Menu

Premium

De familie Groen

Bij Marcus 4,1-9

Meneer en mevrouw Groen doen hun naam eer aan, vinden ze. Meneer Groen werkt bij het ministerie van landbouw. En mevrouw Groen is hoofd van de Gemeentelijke Groenvoorzieningen. Ze hebben het allebei razend druk. Zij hebben bijvoorbeeld geen tijd voor hun tuin. Daar hebben ze iets op gevonden. Hun hele tuin hebben ze volgelegd met grote tegels. Daar heb je geen werk van. En om het nog een beetje op een tuin te laten lijken, staat in het midden een grote pot met een buxus erin.

In de voortuin hebben ze ook problemen. Daar staan bomen waar in de herfst blaadjes van afvallen. Tijd om te harken hebben meneer en mevrouw Groen niet. Bovendien zitten in die bomen vogels die op hun auto’s poepen. En voor auto’s wassen is ook geen tijd. Dus de bomen worden omgehakt en alles wordt met asfalt bedekt. Ziezo. Alleen, helaas, er groeit mos hier en daar. En er komt onkruid op tussen de tegels in de tuin. Maar daarvoor hebben ze onkruidverdelger. Op zondagmiddag zie je meneer Groen in de weer. Hij spuit op elk sprietje en mosje tot alles hartstikke dood is.

De buurvrouw van de familie Groen heeft die problemen niet. Ja, ze heeft het wel vreselijk druk met haar grote schoolklas waar ze juf van is. Maar ze heeft een schaap dat het gras in de tuin kort houdt. Ze knipt af en toe eens een takje weg. Haar tuin staat voor en achter vol bloemen. In de herfst dragen de appel- en pruimenboom veel vruchten, zodat haar hele klas een keer mag komen rapen en ook het schaap aaien.

Op een dag komt een filmploeg de straat inrijden. Het is de filmploeg van het tuinprogramma Wat groeit daar?. Een week later komt het op de televisie. Meneer en mevrouw Groen zitten net uit te puffen op hun strakke leren bank en kijken naar hun enorme flatscreen. Ze zien dat de camera hun straat binnenkomt en inzoomt op hun grote naambord met Familie Groen erop. ‘Deze mensen doen hun naam geen eer aan,’ zegt een stem, terwijl de camera het asfalt laat zien. Snel draait de camera naar het huis van de buurvrouw. En dan gaat het hele programma verder over haar tuin. Over de bloemen en fruitbomen en natuurlijk ook over het schaap!

Liedsuggestie

Bijbelliederen voor jonge kinderen III, 53, J.D. van Laar, Boekencentrum 1992.

Wellicht ook interessant

None

Recensie van Matthijs Schuurman over het boek Drie-eenheid

In 2024 schreef Bram van de Beek een artikel voor een wetenschappelijke encyclopedie over hoe er in de Vroege Kerk werd gedacht over de drie-eenheid. Al vanaf de jaren-’80 is hij actief als hoogleraar. In 1981 volgende hij in Leiden prof. dr. H. Berkhof op als hoogleraar Dogmatiek. In 2000 verhuisde hij naar de Vrije Universiteit, waar hij Symboliek ging doceren. Bij symboliek gaat het om de inhoud van de geloofsbelijdenissen. Ook was Van de Beek bijzonder hoogleraar Systematische theologie aan de Universiteit van Stellenbosch in Zuid-Afrika.

None

Recensie van Matthijs Schuurman over het boek Inferno

Iedereen heeft misschien wel zijn eigen beeld van de hel. Persoonlijk vind ik de hel zelf veel moeilijker voor te stellen dan de hemel. Als ik de hel zou moeten verbeelden, dan zou ik kiezen voor een druk winkelcentrum waar ik eindeloos op en neer ga op de roltrap. Ik ben dan in een drukte van mensen waar ik niet verbonden mee kan raken, omdat die mensen op dat moment allemaal voor zichzelf leven. Een plek waar ik innerlijk alleen maar onrustig kan worden en onrustig zal blijven. Zo stel ik me de hel voor: als een plek waar ik in het leven hier op aarde al niet graag kom. Als ik over het beeld nadenk, ontbreekt een belangrijk element: God Die Zijn oordeel heeft uitgesproken over mijn leven. Dat ik niet zonder reden voor altijd op die roltrap op en neer zal gaan en ik innerlijk gek wordt van de steeds toenemende onrust.

Jan Luyken (1700), Origenes onderwijst zijn studenten.
Jan Luyken (1700), Origenes onderwijst zijn studenten.
Basis

Waarom ‘Eeuwig’ toch niet altijd een goed vertaalwoord is

Enkele publicaties vorig jaar, waaronder het boek “Het einde van de Hel” van Reinier Sonneveld, hebben de eeuwenoude discussie of God alle mensen uiteindelijk zal redden1 weer nieuw leven ingeblazen. Een belangrijk argument tegen de leer dat voor ongelovigen de hel de eindbestemming zou zijn, is dat de Hebreeuwse en Griekse woorden die meestal met “eeuwig” vertaald worden, niet de betekenis “eindeloos” hebben. Dat was aanleiding voor het blad Met Andere Woorden (MAW), een vakblad voor Bijbel en vertalen, om een themanummer uit te geven rondom dit woordje, “eeuwig” en “eeuwigheid”. En, hoewel vertalers zich het liefst op de tekst zelf focussen, ontkom je er niet aan keuzes te moeten maken die aan een dergelijke discussie raken.2 Zo moet een vertaler kiezen of hij meegaat in het zo bekende “eeuwig” en “eeuwigheid”, of in navolging van kritiek en diverse onderzoeken voor een andere weergave kiest. In het themanummer verdedigden enkele artikelen de keuze voor “eeuwig”. In de studievertaling waar ik aan mee mag werken, de Nieuwe Concordante Vertaling (NCV),3 is echter een andere keuze gemaakt. In dit artikel laat ik graag zien waarom “eeuwig” toch niet altijd een goed vertaalwoord is.

Nieuwe boeken