Het virus van de trottelziekte
De meeste mensen deugen, maar zijn ook geneigd tot alle kwaad. Daarom sluiten we de gevangenissen niet. Met vallen en opstaan moet de politiek met die ‘verdorvenheid’ leren omgaan. Hoe? […]
De meeste mensen deugen, maar zijn ook geneigd tot alle kwaad. Daarom sluiten we de gevangenissen niet. Met vallen en opstaan moet de politiek met die ‘verdorvenheid’ leren omgaan. Hoe? […]
Bij Matteüs 17:1-9 en Exodus 24:12-18 De plaats die de evangelist aan het visioen van Jezus’ transfiguratie geeft, is van belang voor de uitleg ervan. De Heer staat op het […]
Bij Openbaring 1,12b-20 (en Genesis 28 en Lucas 24) Het leesrooster voert ons dit jaar van Pasen naar Pinksteren in grote stappen door het boek Openbaring. We moeten het fragment […]
Jezus heeft gehoord dat Johannes vermoord is. Hij ‘wijkt uit’ met een schip en wil alleen zijn. Het in het Grieks gebruikte woord anachooreoo heeft voor mij de klank van zich uit de voeten maken. De grond daaronder wordt Hem te warm. Hij voelt de hete adem van Herodes in zijn nek.
Bij Hebreeën 10,19-25 en Lucas 23,38-47 of Lucas 23,44-47 De vernietiging van de tempel heeft een enorme impact gehad op joden en joodse christenen. Een hele geloofspraktijk is voorgoed onmogelijk […]
De joods-feministische theologe Melissa Raphael schreef over ‘het vrouwelijke gezicht van God in Auschwitz’. Geeft haar boek antwoord op de eeuwige vraag hoe het bestaan van God te rijmen is […]
Bij Johannes 1,1-14 De kerkelijke tradities rond Kerst laten enorme verschillen zien, bijvoorbeeld in het aantal kerkdiensten, maar ook in de decoratie van de kerk rond deze tijd. Ik sta […]
Teksten over vasten en verootmoediging staan centraal bij het begin van de Veertigdagentijd. Dat mag wel programmatisch genoemd worden voor deze periode. Het gaat hierbij vooral om de vraag hoe de mens zich moet verhouden tegenover God. Niet manipulatief, maar met een oprechte en deemoedige houding. De achterliggende intentie bij de praktijk van het vasten of bidden is van doorslaggevend belang. Met welke bedoelingen gedraagt iemand zich als een religieus persoon, en welke innerlijke motieven spelen een rol?
Als Jozef alleen is met zijn broeders begint hij luid te wenen (Hebr.: bakhah). Dan vraagt hij aan zijn broeders: ‘Leeft mijn vader nog?’ (Genesis 45:3). Deze vraag is opmerkelijk, aangezien Jozef dat al weet. Hij heeft dat kunnen opmaken uit het pleidooi van Juda (44:18-34) die zegt: ‘Wij hebben een oude vader’ (44:20). Juda noemt wel het sterven van zijn vader, maar doelt daarmee op wat zou kunnen gebeuren als hij zonder Benjamin, de jongste broeder, zou terugkeren (44:22.31).