Wie niet tegen u is, is vóór u
Bij 1 Koningen 19,19-21 en Lucas 9,51-62 In Lucas’ getuigenis zijn we aanbeland bij het moment waarop Jezus zijn weg naar Jeruzalem gaat. Maar daar gaat wel wat aan vooraf. […]
Bij 1 Koningen 19,19-21 en Lucas 9,51-62 In Lucas’ getuigenis zijn we aanbeland bij het moment waarop Jezus zijn weg naar Jeruzalem gaat. Maar daar gaat wel wat aan vooraf. […]
Bij Johannes 10,11-16 Gesprek De kinderen mogen naar voren komen. Heeft de kerkklok vanmorgen geluid? De kerkklok riep je naar de kerk. Door welke dingen kun je ‘geroepen’ worden? (Telefoon, […]
Het grootste deel van hoofdstuk 8 van het Johannesevangelie bestaat uit een lang gesprek. De gesprekspartners zijn Jezus en ‘de Joden’ (8:22.31.48.52.57). Deze twee hoeven niet volstrekt tegenover elkaar geplaatst te worden, zoals blijkt uit 8:31. Daar spreekt Jezus tot de Joden die in Hem zijn gaan geloven. Maar verder wordt het gesprek toch vooral gekenmerkt door een scherpe discussie rond de vraag wie vader van wie is.
Wie wij zijn Bij Jesaja 43,9-12 en Matteüs 5,13-16 Het overkoepelende thema, zoals gesuggereerd door beide teksten, is de identiteit van de gelovigen. Deze vijfde zondag na Epifanie biedt gelegenheid […]
In het gemeenschappelijk leesrooster komen de teksten met de eerste lijdensaankondiging en de daaropvolgende uitspraken over navolging maar mondjesmaat aan bod. Maar wat als we deze teksten – aan het begin van een nieuw kerkelijk seizoen – eens het volle pond geven?
Lucas 14,11 Hoe gaat dat liedje ook alweer? ‘Kijk eens om je heen, kijk eens om je heen. Geef elkaar een hand, je bent niet alleen.’ We kunnen het even […]
Bij Jesaja 5,1-7, Psalm 80,9-20 en Matteüs 21,33-43(46) De lezingen van vandaag laten ons kijken naar een wijngaard en een wijnstok. Een landeigenaar omringt zijn aanplant met alle mogelijke zorg, […]
Wie als kind van Abraham benoemd wordt, weet zich deel uitmaken van een eeuwenlange traditie van goddelijke ontferming en beloften. Wie tot de kinderen van Abraham gerekend mag worden, is een terugkerende discussie door het Lucasevangelie heen en wordt in Lucas 19 verbonden met Jezus’ identiteit als Mensenzoon.
In elke generatie zijn er mensen die zichzelf en anderen vragen: ‘Mens, waar ben je?’ Met het stellen van deze vraag, en met de daden die daaruit volgen, gaan zij het onrecht te lijf en streven zij heelheid na.