De directe weg van het Marcusevangelie
Bij Marcus 1,1-11(13)
Het creatieve van Marcus is dat hij als eerste de zeer uiteenlopende traditiestof van het Oude Testament verwerkt tot een doorlopend verhaal van wat Jezus deed en leerde, vanaf zijn doop door Johannes tot aan zijn kruisdood en begrafenis. Marcus is geen biograaf, maar een verkondiger. Hij maakt Jezus zelf tot eerste verkondiger van dat evangelie (zie Marcus 1,14).
De eerste zin van de lezing van vandaag is duidelijk genoeg: ‘Begin van het evangelie van Jezus Christus zoals’ (we laten de zin met opzet doorlopen, het Grieks kent geen punten en komma’s) ‘geschreven staat bij de profeet Jesaja’. Kan het duidelijker? Jezus’ blijde boodschap wortelt in die van de profeten. Het woord evangelie zelf ook. We lezen in Jesaja 52,7: ‘Hoe lieflijk zijn op de bergen de voeten van degene die het goede boodschapt, die de vrede doet horen; van degene die goede boodschap brengt van het goede, die verlossing doet horen; van degene die tot Sion zegt: Uw God is koning.’
Is het niet geweldig dat Marcus ons vertelt dat heel de landstreek van Judea en alle inwoners van Jeruzalem naar hem uittrokken? Nee, dat is geen literaire overdrijving. Het heeft te maken met de blijde boodschap waarover Jesaja sprak. Jeruzalem kan getroost worden door de nieuwe boodschap van heel Jezus’ aardse bestaan, voorafgegaan door de verkondiging van de allerminst onbelangrijke Johannes de Doper.
Een betrouwbare getuige
Dat de verkondiging van Johannes betrouwbaar is, wordt ook aangegeven door de fraaie beschrijving van Johannes’ kostuum. Hij gaat gekleed in de uitdossing van de profeet van Gods nieuwe toekomst: Elia. Hij staat daar als vertegenwoordiger van alle profeten van het Eerste Testament, die door hun krachtig getuigenis in woord en daad de komst van Gods Koninkrijk bespoedigden. Aansluitend op die troost die door de profeten de eeuwen door trouw is verkondigd, kan Jezus door Johannes worden gedoopt. En voortbouwend op die doop, op die koppeling aan de traditie van Tenach, van Wet, Profeten en Geschriften, zal Jezus zelf gaan dopen met de heilige Geest. Vervuld van de Geest zal Hij mensen vervullen van die Geest. Ze zullen in de Geest gedoopten zijn, ze zullen niet aarzelen en nieuwe wegen gaan!
Terstond aan het werk
Het woord ‘terstond’ komt in Marcus 1,1-39 acht keer voor: eerst nadat Jezus door Johannnes is gedoopt (Marcus 1,10), waarna de Geest Hem ‘terstond’ naar de woestijn drijft (Marcus 1,12). De leerlingen verlaten ‘terstond’ hun netten en volgen Hem (Marcus 1,18). Als Jezus nieuwe mogelijke volgelingen ziet (de zonen van Zebedeüs) roept Hij hen ‘terstond’ (Marcus 1,20). In Kafarnaüm gaan ze ‘terstond’ naar de synagoge (Marcus 1,21). Het blijde gerucht over Jezus’ activiteiten (de duiveluitdrijving daar ter plekke) gaat ‘terstond’ heel Galilea rond (Marcus 1,28). ‘Terstond’ daarna komen ze in het huis van Simon en ‘terstond’ zegt men Hem hoe ziek Simons moeder is, waarna Hij haar hand vat en haar opricht en de koorts haar verlaat en ze hen gaat dienen (Marcus 1,29-31). Marcus sluit hiermee aan bij het Jesajacitaat: ‘Bereidt de weg des Heren, maakt zijn pad recht.’ Voor ‘recht’ staat in de Griekse grondtekst eutheias, het vrouwelijk meervoud van het bijvoeglijk naamwoord euthus. Maakt zijn wegen ‘direct’ zou een aardige vertaling zijn; de tijd van het kronkelwegen bewandelen dient voorbij te zijn. Nu moeten we recht op ons doel af gaan.
De Jordaan grensrivier
Het Marcusevangelie begint in de woestijn. Maar het gaat om het land achter de woestijn. Het nieuwe land waar God alles in allen kan zijn, waar elk zijn naaste liefheeft en trouw is aan Gods verbond. Voor men dat land binnentrekt is er echter een grens te passeren: de Jordaan. In het Eerste Testament getuigen vooral de boeken Numeri en Deuteronomium op vele plaatsen over het belang van de Jordaan als grensovergang. Mozes begint daar aan zijn laatste oproepen (Deuteronomium 1,1), die om reacties vragen en die voor de voortgang van Gods plannen met Israël en de mensheid bepalend zullen zijn. In het Marcusevangelie wordt het belang van de Jordaan als grensrivier benadrukt.
Johannes is Elia
Degene die Jezus daar doopt is – volgens Marcus overduidelijk – de lang verwachte en nu eindelijk teruggekeerde profeet Elia. Als meerdere van die grote profeet krijgt Jezus te zien en te horen wat niemand anders waarneemt: het openscheuren van de hemel, het neerdalen van de Geest en de stem die uit de hemel klinkt. Aan het eind van Marcus’ evangelie wordt nog een keer over scheuren gesproken, wanneer Jezus aan het kruis sterft. Het voorhangsel van de tempel scheurt van boven naar beneden. Het geheim van Gods aanwezigheid op aarde hoeft dan niet meer met een voorhangsel te worden bedekt. Alles is open: het is nu duidelijk. We kunnen dat ook al in Marcus 1 horen als de hemel openscheurt. Die is niet meer te dichten. Gods Koninkrijk heeft vaste voet op aarde. ‘Gij zijt mijn zoon,’ zegt de Stem. De proclamatie van Godswege van de koning van Jeruzalem uit Psalmen 2 klinkt mee. Maar ook Jesaja 42,1 waar gesproken wordt over de knecht des Heren: ‘Zie hier mijn knecht die Ik mijn steun geef, mijn uitverkorene van wie Ik houd. Ik heb mijn Geest op Hem gelegd.’ Rond deze messiaanse mens zal het Koninkrijk Gods werkelijkheid worden. Jezus zelf staat ‘terstond uit het water op’. Als een nieuwe Mozes kan Hij ons goed voorgaan.
Van de volgelingen zal gevraagd worden dat ze kiezen voor dat nieuwe Koninkrijk. Ze zullen veel moeten loslaten en niet te lang mogen aarzelen. De weg naar het nieuwe land moet onmiddellijk bewandeld worden.
Lees verder in: B. Hemelsoet, Marcus. Verklaring van een bijbelgedeelte. Kampen 1977, 5-20.