Menu

Basis

De jongeman bij het graf

De zeven heilige slapers van Ephese, Russisch icoon (1800-1825), Collectie Museum Krona Uden
De zeven heilige slapers van Ephese, Russisch icoon (1800-1825), Collectie Museum Krona Uden

De evangelist Marcus beschrijft een in het wit geklede jongeman, die de vrouwen vertelt dat Jezus is opgewekt uit de dood. Wie was deze boodschapper? Een originele uitleg verbindt de jongeman aan de christelijke legende van de zevenslapers.

We waren met z’n zevenen, in de grot. Drie jongens en vier meisjes. En dan nog onze hond. In de grot? Wat ik je nu ga vertellen is moeilijk te geloven. Ik weet niet eens of ik het zelf kan geloven. Maar het staat er toch echt, in onze paspoorten: ons geboortejaar, meer dan driehonderd jaar geleden.

Voor mij voelt het als de dag van gisteren, of misschien afgelopen vrijdag, dat we naar de grot gingen. We wílden gewoon niet meer. We waren het zát. Deze samenleving, daar wilden we geen deel meer van uitmaken. Zoveel onrecht. Zoveel oorlog. Zoveel achterdocht. We hadden elkaar gevonden, op school. Uren spraken we met elkaar. Niet zozeer over onze eigen toekomst, maar over de toekomst van onze wereld. Gesprekken aanvankelijk vol optimisme. Maar steeds vaker overwon een gevoel van verslagenheid.

Het verhaal van de zevenslapers gaat terug op een oude Iraanse legende. Er bestaan verschillende versies; ook in de Koran staat een gelijkaardig verhaal. Oude afbeeldingen tonen zeven herders in een grot. Zo ook op deze Russische icoon (1800-1825), waarop Christus Pantocrator (heerser over alles) is afgebeeld boven de zevenslapers.

Afgelopen vrijdag, of nee, driehonderd jaar geleden, overwon het pessimisme. Waar doen we het voor? We gingen naar de grot. Ons verborgen plekje, waarvan niemand in de stad het bestaan wist. We vielen in slaap…

Driehonderd jaar later. Ik geloof dat ik als eerste wakker werd. Was ik wakker? Ik voelde een Aanwezigheid. Het eerste licht van de zondagochtend viel de grot binnen.

‘Wees niet bang’, hoorde ik zachtjes fluisteren. ‘Jullie hebben nu lang genoeg geslapen.’

Ik zag dat mijn vrienden intussen de ogen ook hadden geopend. Het werd steeds lichter om ons heen.

‘Jullie hebben geslapen’, zei de Aanwezigheid. ‘Nu wil ik jullie vragen: in welke wereld wil je wakker worden?’ ‘Ik ken jullie idealen. Ik ken ook jullie somberheid. Mag ik mijn visioen met jullie delen?’ ‘Jullie zullen een teken zijn voor de wereld. Er zal gesproken worden over de verrijzenis op de Laatste Dag en hoe jullie lange slaap daar een voorteken van was. Jullie slapen en jullie wakker worden zal een teken zijn van de overgang van de oude wereld naar de nieuwe wereld.’ ‘Nu wil ik jullie vragen: jullie slaap is een teken, maar ik wil graag zien dat jullie leven ook een teken wordt. Jullie hebben je teruggetrokken in een grot, in een graf. Nu wil ik jullie uitzenden. Jullie zijn jong. Zit niet te wachten tot het moment dat de wereld jullie, jongeren, zal redden. Nee, jullie moeten de wereld redden. Met jullie jeugd, met jullie idealen. Jullie hebben zoveel te geven. Hoe wordt jullie leven een teken, vol van betekenis? Wees niet bang! Ik ga voor jullie uit!’

Jezus, want dat was zijn naam, had gelijk. Onze slaap werd een teken. We worden ‘de zevenslapers’ genoemd en ‘de metgezellen van de grot.’ Maar vooral: ons leven werd een teken. Jezus had zijn visioen met ons gedeeld. Wij deelden zijn én ons visioen met de wereld.

Marc Heemels is pastoor in Eygelshoven en docent Bijbelwetenschappen aan de Priesteropleiding Rolduc in Kerkrade.


Wellicht ook interessant

None

Review Zo leefde Jezus van Raymond R. Hausoul

“Jezus leren kennen in zijn tijd”, zo helder is de opzet van Zo leefde Jezus van Raymond R. Hausoul. In dit boek neemt hij de lezer mee in een ontdekkingstocht naar de cultuur van 2000 jaar geleden, met als doel de wereld van Jezus meer tastbaar te maken.

Met dit project schaart Hausoul zich in een lange traditie van pogingen om Jezus te plaatsen in zijn joodse en mediterrane context. Een lange traditie, maar toch niet zo frequent aangeboord, dus in die zin een meer dan welgekomen studie. Wie vertrouwd is met bijvoorbeeld het Nieuwe Testament met joodse toelichtingen, zal een verwante beweging herkennen: weg van een tijdloze Jezus, terug naar een tijdperk van familiepatronen, dorpsstructuren, eer-schaamtecultuur, tempelpraktijken en rabbijnse discussies. De historische context is hier geen achtergronddecor, maar een gesprekspartner. Zijn behandeling van de Farizeeën is in dat opzicht exemplarisch: geen karikatuur van huichelachtige tegenstanders, maar een genuanceerde schets van een invloedrijke stroming binnen het jodendom, waar Jezus zich tegelijk toe verhoudt en zich tegen afzet.

De opbouw van het boek is overzichtelijk. Hausoul volgt het leven van Jezus in grote lijnen: beginnend bij Jozef en Maria en de geboorte, via zijn jeugd en publieke optreden, tot aan kruis en opstanding. Elk hoofdstuk zoomt in op een aspect van zijn leefwereld: familie, werk, onderwijs, religieuze praktijken, politieke spanningen. Bij veel verklarende passages geeft hij expliciet tekstreferenties; behulpzaam voor wie als predikant graag met de Bijbel open leest.

Hausoul schrijft toegankelijk-devotioneel. Geen droge exegese, maar uitleg die zowel denken als spiritualiteit wil voeden. Opvallend is dat hij niet krampachtig apologetisch te werk gaat. Zo leefde Jezus is geen betoog om elk detail waterdicht te bewijzen, en ook geen bijdrage aan de academische zoektocht naar ‘de historische Jezus’ in strikte zin. Hij laat de tekst tekst zijn, vult die aan met historische en culturele duiding en maakt zo het bijbelse getuigenis aannemelijk zonder het tot bewijsvoering te reduceren.

Op stijlvlak valt vooral de humor op. Hausoul doorspekt zijn boek met milde woordspelingen en knipooghumor. Hoofdstuktitels als CSI Betlehem: het kribbemysterie en vergelijkingen als ‘net zo onvindbaar als een originele sok na een wasbeurt’ zoeken de aansluiting bij de populaire cultuur en onze alledaagse ervaring. Af en toe duikt er een vondst op als ‘macho-moeras’, taal die een glimlach oproept en tegelijk iets typeert over het patriarchale overwicht uit die tijd. Voor lezers die die vorm van luchtigheid kunnen waarderen, leest het boek des te aangenamer; anderen nemen de kwinkslagen er gemakkelijk bij omwille van de inhoud. De toon lijkt op het eerste gezicht gericht op een

jongere generatie die de Bijbel serieus wil leren lezen, maar ook voor ervaren predikanten kan deze stijl verfrissend werken.

Inhoudelijk riep het boek bij mij geregeld associaties op met de commentarenreeks van zanger/theoloog Michael Card (zie zijn The Biblical Imagination Series, 2010-1014). Ook Hausoul verstaat de kunst om bijbelverhalen tegen het licht te houden van hun historische en culturele context, en zo de figuur van Jezus dichter bij hedendaagse lezers te brengen. Waar Card per evangelie werkt, kiest Hausoul voor een thematische en tegelijk levensloop-achtige verkenning van Jezus’ leefwereld. Dat maakt het boek goed bruikbaar als achtergrondliteratuur bij een prekenserie over Jezus, zonder vast te zitten aan één bijbelboek.

Een sterk punt is Hausouls omgang met bronnen. Hij is belezen; de bibliografie bevat zowel klassieke historische werken als recente literatuur, en de hoofdstukken zijn royaal voorzien van voetnoten. Exemplarisch is het beroep op Jacob Neusner. Dat onderstreept het respect voor de rijkdom van het rabbijnse jodendom en voor de noodzaak om Jezus niet los te maken van de joodse traditie, een signaal dat joodse stemmen voluit worden meegewogen en niet alleen illustratief worden gebruikt.

Opvallend in dat licht is het slothoofdstuk over de opstanding. Daar ontbreken bronverwijzingen vrijwel volledig en wordt de toon merkbaar persoonlijker. Dat deel leest meer als een getuigend slotakkoord dan als contextuele analyse, een keuze die duidelijk maakt dat dit boek niet alleen wil informeren, maar ook uitnodigend wil spreken over de kern van het evangelie.

Hausoul is zich ook bewust van hermeneutische valkuilen. Hij projecteert niet zonder meer latere kerkelijke dogma’s en debatten terug op de eerste eeuw . Tegelijk blijft een risico van dit soort contextuele werken dat de deur open kan gaan naar speculatieve of te voorbarige conclusies: van een detail in archeologie of sociale geschiedenis naar stellige uitspraken over ‘zo was het dus precies’. Hausoul weet dat meestal te vermijden, maar de lezer doet er goed aan het onderscheid te blijven maken tussen harde gegevens en plausibele, maar niet-verifieerbare invullingen.

Zijn manier van formuleren helpt daarbij. Met zinnen als ‘misschien heeft Jezus wel…’ nodigt hij uit tot verbeelding, zonder die als harde reconstructie te presenteren. Die verbeelding is doorgaans onderbouwd door bronnen, culturele context of intrabijbelse verwijzingen. Regelmatig licht hij een Grieks woord toe om een nuance te verduidelijken, zonder in technisch jargon te vervallen.

Een bijkomende troef is dat Hausoul Israël bezocht heeft en zijn boek voorziet van foto’s van relevante plaatsen. Dat is op zichzelf geen theologisch argument, maar het helpt lezers om de beschreven wereld visueel te situeren. Voor lezers die zelf een studiereis ondernamen, zal dit herkenbaar zijn; voor wie die kans nog niet had, is het een indirecte kennismaking met het landschap van de evangeliën.

Voor de praktijk van prediking en catechese is Zo leefde Jezus vooral interessant als contextuele hulpbron. Het biedt geen kant-en-klare preken, maar wel veel materiaal om bekende perikopen opnieuw te bekijken: hoe klonk dit in een dorpscultuur? Welke sociale spanning speelt op de achtergrond? Wat zegt dit over bevolkingsgroepen, familie, tempel, macht? Predikanten die bronnen willen kunnen naslaan, vinden hun weg in voetnoten en bibliografie.

Samenvattend: Zo leefde Jezus is een goed onderbouwd en prettig leesbaar boek dat de lezer helpt om Jezus in zijn eigen tijd te plaatsen, ten dienste van verkondiging en onderwijs vandaag. Inclusief de lichte toon en de talige vondsten, vind je hier een bruikbare gids door de wereld waarin het evangelie gestalte kreeg.

Nieuwe boeken