Job
Inleiding Om meer dan een reden is het boek Job een uitzonderlijk geschrift in de Hebreeuwse Bijbel. Er wordt een groot en algemeen menselijk probleem aan de orde gesteld. Het […]
Inleiding Om meer dan een reden is het boek Job een uitzonderlijk geschrift in de Hebreeuwse Bijbel. Er wordt een groot en algemeen menselijk probleem aan de orde gesteld. Het […]
INLEIDING 1.Inhoud en strekking Het boek Job is genoemd naar zijn hoofdpersoon: Job (Hebr. Ijjob). Hij is de enige persoon met die naam want Job de zoon van Issaschar (Gen. […]
INLEIDING I. Naam en schrijver Evenals dat het geval is bij andere profetische geschriften, is het boekje Joël genoemd naar de profeet die er in aan het woord is. Hij […]
De twaalf profeten gelezen als één boek In deze bijdrage onderneem ik een poging om de twaalf profeten in de volgorde van de Hebreeuwse Bijbel te lezen als één samenhangend […]
RUIMTE EN TIJD De literaire categorieën ruimte en tijd vormen vrijwel altijd de grondslag van verhalend proza. Zij bieden de lezer de mogelijkheid vast te stellen waar en wanneer de […]
INLEIDING Johannes en de synoptici Dat het evangelie naar Johannes in vergelijking met de synoptische evangeliën een eigen plaats inneemt, is al vroeg opgemerkt. Al vroeg is ook gepoogd daarvoor […]
De boeken Jona, Ruth en Ester hebben met elkaar gemeen dat zij een afgerond verhaal bieden met een heldere plot waarin het personage naar wie het betreffende boek is genoemd […]
INLEIDING Het boek Jona in de canon, historiciteit, eenheid Het boek Jona behoort tot de ‘twaalf kleine profeten’. Deze benaming geldt niet als een waarderingsoordeel, want in profetisch bewustzijn, getuigenis […]
Een engel had Jozef en Maria gewaarschuwd dat Herodes alle kleine jongetjes in Betlehem wilde doden. Daarom zadelde Jozef een ezel voor Maria en de kleine Jezus en vluchtte de heilige familie richting Egypte. De tocht voerde door de woestijn en Jozef vreesde de gevaren van dat onherbergzame gebied, maar Maria was niet bang. Terwijl ze uitrustten onder een vijgenboom, stak Jezus zijn kleine handjes omhoog, waarop de vijgenboom zijn takken naar beneden boog en zijn vruchten liet plukken. ’s Nachts, toen er een gure wind waaide in de woestijn, maakten de bomen met hun takken een tent die bescherming bood tegen de kou.