Menu

Premium

De nacht van alles

Paasnacht (de lezingen van de Paasnacht)

De lange reeks lezingen van de paaswake kan verwarrend overkomen. Voor de meeste gemeentes of instellingen zal het zeker ook teveel van het goede zijn. Laten we daarom nog eens nagaan hoe een en ander bedoeld is en wat de thema’s van de paaswake zijn. Dat kan helpen keuzes te maken bij de voorbereiding van deze viering.

De oudste vorm van de liturgie van de paaswake is een lichtritus, gevolgd door een reeks lezingen, afgesloten met de lezing van het evangelie van de opstanding ‘bij het hanengekraai’ en een viering van de eucharistie. Het is lastig een reconstructie te maken van wat in de eerste eeuwen precies is gelezen in de paaswake. Mogelijk sloot men aan bij de joodse traditie van de vier nachten die samenvallen in de nacht van Pasen (bijv. Targum Neofiti 1 Ex. 12,42): de nacht waarin het licht werd geschapen (Gen. 1), de nacht van de aankondiging aan Abram en Sarai van de geboorte van Isaäk (Gen. 17) en het offer en de ‘wedergeboorte’ van Isaak (Gen. 22), de nacht van de uittocht uit Egypte (Ex. 12-14), en de nacht van de komende verlossing aan het einde van de wereld (bijv. Zach. 14).

Typologie

Deze en andere teksten werden begrepen als typologische verwijzingen naar Christus. In de oudste bronnen kunnen we daarin vier thema’s onderscheiden. Het eerste is dat van de nieuwe schepping, waarvan de verrijzenis de eerste dag is. Het tweede thema is dat Jezus wordt geofferd als paaslam (Gen. 12, maar ook Gen. 22!). Het derde is de verwachting van de spoedige wederkomst van Christus. Het vierde thema is de doorgang tot nieuw leven. Dit vierde thema is er pas in de loop van de derde eeuw bijgekomen, toen men begon de catechumenen te dopen in de Paasnacht. De gedachte daarachter werd door Origenes verwoord, die een geestelijke interpretatie gaf van de doortocht door de zee (Ex. 14-15) als een overgang van dood naar leven. Daarbij werd Romeinen 6 een sleuteltekst.

De lezingenreeks die zo ontstond, was niet bedoeld als ‘heilshistorische gang door de Bijbel’ van schepping tot verrijzenis. De verhalen stonden oorspronkelijk ook niet ‘op volgorde’. Je kunt de reeks beter vergelijken met een vroegchristelijke basilica, die op betekenisvolle plaatsen versierd is met mozaïeken van bijpassende bijbelverhalen: je loopt ertussendoor en je ziet in verschillende beelden tegelijk hoe men ooit in Christus de verhalen en profetieën van Tenach herkende.

Dramatisering

Door de tendens tot dramatisering van het liturgisch jaar werden de thema’s steeds verder uit hun onderlinge verband getrokken. Het verhaal van het paaslam werd naar de Goede Vrijdag verplaatst, de wederkomst werd later in het jaar gevierd (de zondagen van de voleinding). De lezingen bleven wel min of meer dezelfde, maar ze werden vanuit een andere invalshoek gelezen. Het perspectief van de doop als doorgang werd allesoverheersend. Er kwamen ook wel lezingen bij, die typologisch op de doop werden betrokken, zoals Ezechiël 36 over het herstel van Israël.

Deze tamelijk dynamische traditie komt gestold tot een reeks van twaalf lezingen terecht in het Missale Romanum van 1570 (het Evangelisch-Luthers Dienstboek heeft vrijwel dezelfde reeks). Het gaat om: Genesis 1,1–2,2 (schepping), Genesis 5–8 (Noach), Genesis 22,1-19 (offer van Isaak, opgevat als wedergeboorte), Exodus 14,24–15,1a (doortocht), Jesaja 54,17–55,11 (eeuwig verbond), Baruch 3,9-38 (Hoor Israël), Ezechiël 37,1-14 (het dal vol beenderen), Jesaja 4,1-6 (de heilige rest), Exodus 12,1-11 (paaslam), Jona 3,1-10 (Jona in Nineve), Deuteronomium 31,22-30 (Mozes geeft de Tora), Daniël 3,1-24 (drie jongelingen in de vuuroven), Kolossenzen 3,1-4 en Matteüs 28,1-7. Deze lezingen werden telkens afgewisseld met gezongen teksten uit de Psalmen, Exodus, Jesaja en Deuteronomium. Al zit er veel oud materiaal in, de focus bleef gericht op de relatief late doopsymboliek.

Poging tot herstel

In een poging tot herstel maakte de rooms-katholieke Ordo Lectionum Missae van 1981 er zeven lezingen van. Dit is de basis van de reeks die wij in ons Gemeenschappelijk Leesrooster vinden (Dienstboek 1998, p. 1203). Het gaat om Genesis 1,1–2,2, Genesis 22,1-18, Exodus 14,15–15,1a, Jesaja 54,4-14 (Jeruzalem niet langer weduwe, vanuit de vroegchristelijke gedachte dat Christus onze Bruidegom slechts tijdelijk van ons is weggenomen), Jesaja 55,1-11, Baruch 3 en 4 (deuterocanoniek, daarom in GL vervangen door Sefanja 3,12-20: ‘in die tijd leid Ik u terug’), Ezechiël 36,16-17a.18-28 (Israël hersteld). Kolossenzen 3 is vervangen door Romeinen 6,3-11 (met Christus gekruisigd en opgestaan), waarna het evangelie komt volgens de driejarige cyclus. De doopsymboliek is nog wel dominant, maar de thema’s van wederkomst en herschepping zijn duidelijk teruggebracht.

Het paaslam van Exodus 12 ontbreekt, maar wellicht was men huiverig voor deze typologie. Vreemd is wel dat het Oecumenisch Leesrooster zowel Kolossenzen 3 als Romeinen 6 opgeeft; dat is dubbelop. Als je nu een keuze wilt maken voor een viering, zou het goed zijn om de oorspronkelijke vier thema’s weer op te pakken: herschepping (Gen. 1,1–2,3), lijden (Gen. 22,1-18), verwachting van de wederkomst (Jes. 54) en bevrijding uit onderdrukking (Ex. 14,15–15,1).

Daarbij is het van belang – zeker als er ook gedoopt wordt – om niet te blijven hangen in een vergeestelijkte lezing van wat oorspronkelijk toch een reële bevrijding uit onderdrukking was. Er is geen opstaan zonder concreet lijden. Over Gods heilsdaden vertellen zonder jezelf te verbinden met Gods toekomst creëert een afwachtende houding. De verwachting van de wederkomst veronderstelt dat wij de wegbereiders willen zijn. Zo bezien is de Paasnacht de nacht van alles: van verleden, heden én toekomst, van recht en bevrijding en waarachtig leven. Daar blijf je voor wakker.

Deze exegese is opgesteld door Ari Troost.

Wellicht ook interessant

None

Review Zo leefde Jezus van Raymond R. Hausoul

“Jezus leren kennen in zijn tijd”, zo helder is de opzet van Zo leefde Jezus van Raymond R. Hausoul. In dit boek neemt hij de lezer mee in een ontdekkingstocht naar de cultuur van 2000 jaar geleden, met als doel de wereld van Jezus meer tastbaar te maken.

Met dit project schaart Hausoul zich in een lange traditie van pogingen om Jezus te plaatsen in zijn joodse en mediterrane context. Een lange traditie, maar toch niet zo frequent aangeboord, dus in die zin een meer dan welgekomen studie. Wie vertrouwd is met bijvoorbeeld het Nieuwe Testament met joodse toelichtingen, zal een verwante beweging herkennen: weg van een tijdloze Jezus, terug naar een tijdperk van familiepatronen, dorpsstructuren, eer-schaamtecultuur, tempelpraktijken en rabbijnse discussies. De historische context is hier geen achtergronddecor, maar een gesprekspartner. Zijn behandeling van de Farizeeën is in dat opzicht exemplarisch: geen karikatuur van huichelachtige tegenstanders, maar een genuanceerde schets van een invloedrijke stroming binnen het jodendom, waar Jezus zich tegelijk toe verhoudt en zich tegen afzet.

De opbouw van het boek is overzichtelijk. Hausoul volgt het leven van Jezus in grote lijnen: beginnend bij Jozef en Maria en de geboorte, via zijn jeugd en publieke optreden, tot aan kruis en opstanding. Elk hoofdstuk zoomt in op een aspect van zijn leefwereld: familie, werk, onderwijs, religieuze praktijken, politieke spanningen. Bij veel verklarende passages geeft hij expliciet tekstreferenties; behulpzaam voor wie als predikant graag met de Bijbel open leest.

Hausoul schrijft toegankelijk-devotioneel. Geen droge exegese, maar uitleg die zowel denken als spiritualiteit wil voeden. Opvallend is dat hij niet krampachtig apologetisch te werk gaat. Zo leefde Jezus is geen betoog om elk detail waterdicht te bewijzen, en ook geen bijdrage aan de academische zoektocht naar ‘de historische Jezus’ in strikte zin. Hij laat de tekst tekst zijn, vult die aan met historische en culturele duiding en maakt zo het bijbelse getuigenis aannemelijk zonder het tot bewijsvoering te reduceren.

Op stijlvlak valt vooral de humor op. Hausoul doorspekt zijn boek met milde woordspelingen en knipooghumor. Hoofdstuktitels als CSI Betlehem: het kribbemysterie en vergelijkingen als ‘net zo onvindbaar als een originele sok na een wasbeurt’ zoeken de aansluiting bij de populaire cultuur en onze alledaagse ervaring. Af en toe duikt er een vondst op als ‘macho-moeras’, taal die een glimlach oproept en tegelijk iets typeert over het patriarchale overwicht uit die tijd. Voor lezers die die vorm van luchtigheid kunnen waarderen, leest het boek des te aangenamer; anderen nemen de kwinkslagen er gemakkelijk bij omwille van de inhoud. De toon lijkt op het eerste gezicht gericht op een

jongere generatie die de Bijbel serieus wil leren lezen, maar ook voor ervaren predikanten kan deze stijl verfrissend werken.

Inhoudelijk riep het boek bij mij geregeld associaties op met de commentarenreeks van zanger/theoloog Michael Card (zie zijn The Biblical Imagination Series, 2010-1014). Ook Hausoul verstaat de kunst om bijbelverhalen tegen het licht te houden van hun historische en culturele context, en zo de figuur van Jezus dichter bij hedendaagse lezers te brengen. Waar Card per evangelie werkt, kiest Hausoul voor een thematische en tegelijk levensloop-achtige verkenning van Jezus’ leefwereld. Dat maakt het boek goed bruikbaar als achtergrondliteratuur bij een prekenserie over Jezus, zonder vast te zitten aan één bijbelboek.

Een sterk punt is Hausouls omgang met bronnen. Hij is belezen; de bibliografie bevat zowel klassieke historische werken als recente literatuur, en de hoofdstukken zijn royaal voorzien van voetnoten. Exemplarisch is het beroep op Jacob Neusner. Dat onderstreept het respect voor de rijkdom van het rabbijnse jodendom en voor de noodzaak om Jezus niet los te maken van de joodse traditie, een signaal dat joodse stemmen voluit worden meegewogen en niet alleen illustratief worden gebruikt.

Opvallend in dat licht is het slothoofdstuk over de opstanding. Daar ontbreken bronverwijzingen vrijwel volledig en wordt de toon merkbaar persoonlijker. Dat deel leest meer als een getuigend slotakkoord dan als contextuele analyse, een keuze die duidelijk maakt dat dit boek niet alleen wil informeren, maar ook uitnodigend wil spreken over de kern van het evangelie.

Hausoul is zich ook bewust van hermeneutische valkuilen. Hij projecteert niet zonder meer latere kerkelijke dogma’s en debatten terug op de eerste eeuw . Tegelijk blijft een risico van dit soort contextuele werken dat de deur open kan gaan naar speculatieve of te voorbarige conclusies: van een detail in archeologie of sociale geschiedenis naar stellige uitspraken over ‘zo was het dus precies’. Hausoul weet dat meestal te vermijden, maar de lezer doet er goed aan het onderscheid te blijven maken tussen harde gegevens en plausibele, maar niet-verifieerbare invullingen.

Zijn manier van formuleren helpt daarbij. Met zinnen als ‘misschien heeft Jezus wel…’ nodigt hij uit tot verbeelding, zonder die als harde reconstructie te presenteren. Die verbeelding is doorgaans onderbouwd door bronnen, culturele context of intrabijbelse verwijzingen. Regelmatig licht hij een Grieks woord toe om een nuance te verduidelijken, zonder in technisch jargon te vervallen.

Een bijkomende troef is dat Hausoul Israël bezocht heeft en zijn boek voorziet van foto’s van relevante plaatsen. Dat is op zichzelf geen theologisch argument, maar het helpt lezers om de beschreven wereld visueel te situeren. Voor lezers die zelf een studiereis ondernamen, zal dit herkenbaar zijn; voor wie die kans nog niet had, is het een indirecte kennismaking met het landschap van de evangeliën.

Voor de praktijk van prediking en catechese is Zo leefde Jezus vooral interessant als contextuele hulpbron. Het biedt geen kant-en-klare preken, maar wel veel materiaal om bekende perikopen opnieuw te bekijken: hoe klonk dit in een dorpscultuur? Welke sociale spanning speelt op de achtergrond? Wat zegt dit over bevolkingsgroepen, familie, tempel, macht? Predikanten die bronnen willen kunnen naslaan, vinden hun weg in voetnoten en bibliografie.

Samenvattend: Zo leefde Jezus is een goed onderbouwd en prettig leesbaar boek dat de lezer helpt om Jezus in zijn eigen tijd te plaatsen, ten dienste van verkondiging en onderwijs vandaag. Inclusief de lichte toon en de talige vondsten, vind je hier een bruikbare gids door de wereld waarin het evangelie gestalte kreeg.

Nieuwe boeken