Menu

None

De acht hartstochten: hoe blijven we opmerkzaam?

Interview met Rowan Williams over zijn boek Hartstochten van de ziel

Portret Rowan Williams

In zijn nieuwste boek Hartstochten van de ziel onderzoekt theoloog en voormalig aartsbisschop van Canterbury, Rowan Williams, de diepste drijfveren van de mens. Hij buigt zich over de acht hartstochten zoals opgeschreven in vroegchristelijke teksten: trots, woede, gulzigheid, lusteloosheid, hebzucht, wellust, afgunst en wanhoop. Hoe kunnen we deze neigingen in onszelf opmerken? En hoe leren we ermee omgaan op een manier die ons vrijer maakt? Williams vindt richting in de zaligsprekingen van Jezus en opent zo een nieuw venster op geestelijke groei. Redacteur Maartje Amelink ging met hem in gesprek.

U brengt de acht ‘hartstochten’ of ‘passies’, zoals beschreven door de woestijnvader Johannes Cassianus, in verbinding met de acht zaligsprekingen van Jezus. Hoe kwam u op dat idee?

“Ongeveer vijftien jaar geleden ging ik naar een christelijk-boeddhistische retraite met als thema ‘verstoringen van het zelf’. Daar dacht ik aan de geschriften van Cassianus waarin hij over de acht hartstochten schrijft en realiseerde me dat er ook precies acht zaligsprekingen zijn in het Nieuwe Testament. Het leek me interessant om die teksten naast elkaar te leggen. Misschien, dacht ik, geven de zaligsprekingen ons een beeld van hoe een leven vrij van dwangmatige en verslavende gedragingen eruit zou kunnen zien.”

Veel mensen, met name katholieken, kennen de hartstochten als ‘de zeven hoofdzonden’. Probeert u dit narratief te herschrijven door ‘zonden’ te benoemen als ‘hartstochten’?

“Ja, op een bepaalde manier wel. Ik probeer in ieder geval een positiever beeld te schetsen. Het probleem is dat de hoofdzonden eeuwenlang het beeld hebben geschetst dat er ‘zeven dingen zijn die je niet mag doen’. Maar de vroegchristelijke traditie die ik in mijn boek aanhaal, zegt dat het daar niet om gaat. Het draait niet om verboden, maar om acht innerlijke neigingen die ons gevangen kunnen houden, die onze geest kunnen vastzetten.”

U schrijft dat we moeten leren omgaan met onze hartstochten, er in zekere zin los van moeten komen, zodat we uiteindelijk vrijer kunnen leven. Dit suggereert een sterk geloof in ons vermogen tot zelfbeheersing. Kunnen we onze hartstochten trainen, zoals we ook ons lichaam kunnen trainen?

“Ik geloof dat de woestijnvaders [monniken die in de woestijn leefden in de derde eeuw n.C., red.] ons allereerst oproepen om waar te nemen wat er in onszelf leeft. Ze moedigen ons aan om te observeren wat er vanbinnen gebeurt, om ons bewust te worden van onze instinctieve reacties. Dat is contemplatieve beoefening. Niet door onze emoties te beheersen met de wil – een fout die we vaak maken – maar door onszelf toe te staan om stil te zijn en ‘het water weer kalm te laten worden’, zoals boeddhisten zeggen.

Ze moedigen ons aan om te observeren wat er vanbinnen gebeurt, om ons bewust te worden van onze instinctieve reacties

“Dat vraagt om fysieke en mentale discipline. Het betekent dat we scherp moeten zijn op fantasieën of dromen die de geest willen overnemen. We hebben dagelijkse arbeid nodig, we moeten ons lichaam op een verstandige manier gebruiken, we kunnen de psalmen uitspreken en eenvoudige gebeden, zoals ‘Heer, ontferm U’.”

Wanneer beheersen we onze hartstochten met ‘de wil’? Heeft u een voorbeeld?

“C.S. Lewis, de grote Engelse christelijke apologeet, schreef een passage waarin hij stelt dat we te veel verwachten van de wil. Lewis gebruikt het voorbeeld van iemand die zich voorneemt om het komende uur geen alcohol te drinken. Vervolgens begint hij te piekeren ‘oh God, ik wil drinken, maar ik mag niet drinken, ik mag absoluut niet drinken’, enzovoort. Veertig minuten later, na al dat geworstel, besluit hij uiteindelijk toch maar een drankje te nemen. Het onderliggende punt is: ga iets anders doen, ga in de tuin werken, verander je focus.”

Contemplatieve actie, dus?

“Ja, de heilige Theresia van Ávila legt in haar boeken over gebed uit dat de lijn tussen contemplatie en actie uiteindelijk heel dun wordt, omdat je gaat handelen in een geest van aanwezigheid en stilte. De aandacht en gerichtheid die je hoopt te ontwikkelen tijdens het gebed, vloeien dan over in je dagelijkse taken – een contemplatief persoon kun je herkennen aan de manier waarop hij of zij de afwas doet.”

In oosterse spiritualiteit, zoals het taoïsme, spelen het lichaam en de adem een cruciale rol in het controleren van onze hartstochten. Wat biedt het christendom hierin?

“Helaas hebben we ons in het moderne westerse christendom voornamelijk gericht op de wil; de ideeën van de geest. Maar de vroege oosters-christelijke denkers over wie ik schrijf, wisten juist erg goed wat te doen met het lichaam. Wanneer zij schrijven over ‘Logos’, het Woord, bedoelen ze eigenlijk iets dat sterk lijkt op ‘de Tao’ uit het taoïsme – de zoemende klank die alles doordringt. Ze ervaren een bepaalde harmonie in het universum en streven ernaar om ‘in de juiste toonhoogte’ mee te zingen. Ik denk dat dit idee diep verankerd is in het vroege oosterse christendom: dat onze vrijheid en waardigheid als mensen het meest tot vervulling komen als we harmonieus ‘meezingen’ met het universum.”

Ze ervaren een bepaalde harmonie in het universum en streven ernaar om ‘in de juiste toonhoogte’ mee te zingen

U schrijft in uw boek dat we alleen kunnen ‘in- en uitademen binnen en vanwege Gods diepe in- en uitstromen’ in ons.

“Ja, het idee is om het ritme van je eigen ademhaling te volgen, het centrum van je lichaam te vinden en de woorden van je gebed mee te laten voeren op de uitademing. Dit zal bekend zijn voor mensen die iets weten over boeddhistische meditatie, maar dit alles is ook onderdeel van de vroege oosters-christelijke wijsheid.”

Mensen lijken op zoek te zijn naar dit soort lichamelijkheid, zoals bijvoorbeeld blijkt uit de populariteit van mindfulness in West-Europa.

“Zeker. Een paar jaar geleden, toen ik nog lesgaf aan de University of Cambridge, werd ik gevraagd door de ‘mindfulness-groep’ om een lezing te geven over christelijke meditatie. Veel studenten hadden geen idee dat er in de christelijke traditie iets te vinden is over dit onderwerp. Terwijl er juist veel geschriften zijn, van de zesde of zevende eeuw tot en met de veertiende eeuw, die reflecteren op hoe je je lichaam tot rust kunt brengen en hoe je de juiste lichamelijke houding kunt aannemen om God te benaderen of om God jou te laten benaderen.”

Wat is de juiste lichamelijke houding?

“De adviezen verschillen per discipline, maar ik denk dat het overkoepelende idee is om volledig te leren zien wat zich recht voor je ogen afspeelt. Als je de wereld voortdurend bekijkt met een blik die is vertroebeld door innerlijke angst of verslavende denkpatronen, kun je niet helder zien. Of, in moderne termen: als je constant naar je telefoon kijkt, kun je letterlijk niet zien wat zich recht voor je bevindt. Dus wat als we weer in ons lichaam landen? Zodanig dat je je ogen openhoudt en je hoofd omhoog? Zodat je de mensen die je ontmoet daadwerkelijk ziet, niet zoals je zou willen dat ze zijn, maar zoals ze werkelijk aan je verschijnen, zodat je op ze kunt reageren.”

Als je de wereld voortdurend bekijkt met een blik die is vertroebeld door innerlijke angst of verslavende denkpatronen, kun je niet helder zien

In uw boek laat u zien hoe ‘inhaligheid’ of ‘hebzucht’ in essentie een verlangen naar controle is. We willen bijvoorbeeld controle hebben over ons eigen imago en hoe anderen ons zien.

“Ja, voor veel mensen is het een obsessie om te willen controleren hoe anderen ons zien. We zijn daar druk mee bezig, ik net zo goed als iedereen. Het is iets waar we ons snel door laten meeslepen. Er is een katholieke schrijver uit de zeventiende eeuw die het heeft over ‘oefeningen van berusting’. Stel jezelf de vraag: wat als ik ernstig ziek zou worden en er niets aan kan doen? Wat als ik zou wegglijden door dementie en er niets meer mogelijk is? Wat als ik publiekelijk vernederd zou worden voor iets wat ik had gedaan? Probeer het je voor te stellen en vraag jezelf dan af: hoe erg is dat? Kan ik ermee leven? Zijn boodschap is niet dat je in doemscenario’s moet blijven hangen, maar: vergeet je eigenwaarde niet. Je waardigheid hangt niet af van controledrang, maar van het feit dat je geliefd bent door God.”

illustratie van mannetje met donkere wolk boven zijn hoofd
(Beeld: Nuthawut Somsuk via iStock)

Je zou kunnen zeggen dat we onze hartstochten eerst moeten ervaren om te kunnen weten hoe we er idealiter mee om willen gaan. Denkt u dat we onze passies op een constructieve manier kunnen oefenen via kunst, literatuur of sport?

“Ja, absoluut. Er is een breed scala aan activiteiten die ons hebzuchtige, onrustige, obsessieve ego opzijschuiven. Een vriend van mij schreef onlangs een scriptie over de theologie en spiritualiteit van vrije tijd. Het is interessant om te horen hoe atleten praten over hun lichamelijke betrokkenheid in de sport die ze beoefenen. Ze ervaren een gevoel van focus en bevrijding en benoemen dat ze ‘afgestemd zijn’ op iets dat groter is dan wat je rationeel kunt begrijpen. De hardloper, de voetballer, de zwemmer – allemaal spreken ze over een zekere ‘afstemming’.

De hardloper, de voetballer, de zwemmer – allemaal spreken ze over een zekere ‘afstemming’

“En ja, kunst kan hier zeker ook iets in betekenen. Als je naar een uitvoering bent geweest van bijvoorbeeld Shakespeares King Lear, voel je je na afloop niet alleen ellendig. Je voelt ook dat er iets is weggespoeld; je eigen fixatie op je kleine zorgen, je eigen innerlijke trivialiteiten en je egoïstische obsessies. Hetzelfde geldt voor de tragedie Othello: wat als er geen grenzen worden gesteld aan jaloezie en hebberigheid? Dan vernietigen die hartstochten uiteindelijk datgene waarvan ze houden. Zonder deze grote toneelstukken te willen reduceren tot eenvoudige morele lessen, denk ik dat ze ons zeker dimensies van de mens laten zien waarvan we ons bewust moeten zijn.”

Je voelt ook dat er iets is weggespoeld; je eigen fixatie op je kleine zorgen, je eigen innerlijke trivialiteiten en je egoïstische obsessies

In deze tijd van het jaar luisteren veel mensen naar de Matthäus-Passion. Hier verwijst ‘passie’ naar het lijden van Christus. Lijden wij, op onze eigen menselijke manier, aan onze hartstochten?

“Ja, ik denk dat het belangrijk is om te beseffen dat het woord ‘passie’ in het Grieks en Latijn betekent dat iets je ‘overkomt’, dat je iets ‘ondergaat’. ‘Passie’ verwijst naar gebeurtenissen waarin we volledig overgeleverd zijn aan de omstandigheden. Zo is de ‘Passie van Christus’ dat wat Christus ondergaat, dat wat Hem overkomt.
“Als we naar de Matthäus-Passion luisteren, is dat puur op zichzelf al een buitengewone verkenning en ervaring van de emoties die in ons worden opgeroepen door de muziek. We worden blootgesteld aan de diepte van onze gevoelens. Muziek is daarin niet afhankelijk van rationele ideeën, maar opent eenvoudigweg plaatsen in onze ziel, die ver voorbij de hartstochten gaan.”

Lees hier de Engelse versie van dit interview.

Meer lezen?

Boeken

Cover Hartstochten van de ziel
De weg van Benedictus
Geloof in de publieke ruimte
Cover Mystieke perspectieven in Bachs Matthäus-Passion

Artikelen

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken