Menu

Collectie

Tijdschriften

Premium

De eenheid bewaren

In Exodus 19,1-11 klinken woorden die te maken hebben enerzijds met Gods heilsdaden, anderzijds met het antwoord van mensen op die heilsdaden. ‘Met eigen ogen hebt gij gezien hoe Ik ben opgetreden tegen Egypte’ (19,4). Eerst wordt gesproken over Gods handelen in de geschiedenis, hoe Hij zijn oog heeft laten vallen op dat ene volk. Maar tegelijk wordt ook van dat volk iets gevraagd. Niet ‘teruggevraagd’. Dat zou inhouden dat we werken met het principe: voor wat hoort wat. Neen, van de mens, van het volk wordt gevraagd dat men het verbond zal onderhouden.

Premium

De eerste slag: water wordt bloed

Magie hoort bij de religiositeit van Egypte. JHWH sluit zich hierbij aan met grote wonderen en tekenen (7:3) die vaak de tien plagen worden genoemd. Vanuit het Hebreeuws is de vertaling ‘tien slagen’ beter. Het gaat immers om het Hebreeuwse werkwoord nakhah (hif.: slaan) dat in onze perikoop driemaal voorkomt (7:17.20.25). Wij horen hoe Mozes en Aäron zich eerst moeten bewijzen tegenover de wijzen, de tovenaars en de magiërs van Egypte (7:8-13) en hoe vervolgens de eerste slag in Egypte plaatsvindt (7:14-25). Het hart van Farao blijkt onvermurwbaar.

Nieuwe boeken