De talenten
Bij Jesaja 48,17-21 en Matteüs 25,14-30 Op de weg die je gaat, zal Ik je leiden, zegt God (Jesaja 48,17). Deze woorden laten ruimte voor menselijke vrijheid om zelf de […]
Over De Eerste Dag lees je meer op de landingspagina van De Eerste Dag.
Bij Jesaja 48,17-21 en Matteüs 25,14-30 Op de weg die je gaat, zal Ik je leiden, zegt God (Jesaja 48,17). Deze woorden laten ruimte voor menselijke vrijheid om zelf de […]
Net als bij Lucas bij de gelijkenis van het zaad dat op de weg, op de rotsen, tussen de distels en op de goede grond wordt gezaaid (8,4-15), krijgen we ook bij Matteüs, bij de gelijkenis van de tarwe en het onkruid, na de gelijkenis tevens de uitleg aangereikt. Je zou zeggen dat daarmee alles klip-en-klaar is. Wat valt er over zo’n tekst nog te zeggen?
De Tien Geboden, of Tien Woorden, zijn gesproken door God op de berg Horeb. Volgens de Mechilta de-rabbi Ishmael, één van de oudste werken van de midrasj, heeft Israël de Tora, de wet van Mozes, ontvangen in de woestijn en niet in het Beloofde Land, omdat er anders onenigheid zou ontstaan onder de stammen. Dan zou de ene stam zeggen: De Tora is gegeven in mijn gebied, en een andere: Nee, dat was in mijn gebied. Daarom is de Tora in de woestijn gegeven, in het openbaar, in gebied dat van niemand is (Mechilta Bachodesh, hoofdstuk 5, 92-98).
Bij Exodus 20,1-17 en Johannes 2,13-25 In de tijd van de tweede tempel, dus ook in de tijd van Jezus, waren de tien woorden onderdeel van de dagelijkse morgenliturgie in […]
Vandaag is aan de orde de aankondiging van de tiende slag of plaag. Zonder de liturgie van Israël is deze tiende slag niet te begrijpen. In de joodse liturgie kende men het offeren van de eerstelingen van het land en de opbrengst daarvan. Alles is immers van de Eeuwige; daarom wordt een tiende van alles teruggegeven. Van het land bij het eerstelingenoffer van de gerst (Pesach) en de tarwe (Pinksteren), en van de dieren en de mensen – alleen moest bij de mensen de eerstgeborene worden losgekocht door het offeren van een dier.
Bij 1 Samuel 3,1-10(18) en Marcus 1,14-20 Goed nieuws, dat is wat de christengemeenschap waartoe Marcus behoort wil brengen. Een uitdaging in een tijd dat een vreemde mogendheid het Beloofde […]
Bij Jesaja 60,1-6, Psalm 72, Efeziërs 3,2-3a.5-6 en Matteüs 2,1-12 Je staat altijd op om iets te doen (vgl. Jes. 60,1). Wat gaat hier dan gedaan worden? Jeruzalem zal iets […]
‘Eens zal de dag komen (…)’ (Micha 4:1). ‘Het zal zijn in het laatste der tijden (…)’ – we zingen ervan (Liedboek 2013, 447), het klinkt altijd hoopvol. Zeker in de Adventstijd. We koesteren de hoop, we voeden de verwachting dat het goed komt, dat alles goed zal zijn. In allen. God en wij. Waarop is die hoop gegrond? Kwestie van positief denken? Willen is kunnen? God moet er meer moeite voor doen. Het is niet zomaar een belofte, maar een ommekeer.
Dit hoofdstuk schetst een groots moment in het bestaan van het Joodse volk: de voorlezing van de Tora onder leiding van priester en schriftgeleerde Ezra. Ezra speelt hier de rol van zijn leven, hij mag de Tora aanbieden aan het volk. Waarom hij, en waartoe die grootse scène?