De duif
De duif Bij Matteüs 3,13-17 Verhaal Afhankelijk van de leeftijd en spraakzaamheid van de kinderen kun je dit verhaal vertellen met of zonder de gespreksvragen. In heel veel kerken is […]
De duif Bij Matteüs 3,13-17 Verhaal Afhankelijk van de leeftijd en spraakzaamheid van de kinderen kun je dit verhaal vertellen met of zonder de gespreksvragen. In heel veel kerken is […]
‘Ik deel met hen mijn ideeën en gevoelens die ik heb en ik hoop enigszins zijn of haar interesse in de hele onderneming in vlam te zetten. Dan reageert hij […]
In Exodus 19,1-11 klinken woorden die te maken hebben enerzijds met Gods heilsdaden, anderzijds met het antwoord van mensen op die heilsdaden. ‘Met eigen ogen hebt gij gezien hoe Ik ben opgetreden tegen Egypte’ (19,4). Eerst wordt gesproken over Gods handelen in de geschiedenis, hoe Hij zijn oog heeft laten vallen op dat ene volk. Maar tegelijk wordt ook van dat volk iets gevraagd. Niet ‘teruggevraagd’. Dat zou inhouden dat we werken met het principe: voor wat hoort wat. Neen, van de mens, van het volk wordt gevraagd dat men het verbond zal onderhouden.
Het zijn lastige lezingen voor deze zondag. Ze zullen ongetwijfeld de discussie over echtscheiding losmaken. Maar gaat het alleen daarover? Maleachi spreekt in zijn tijd de priesters aan, en mannen die een gemengd huwelijk hebben gesloten. In de tweede lezing weet Jezus in een gesprek met farizeeën hun vraag over echtscheiding om te buigen naar een verrassende kern. Terwijl de psalmist Gods grootheid bezingt.
Bij 2 Koningen 4,18-21(22-31)32-37 en Marcus 1,29-39 Waar God aan het werk is, gebeuren soms wonderlijke zaken. Juist aan dat wonderlijke herkennen mensen dan dat iets van God aan het […]
Bij Genesis 8,6-16, 1 Petrus 1,3-9 en Johannes 20,19-31 We lezen uit de eerste Petrusbrief vandaag. In de epistellezing, maar ook in de vanouds bekende introïtus van deze zondag: Quasi […]
Na twee jaar overleg en afwachten deed ik in 2016 intrede als LHBT-predikant in de Protestantse Kerkte Amsterdam. Het Gay en Lesbian Klassiek Koor Amsterdam (Galakoor) zong en ik ontving een bijzondere zegen van drie voorvrouwen uit de brede LHBT-beweging.
Magie hoort bij de religiositeit van Egypte. JHWH sluit zich hierbij aan met grote wonderen en tekenen (7:3) die vaak de tien plagen worden genoemd. Vanuit het Hebreeuws is de vertaling ‘tien slagen’ beter. Het gaat immers om het Hebreeuwse werkwoord nakhah (hif.: slaan) dat in onze perikoop driemaal voorkomt (7:17.20.25). Wij horen hoe Mozes en Aäron zich eerst moeten bewijzen tegenover de wijzen, de tovenaars en de magiërs van Egypte (7:8-13) en hoe vervolgens de eerste slag in Egypte plaatsvindt (7:14-25). Het hart van Farao blijkt onvermurwbaar.
Over enkele dagen vieren we Hemelvaart, het begin van de tijd waarin Jezus niet meer fysiek en zichtbaar bij zijn volgelingen verblijft. De vraag van Judas die aan de evangelielezing voorafgaat, verwijst naar deze tijd: ‘Hoe komt het dat U zich aan ons zult tonen, maar niet aan de wereld?’ (Joh. 14,22). Het antwoord: de liefde voor Jezus overwint de fysieke afstand. Deze liefde zorgt ervoor dat de Vader en de Zoon bij de gelovige wonen. Het hemelse Jeruzalem is voor hem niet meer toekomstig en de woorden van Jezus geen verleden.