Menu

None

De geestelijke dimensie van gemeenteopbouw

Wandelaar met stok op een pad

In de inleiding op dit themanummer leest u een korte aanduiding van de verschillende artikelen, waardoor al blijkt wat met ‘de geestelijke dimensie’ in de titel wordt bedoeld.

Een kerkelijke gemeente zit al 35 jaar in een neerwaartse spiraal. Als er een nieuwe predikant komt, stelt hij voor om met de kerkenraad en enkele informele leiders in de gemeente een weekendretraite te houden over de toekomst van de kerk. Aan het begin van het weekend zegt de voorganger: ‘Ik weet dat sommigen van jullie hier naartoe zijn gekomen met het idee dat we nieuwe plannen zouden gaan maken. Maar het is, denk ik, goed om dat nu niet te doen. Laten we onze agenda vullen met slechts één punt: het zoeken van de aanwezigheid en de nabijheid van God.’

Het hele weekend staat in het teken van gezamenlijke en persoonlijke eredienst, gebed en bijbelstudie. Sommige deelnemers vasten. Er worden in dat weekend geen ‘zaken gedaan’. Nieuwe plannen en beleidsvoornemens komen er ook niet. Deze terugkeer naar ‘de eerste liefde’ (vergelijk Openbaring 2:4) betekent een omkeer in het bestaan van deze gemeente, hoewel het bepaald niet zonder slag of stoot gaat. De predikant en de kerkenraad krijgen het verwijt dat ze niet slagvaardig zijn en te weinig concrete initiatieven nemen. Maar in dit weekend is wel degelijk een knop omgegaan.

Oefenen in ontvankelijkheid

Deze ervaring brengt ons direct in het hart van dit themanummer. We geloven – om het met een woord uit de Psalmen te zeggen – dat als de Heer het huis niet bouwt, de bouwers tevergeefs zwoegen (Psalm 127:1). Dat klinkt gelovig, maar hoe vertaal je dat geloof nu in je handelen? Als we het wat anders formuleren: hoe maak je ruimte voor de Geest van God?

Geen nieuwe plannen – laten we de agenda vullen met één punt: God zoeken

Dat de gemeente niet maakbaar is, hebben we inmiddels wel ontdekt. Hoe nuttig en vruchtbaar allerlei gemeenteopbouwkundige inzichten ook zijn, we blijken het er niet mee te redden. Meer dan ooit realiseren we ons dat er iets van ‘de Andere Kant’ moet komen om de gemeente toekomst te geven. We zullen ons moeten oefenen in ontvankelijkheid, in handen die geopend zijn naar het Licht.

De inhoud van dit nummer

We lopen de artikelen kort bijlangs. Robert Doornenbal werkt vanuit een woord van Paulus in zijn Brief aan de gemeente van Filippi: ‘Ik bid dat uw liefde steeds meer aan inzicht en fijnzinnigheid wint, zodat u kunt onderscheiden waar het op aankomt.’ Dat is een belangrijke bede, want misschien zullen we meer dan ooit moeten leren te onderscheiden waar het hier en nu op aankomt. Doornenbal geeft hiervoor handvatten.

Marius Noorloos beijvert zich al een leven lang voor geloofscommunicatie. Hij heeft er een mooie omkering voor bedacht: van ABC naar CBA. In het interview dat we met deze nestor hadden, legt hij die omkering uit.

In een volgend artikel benadrukt Nynke Dijkstra dat het wijs en passend is echt aandacht te hebben voor de gaven binnen de gemeente. Soms zijn we meer bezig met de vacatures dan met de gaven die in haar te vinden zijn. Dijkstra wil ons stimuleren om vrijmoedig over die gaven te spreken en te zoeken naar waar een ieder vanuit de eigen begaafdheid kan bijdragen. Kunnen we omschakelen van een vacature-gericht beleid naar een gaven-gericht beleid?

De Geest gaat niet ván de gemeente uit, maar vóór haar uit…

Wilbert van Iperen werd geraakt door de Amerikaanse theoloog Andrew Root. Deze schrijft dat we niet moeten vertrouwen op onze middelen, maar moeten willen wachten op het spreken van God. Het gaat niet om de prestaties van de gemeente. De kerk moet het uiteindelijk niet van zichzelf hebben. Ze leeft van wat ze ontvangt. Vanaf de preekstoel kun je dat gemakkelijk zeggen, maar Root wil het graag ook testen en uitleven in de praktijk van de gemeente. Zouden we de huidige kerkelijke crisis daarmee ook als kans kunnen zien? Dit themanummer wil daarvoor graag de ogen openen.

Een belangrijke spirituele vernieuwing kunnen we ook zien in het missionaire denken en handelen van de gemeente. Het gaat uiteindelijk niet om de missie van de kerk, maar om Gods missie, de Missio Dei. Peter Visser vraagt daar aandacht voor. God is al daar waar de gemeente nog niet is. De Geest gaat niet van haar uit, maar voor haar uit. En wat betekent dat voor missionair gemeente-zijn?

Missionaire praktijken

Verspreid door het nummer hebben we drie korte impressies opgenomen van de zoektocht naar geestelijke vernieuwing. Twee van de drie hebben een missionaire spits. Bij het zoeken naar praktijkverhalen rond geestelijke vernieuwing vroegen we daar niet speciaal naar, maar misschien is het niet toevallig dat we in missionair vaarwater zijn beland. Want misschien ligt in die blik naar buiten wel een belangrijke sleutel voor geestelijke vernieuwing.

Dit themanummer sluit mooi aan bij het vorige waarin de Heilige Geest centraal stond (juni-nummer). We hopen uiteraard dat ook dit nummer zal bijdragen aan een diepere spiritualiteit in de gemeente. Want juist daar ligt een belangrijke kiem voor haar vernieuwing.

Wilbert van Iperen is classispredikant van de Classis Veluwe. Hij is lid van de redactie van Ouderlingenblad.
Sake Stoppels is lector Theologie aan de Christelijke Hogeschool Ede (CHE). En ook hij is lid van de redactie van Ouderlingenblad.


De geestelijke dimensie van gemeenteopbouw
Ouderlingenblad 2023, nr. 7

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken