Menu

None

Collectieve eenzaamheid

Maandag, tijd voor een column. Deze week opent Jan Martijn Abrahamse de week met een laatste reflectie op de staat van de samenleving.

Jan Martijn Abrahamse

“Ons ware zelf ligt in de mate waarin mijn ik weer leert wij te worden.”

Je kent ze wel van die ontluisterende berichten op nos.nl dat iemand al 10 jaar dood achter diens voordeur ligt zonder daadwerkelijk gemist te worden. De buren hadden inderdaad al een tijdje niks meer vernomen, lees je vervolgens. Ergens zijn dit soort berichten de ‘kanarie in de kolenmijn’ van onze samenleving. Collectieve eenzaamheid. De coronajaren hebben de problematiek indringend onder de aandacht gebracht.

4 op de 10 Nederlanders geven aan ‘eenzaam’ te zijn, berichtte het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) in september.[1] Ook in de kerk blijkt de eenzaamheid groot.[2] Ik wil deze laatste bijdrage in mijn serie van vijf columns over de publieke uitdagingen voor kerk en theologie, eindigen met de grote paradox van onze tijd. Namelijk dat we, in een tijd waarin we via allerlei kanalen ‘meer verbonden zijn dan ooit,’ zo ontzettend alleen blijken te zijn – samengevat in Banksy’s confronterende graffiti waarin een jongen en meisje elkaar innig omhelzend, in wezen negeren, doordat ze beiden op hun telefoon kijken.

'Mobile lovers' by Banksy [photo credit Dunk/Flickr]
‘Mobile lovers’ door Banksy (foto: Dunk/Flickr)

‘Waarom heeft u mij verlaten?’

Psychiater Esther van Fenema schreef onlangs Het verlaten individu (2022) over onze tegenwoordige verlatenheid, dat nota bene opent met die vraag van Christus: “‘Eloï, eloï, lama sabachtani?’ […] ‘Mijn God, mijn God, waarom heeft u mij verlaten?’” (Marcus 15:34; Matteüs 27:46) Van Fenema verklaart ons collectieve gevoel van  ‘verlatenheid’ door veel van de onderwerpen die ik de afgelopen tijd heb besproken, zoals het gebrek aan zingeving, consumptiedrang, en een overvloed aan informatieprikkels, gecombineerd met een zeer competitieve samenleving. “We hebben ons door de naoorlogse ontzuiling en individualisering ontdaan van klemmen, structuren en dogma’s. Dat bevrijdt, maar heeft ook een keerzijde.” De bevrijding van het ik uit de groep, heeft tot gevolg, schrijft ze, dat iedereen zichzelf ‘god’ waant in zijn project van zelfontplooiing. Zonder God is er niemand meer om verantwoording aan af te leggen, iets of iemand die het ik begrenst, noch iemand die troost en vergeeft, iemand die je dankbaar kunt zijn.

De Britse socioloog Anthony Giddens in zijn lezenswaardige Modernity and Self-Identity (1991) typeert ons moderne zijn met de term de ‘reflexive self’: laatmoderne mensen (zeker de millennial generatie en daarna) zijn geneigd voortdurend op zichzelf te reflecteren: “Wil ik dit, kan ik dit, past dit mij, kan het ook anders?”[3] Ons ware zijn ligt namelijk ergens binnen ons.

Zonder God is er niemand meer om verantwoording aan af te leggen, iets of iemand die het ik begrenst, noch iemand die troost en vergeeft, iemand die je dankbaar kunt zijn.

Zou het kunnen dat we onze identiteit in gezamenlijkheid hebben verwaarloosd doordat we onze identiteit te exclusief met onze ‘binnenkamer’ hebben verbonden. Alasdair MacIntyre bekritiseerde ons westerse individualisme krachtig in zijn klassieker After Virtue (1981): “Het verhaal van mijn leven is altijd ingebed in het verhaal van die gemeenschappen waaraan ik mijn identiteit ontleen.”[4]

Collectieve eenzaamheid is een verlies aan collectieve identiteit. Dat mijn ‘ik’ niet slechts een project is dat ikzelf moet verwezenlijken (de ‘bv ik’), maar ook iets dat ik ontvang vanuit het verleden, mijn familie om mij heen, de plek waar ik opgroei en de kringen waarin ik beweeg. De hedendaagse herzuiling langs socio-economische-, gender- en etnische linies, die zich toont in een identiteitsstrijd, is misschien ook een nieuwe zoektocht naar identiteiten die groter zijn dan mijn ik.

Evangelicalisering parallel aan subjectivisme

Collectieve eenzaamheid is wellicht het logische gevolg van een samenleving waarin we te hard hebben geroepen dat iedereen ‘zichzelf moet zijn.’ Charles Taylor schreef in de jaren 90 al dat authenticiteit in de laatmoderniteit een moreel imperatief is geworden: gij zult uzelf zijn. Natuurlijk heeft dit veel goeds gebracht, zoiets komt niet zomaar op; het stelde mensen in staat om andere beroepen op te pakken dan hun ouders, om te gaan studeren waar dit eerder niet in de lijn van verwachting lag, en andere levenskeuzes te maken dan passend bij de levensovertuigingen waarin ze opgroeiden. Kortom, het subjectivisme dat onze cultuur bestempeld heeft wel degelijk een bevrijdend element – wat Van Fenema ook noemt.

De evangelicalisering binnen het protestantisme is hiervan de binnenkerkelijke parellel. Hierdoor mag je immers ‘komen zoals je bent.’ Een spiritualiteit met een grote nadruk op het maken van een individuele keuze, persoonlijke beleving, en een kritische verhouding tot het instituut kerk. Ook het evangelicalisme heeft een generatie ‘bevrijd’ van een klemmende kerk en een manier gegeven om op een eigentijdse en eigen manier hun geloof vorm te geven.

Ik ben wat dit betreft een typische millennial die moeite heeft zich te verbinden, zowel in de familie als in de kerk

Tegelijk moet worden gezegd dat het emancipatoire narratief van ‘jezelf moeten zijn’ veel te eenzijdig is. Het berooft mensen van datgene dat ze onderdeel maakt van gemeenschappen als familie, een straat of woonwijk, sportverenigingen of een kerk. Daar waar we juist ook gezinslid, bewoner, burger of lid kunnen en soms moeten zijn. Dat geldt helemaal voor die de groepen die we niet zelf kiezen of die ons niet natuurlijk passen en botsen met ons zelfverstaan; juist op die plekken leren we vaardigheden die ons helpen te verbinden met ‘anderen’.

Onze collectieve eenzaamheid is mogelijk ook daarin gelegen dat we het steeds lastiger vinden om ons onderdeel te voelen doordat we altijd wel redenen hebben om ons ergens ‘niet thuis’ te voelen. Tegen dat laatste ben ik zelf ook aan gelopen. Ik ben wat dit betreft een typische millennial die moeite heeft zich te verbinden, zowel in de familie als in de kerk. Gemakkelijk neem ik de outsider positie in, en bekijk ik de groep waarin ik beweeg in plaats van mee te doen. Mijn evangelische achtergrond, waarin taal voor de collectieve elementen van christelijk geloven en kerkzijn goeddeels ontbreekt, helpt dan niet.

De groep als gegeven

Toch heb ik ook de bevrijdende werkelijkheid ervaren van ‘je onderdeel weten.’ Niet door voortdurend te reflecteren of het wel past of fijn is, maar door de groep als een gegeven te zien. Ons ware zelf ligt in de mate waarin mijn ik weer leert wij te worden. In deze tijd van collectieve eenzaamheid moeten we ons daarom, zo meen ik, herbezinnen op de betekenis van de doop. Niet als middel tot zelfexpressie of geestelijke zelfontplooiing, maar als handeling van de gemeenschap die individuen opneemt in een nieuw wij. Dat vraagt ons om de doop niet te reserveren voor volwassenen, of individuen die hun persoonlijke geloof kunnen uiten en ‘gekozen hebben,’ maar te bedienen aan hen die ons worden toevertrouwd door geboorte en voor wie de kerk een gegeven is. De doop herinnert ons dat wij onze identiteit niet zelf maken, maar dat deze ons geschonken wordt.

Jan Martijn Abrahamse is docent-onderzoeker systematische theologie en ethiek aan de Christelijke Hogeschool Ede en aan het Baptisten Seminarium in Amsterdam. Van hem verschenen bij KokBoekencentrum Breekbaar halleluja (2018) en samen met Adriaan Baan, Stanley Hauerwas (2022).

Noten

[1] https://nos.nl/artikel/2446395-cbs-vier-op-de-tien-nederlanders-voelen-zich-eenzaam.

[2] https://www.nd.nl/geloof/geloof/1143781/eenzaam-in-de-kerk-na-de-dienst-is-iedereen-druk-met-familie.

[3] Anthony Giddens, Modernity and Self-Identity: Self and Society in the Late Modern Age (Cambridge: Polity, 1991), 32.

[4] Alasdair MacIntyre, After Virtue (Notre Dame: Notre Dame University Press, 1981), 221.

Jan Martijn Abrahamse

Je kent ze wel van die ontluisterende berichten op nos.nl dat iemand al 10 jaar dood achter diens voordeur ligt zonder daadwerkelijk gemist te worden. De buren hadden inderdaad al een tijdje niks meer vernomen, lees je vervolgens. Ergens zijn dit soort berichten de ‘kanarie in de kolenmijn’ van onze samenleving. Collectieve eenzaamheid. De coronajaren hebben de problematiek indringend onder de aandacht gebracht.

Dit is een inspirerend boek over de pelgrimspsalmen. Psalm 120 tot en met psalm 134 zijn liederen voor mensen die op de een of andere manier onderweg zijn. Ze verwoorden alle menselijke emoties, en vertellen verhalen over o.a. hoop (psalm 122), vreugde (psalm 126), teleurstelling (psalm 131) en vriendschap (psalm 133). Op een diepgaande, toegankelijke manier toont Jan Martijn Abrahamse de actualiteit van deze eeuwenoude teksten en de lessen die we er uit kunnen trekken.

breekbaar halleluja

Wellicht ook interessant

Je ziet drie mannen in beeld. Een van de mannen verzorgt een gewonde tweede man en een derde man loopt snel weg.
Je ziet drie mannen in beeld. Een van de mannen verzorgt een gewonde tweede man en een derde man loopt snel weg.
Basis

Als we niet oppassen, neemt het systeem ons te grazen

Onder tijdsdruk haastten theologiestudenten zich voorbij een hulpbehoevende man om op tijd een preek te kunnen houden over de barmhartige Samaritaan. De verwachtingen van het systeem – het niet teleurstellen van de professor – wonnen het van de zorg voor de kwetsbare. Dit experiment uit 1970 is nog altijd relevant, stelt Matthijs den Otter, want AI dreigt ons leven steeds verder te systematiseren. Hoe hiermee om te gaan? Matthijs vindt tips in de filosofie van Hauerwas.

Uitsnede uit de cover van Op de school van het lijden
Uitsnede uit de cover van Op de school van het lijden
None

Thema: School van het lijden

Hans Alderliesten werkt bij Movisie als senior onderzoeker op het gebied van dementie. In zijn werk staat de vraag centraal hoe mensen, ook wanneer zij te maken krijgen met kwetsbaarheid, ziekte of verlies, volwaardig kunnen blijven meedoen aan de samenleving. Hij beschouwt dementie niet alleen als een zorgvraagstuk, maar vooral ook als een samenlevingsvraagstuk. Daarnaast doet hij promotieonderzoek aan de Erasmus Universiteit Rotterdam naar leiderschap bij de filosoof Augustinus. Hij publiceert over menselijke waardigheid, kwetsbaarheid en de betekenis van klassieke denkers voor actuele maatschappelijke vraagstukken. In zijn nieuwste boek, Op de school van het lijden, brengt hij Augustinus en Job met elkaar in gesprek over lijden, verlies en de kunst van het leven. Elsbeth gaat in deze aflevering in gesprek met Hans Alderliesten.

Portret van David Iboma, buiten voor een groene achtergrond
Portret van David Iboma, buiten voor een groene achtergrond
Basis

“Zoek de eeuwige prijs”

David Iboma, Belg met Congolese roots, werd geboren in 1994 in Kinshasa, Congo. Met zijn ouders en broer reisde hij de eerste jaren van zijn leven door Afrika waar zijn vader werkte als zendeling. Als kind kwam hij aan in Antwerpen, en werkte zich op tot voetballer op hoog niveau. Vandaag zet hij zijn levenservaring in om jonge mensen – veelal kinderen van immigranten en ook met een moslimachtergrond – te begeleiden en inspireren. Vaak via sport, en altijd met de Bijbel in de hand en in het hart. Martine Meijers ging met hem in gesprek.

Nieuwe boeken