op eigen houtje toe komt.”

Het aanbod aan goede raad is ruim en, soms, subtiel. Sommigen strooien er kwistig mee rond. Gevraagd of ongevraagd. Al dan niet tegen vergoeding. Anderen gaan er spaarzaam mee om. Zij worden wel verzocht advies te geven. Het ontbreekt hen evenmin aan inzichten. Toch kiezen ze voor terughoudendheid. Ook aan de vraagzijde heb je verschillende houdingen. Een aantal mensen lijkt steeds en overal op zoek naar goede raad. Omgekeerd heb je mensen die hun boontjes liever zelf doppen. Zij verlangen geen inmenging van anderen in hun binnentuin.

Een ervaringsexpert in goede raad was Ignatius van Loyola (1491–1556). Hij is de stichter van de jezuïeten en staat aan de oorsprong van de ignatiaanse spiritualiteit. Alle gekroonde katholieke hoofden van zijn tijd correspondeerden met hem. Ze wilden maar wat graag zijn advies in de vaak complexe problemen die ze moesten oplossen. Ignatius was een expert in het luisteren naar mensen. Ook in het luisteren naar Gods Geest. Hij wordt beschouwd als dé specialist van de onderscheiding van de geesten. Aan hem ontleen ik twee algemene aandachtspunten en twee bijzondere vingerwijzingen inzake het geven van goede raad. De rode draad doorheen alle vier is dat je beter spaarzaam omgaat met goede raad.

1. Terughoudendheid

De ruggengraat van de ignatiaanse spiritualiteit zijn Geestelijke Oefeningen.[1] Dit is een voltijds Bijbels gebedstraject van dertig dagen. Deze oefeningen kunnen leiden tot ingrijpende levenskeuzes. Je doet ze niet op je eentje, wel met een begeleider. Gewoonlijk leidt de begeleiding ertoe dat de retraitant een groot vertrouwen krijgt in de begeleider. Vandaar dat Ignatius aan deze laatste een strikt advies geeft. De context is die van de keuze tussen meerdere alternatieven.

Wie de Oefeningen geeft moet dus niet naar één kant afwijken of neigen, maar als de wijzer van een weeg­schaal in het midden blijven. Hij moet de Schep­per in direct contact met zijn schepsel laten werken en het schepsel met zijn Schepper en Heer. (Geestelijke Oefeningen, nr. 15)

Gods Geest spreekt rechtstreeks tot de betrokken persoon in zijn of haar gebed, stelt Ignatius. De begeleider dient er zich voor te hoeden Gods plaats in te nemen. Je kan nu eenmaal niet onderscheiden voor een ander. Vaak zou de retraitant maar wat graag goede raad krijgen van de begeleider over wat Gods uitnodiging zou kunnen zijn. De grootste terughoudendheid is daarom aan de orde. Het is de voorwaarde opdat God zelf zijn werk kan doen.

De goede raad is dan in de eerste plaats bedoeld om de retraitant te helpen zich meer bewust te worden van wat er eigenlijk gebeurt tijdens het bidden. In het bijzonder kunnen er leessleutels worden aangereikt om beter te kunnen onderscheiden.

2. Zélf ontdekken

Dit tweede aandachtspunt is de pendant van het eerste. Toen Ignatius zijn Geestelijke Oefeningen schreef beschikten de meeste mensen niet over een eigen Bijbel. Het was de taak van de begeleider om aan de retraitant het Bijbelverhaal te vertellen. Daar konden, ook nu nog, enkele suggesties aan toegevoegd worden over hoe met de tekst te bidden. Ook hier beveelt Ignatius discretie aan.

Want wie de beschouwing ingaat met de waarheidsgetrouwe geschiedenis als grond­slag, en vervolgens zélf overdenkt en overlegt, en al­dus iets vindt waardoor hij de geschiedenis beter begrijpt of aanvoelt – of dit nu te danken is aan zijn eigen redenering of aan een verlichting van zijn verstand onder goddelijke inwerking – zal meer smaak en geestelijke vrucht vinden dan wanneer de zin van de geschiedenis uitvoerig wordt verklaard door wie de Oefeningen geeft.(Geestelijke Oefeningen, nr. 2)

Voor een wijs mens is het een koud kunstje om de zoekende mens rijkelijk te voorzien van diepzinnige en pertinente inzichten. De ervaring leert echter dat een gedachte waar je op eigen houtje toe komt vaak dieper doorwerkt. Dit vraagt discretie en nederigheid in hoofde van de raadgever. Ook subtiliteit en zin voor pedagogiek. Het kan zinvoller zijn een vraag te beantwoorden met een wedervraag. Zo wordt de zoeker uitgedaagd zelf dieper te graven en leert hij of zij op eigen houtje antwoorden te vinden.

3. Wat goed is voor de raadgever is dat niet altijd voor de ander

Het is heel gevaarlijk alle mensen langs het zelfde pad naar het heil te willen leiden. Wie dit doet snapt niet hoe talrijk en verscheiden de gaven van de Heilige Geest zijn. (Uit een brief van Loyola.)

Goede raad komt vaak voort uit de persoonlijke ervaring van de raadgever. De onderliggende redenering is dat wat goed is voor mezelf, wellicht ook goed is voor de ander. Dat kan. Het tegenovergestelde kan net zo goed waar zijn. Gezien de eindeloze verscheidenheid en verschillen tussen mensen en situaties is die laatste hypothese zelfs meer voor de hand liggend.

4. Goede raad gedijt het beste op een bedje van respect en vertrouwen

Wil een vermaning van enig nut zijn, dan moet ofwel wie vermaant gezag hebben ofwel wie vermaand wordt liefde ervaren. (Uit een brief van Loyola.)

Goede raad wordt nogal eens gegeven vanuit ergernis. De inhoudelijke kwaliteit van de boodschap hoeft daar niet onder te lijden. Wel de daadkracht en geloofwaardigheid. De kans is reëel dat de bestemmeling vooral de ergernis opvangt. De inhoudelijke, wellicht rijke, boodschap dreigt verloren te gaan. De deur van de ontvanger is immers gesloten.

Beter is te wachten tot de ergernis is overgewaaid. Als de ander voelt dat wat je drijft te maken heeft met liefde, zal die vaak vragende partij zijn voor goede raad.

Nikolaas Sintobin is jezuïet en internetpastor. Hij publiceerde in 2021 bij Kokboekencentrum een boek over de ignatiaanse onderscheiding van de geesten: Vertrouw op je gevoel. Keuzes leren maken met Ignatius van Loyola.

Noot

[1] Alle citaten uit Geestelijke Oefeningen in deze column komen uit: Ignatius van Loyola, Geestelijke Oefeningen, Mark Rotsaert sj (vert./red.), (Averbode: Uitgeverij Averbode, 2010).

In een gemeente kunnen scheidslijnen zichtbaar worden tussen verschillende sociale milieus. Afgelopen zomer gebeurde dat bijvoorbeeld toen langs de randen van de wegen vlaggen op de kop kwamen te hangen, en een deel van de gemeenteleden met de trekker de weg op ging. Zo kan er ook een wens ontstaan om een uitspraak van de kerk; een keuze voor het één of ander. Maar wordt daarmee recht gedaan aan de verschlilende sociale milieus die zich ook in een kerk bevinden; en aan hoe die samen één kerk vormen?

Volgens Nikolaas Sintobin is het mogelijk om te leren hoe je goede keuzes maakt. In zijn  boek ‘Vertrouw op je gevoel’ gaat hij hiervoor te rade bij Ignatius van Loyola. Volgens hem moet je vertrouwen op je gevoel. Maar hoe kan je uit je ervaring leren wat belangrijk is voor jou?

vertrouw op je gevoel

< Terug