Menu

Collectie

De eerste dag

Over De Eerste Dag lees je meer op de landingspagina van De Eerste Dag.

Premium

‘Ik ben de weg naar de Vader’

Johannes 14:1-14 is een onderdeel van Jezus’ afscheidsgesprekken met zijn leerlingen tijdens hun laatste maal samen, voordat Jezus gekruisigd – voor Johannes: verheerlijkt – zal worden. De spanning in het Evangelie tussen wat Johannes beschrijft (een vreselijke dood) en hoe hij dit duidt (als verheerlijking, het gaan naar de Vader), is alleen vanuit een paasperspectief te verstaan en in de Paastijd op zijn plaats. Wat de vernedering van de Messias leek, bleek Gods begin van een vernieuwde schepping. Vóór Pasen was dat nauwelijks voorstelbaar, na Pasen is er wel de ervaring van de verrijzenis, maar is het nog een hele opgave om die te doorgronden.

Premium

‘Ik ga heen en kom tot jullie’

De gemeente voor wie Johannes zijn Evangelie schrijft, zit er als het ware stiekem bij in de zaal waar Jezus met zijn leerlingen maaltijd houdt (Johannes 13-17). Ze hoort en verstaat zijn woorden tot de leerlingen als ook tot háár gesproken. Vijftig jaar na Jezus wacht zij op Hem, op zijn komst. Wat ze in handen heeft: slechts verhalen óver Hem. Onvergelijkelijk prachtige verhalen, maar verhalen. Waar is Hij zelf? Hoe herkenbaar voor de gemeente anno 2020.

Premium

‘Ik stel U tot een licht der volken’

Jezus hoorde ‘dat Johannes overgeleverd was’ (Mat. 4,12). Door wie en
aan wie is tot nu toe niet vermeld. Johannes treedt in hoofdstuk 3 op
als prediker in de woestijn. Hij verkondigt de nabijheid van het Koninkrijk van God en roept op tot bekering: tot toewending tot Hem
in wie hij dat koningschap van God ziet aangebroken. Vervolgens is
hij het ook die Jezus doopt in de Jordaan. En nu dan, in 4,12, blijkt
Johannes te zijn overgeleverd en lijkt het erop dat Jezus de grond
onder zijn voeten te heet voelt worden

Premium

‘Jeruzalem, dat de profeten doodt’

Een profeet is geen toekomstvoorspeller, maar, zoals het Griekse werkwoord prophèmi aangeeft, ‘iemand die spreekt namens’. In de Bijbel is een ware profeet iemand die spreekt namens de Eeuwige. Vandaag drie lezingen, waarin Jeremia, Jezus en Stefanus optreden als profeten. Jezus en Stefanus worden erom gedood, Jeremia verdwijnt naar Egypte. De eerste verzen van Psalm 31 zouden hun gezamenlijk gebed kunnen zijn. Kent onze tijd ook ware profeten en hoe wordt op hen gereageerd?

Premium

‘Maar vernietigen zal Ik het niet’

‘Maar vernietigen zal Ik het niet.’ Deze woorden zijn het enige lichtpuntje in het tekstgedeelte van vandaag. Ze slaan op het land of op de aarde. De Statenvertaling geeft ze tussen haken weer: ‘(doch Ik zal geen voleinding maken)’ (4,27; vgl. 5,10.18). Jeremia verkondigt de net-niet-totale ondergang. Dat roept bij ons meteen de vraag op: is er redding mogelijk uit dit Armageddon? Geen vreemde vraag op Palmzondag, als we Hosanna roepen: ‘Red toch!’

Premium

‘Met veel vrezen en beven’

De Korintiërslezing van deze zondag is een kleine alinea uit een lange brief, een klein stukje van een groot betoog. Door erop in te zoomen, staan we stil bij zinnen die niet als een zelfstandig geheel zijn bedoeld. We onderbreken Paulus terwijl hij zijn punt nog lang niet heeft gemaakt. Zodra een betoog op schrift staat, zijn we vrij om er op deze manier mee om te gaan. Maar het is goed om te bedenken dat we dan wel onze eigen accenten creëren: een tussenzin uit een betoog wordt ingelijst als een zelfstandige waarheid.

Premium

‘Mijn juk is zacht en mijn last licht’

‘Juich, Sion – de koning van God is in aantocht,’ roept Zacharia. Zittend op een bescheiden rijdier draagt Hij gerechtigheid en zege, strijdwagens en paarden verjaagt Hij. Wereldwijd brengt Hij vrede. De psalm roept op tot lof aan God om zijn grote en goede daden – ook aan kleine en gebukte mensen (145:14-16). De apostel schrijft aan de Romeinen hoe mensen die zich toevertrouwen aan de Heer vrij zijn tot gerechtigheid, geen slaaf meer van de zonde. Leven, niet meer de dood is hun deel.

Nieuwe boeken