De grenzen van Israël
Van Abraham tot nu
Een land, een rijk, een gebied, een volk… Wanneer de bijbel over Israël spreekt, moet je je constant afvragen waarover het gaat. Over de nakomelingen van Abraham, Isaak en Jakob? Of het noordrijk, in onderscheid van het zuidrijk Juda? Of het het ideaal van noordrijk en zuidrijk tezamen? Of is het nog iets anders? De combinatie ‘land Israël’ (erets Israël) komt niet zo vaak in de bijbel voor. De eerste keer is 1 Samuel 13:9, en daarna nog drie keer (2 Kron. 34:7, Ez. 40:2, 47:18). Pas na 70 n.Chr. raakt de term in gebruik als benaming voor het ideaal van een eigen land aan de Middellandse Zee. Daarvoor leren we het gebied aan de Middellandse zee kennen als ondermeer Kanaän, Juda en Israël (zonder ‘land’ ervoor) of als simpelweg ‘het land’. Een naam voor het gebied die redelijk ingeburgerd was, is erets ha-Ivrim, het land van de Hebreeërs (Gen. 40:15). Zelfs Josefus en Pausianus gebruiken deze term nog. Dan is echter de naam ‘Palestina’ al de meest gebruikelijke naam voor dit gebied.