In het verborgene
In Joël 2 en Psalm 57 is sprake van angst voor een dreiging. In Joël 2 bestaat de dreiging uit de naderende legermacht van Alexander de Grote; in de psalm uit ‘Saul’, de door het volk ‘gevraagde’ koning die David wil verdelgen. In de spelonk – als een prelude op het ‘verborgene’ uit Matteüs 6 – bevindt David zich letterlijk met de rug tegen de muur. Maar hij is tegelijk veilig nu dit ‘verborgene’ hem aan de waarneming van Saul onttrekt. Vanuit dat besef wordt in de psalm vanuit het dieptepunt de lof ingezet.