De Nieuwe Kerk Utrecht: een kerk die zich voortplant
Wat goed loopt
In deze rubriek worden verhalen over gemeente-activiteiten gedeeld. Aanstekelijke verhalen, niet om op te scheppen of elkaar jaloers te maken, maar vooral om ideeën rond te strooien die kunnen inspireren. Wat hebben deelnemers eraan opgedaan, en zou dat bij ons ook mogelijk en heilzaam zijn?
‘Dominee, mag ik u iets vragen?’ Na afloop van een kerkdienst elders in het land komt een oudere vrouw naar me toe. ‘Hoe is het met de balkons in de Nieuwe Kerk?’ Ik kijk wat verbaasd en mompel iets als: ‘Hoe bedoelt u?’ ‘Nou, zitten er ook mensen op de balkons, tijdens de kerkdiensten?’ ‘Ja, die zitten regelmatig vol. Onlangs moesten we zelfs mensen teleurstellen. Te vol.’ Ik zie de tranen in haar ogen. ‘Daar hebben we nu voor gebeden!’
Woorden van ds. Dirk de Bree van de Utrechtse Nieuwe Kerk (PKN). De oudere vrouw is Margreet Bouw, de weduwe van ds. Wim Bouw, die in de jaren ’90 voorganger was in deze kerk. Het was toen een kleine, vergrijsde gemeente met weinig perspectief.
Maar de predikant, zijn vrouw en een klein groepje andere gemeenteleden legden zich daar niet bij neer. Dwars door de diepten heen geloofden ze in een nieuwe toekomst voor de gemeente. Niet allerlei programma’s en strategieën kwamen daarbij centraal te staan, maar het gebed. Dat was hun deur naar de verlangde vernieuwing.
Tegelijk koos de gemeente wel voor een nieuw profiel. Minder klassiek, meer informeel en laagdrempelig en met toevoeging van evangelische elementen in de liturgie en het pastoraat. Gaandeweg begonnen er nieuwe mensen te komen en kantelde het perspectief. De gemeente begon te groeien, zodat er op termijn zelfs een luxeprobleem ontstond. Ze pasten op zondagmorgen niet meer in het gebouw. Dat vroeg om een keuze: dubbele diensten of een splitsing en een nieuwe start van een deel van de gemeente op een nieuwe plek? Uiteindelijk koos de gemeente voor het laatste, mede op missionaire gronden. Ds. de Bree zei er in het Nederlands Dagblad dit over: ‘Dubbele diensten hadden gekund, maar is het niet veel mooier als we de zegen die we ontvangen, delen met anderen in de stad? Onze visie is, dat de groei een middel is om de stad te dienen. Dat doe je niet als je gaat stapelen in je eigen gebouw.’
De gemeente begon te groeien, zodat er zelfs een luxeprobleem ontstond
Twee nieuwe kerkplekken
In 2020 begonnen zo’n zeventig gemeenteleden een tweede Nieuwe Kerk locatie in de op 2 km afstand gelegen Wilhelminakerk (PKN). Het was geen fusie met de bestaande gemeente, daarvoor waren de cultuurverschillen tussen beide te groot.
De diensten van de Nieuwekerkers begonnen laat op de zondagochtend, na afloop van de diensten van de Wilhelminakerkgemeente zelf. Het betekende overigens niet, dat beide gemeenschappen helemaal los van elkaar zijn blijven functioneren. Doordeweeks was en is er ruimte voor samenwerking en uitwisseling, bijvoorbeeld in de oriëntatie op de buurt waarin de Wilhelminakerk staat. De komst van de Nieuwe Kerk betekende ook een financiële verlichting voor de bestaande gemeente. De kosten van het gebouw konden bijvoorbeeld nu gedeeld worden.
Het is niet bij deze ene ‘kerkplanting’ gebleven. In november van 2025 werd een nieuwe stap gezet. Een groep van zo’n 150 gemeenteleden verhuisde naar de Bethelkerk in de wijk Zuilen. Voor een belangrijk deel woonde deze groep ook in of in de buurt van de wijk. De Bethelkerk stond al jaren leeg, maar kon opnieuw in gebruik worden genomen. Dat is in onze tijd een wonderlijke zaak en zo beleeft de gemeenschap van de Nieuwe Kerk het ook. Inmiddels is er een derde predikant bijgekomen.
De Bethelkerk stond al jaren leeg, maar kon opnieuw in gebruik worden genomen
Een biddende gemeenschap
De moed kan je in de schoenen zakken bij het lezen van deze ontwikkelingen in Utrecht. ‘Wat doen wij niet goed?’, kunnen hard werkende en toegewijde gemeenteleden in voortdurend krimpende gemeenten zich afvragen. Staat de werkelijkheid van deze gemeente niet te ver af van de gemiddelde kerkelijke gemeente in Nederland?
We moeten deze vraag zeker serieus nemen, want de Nieuwe Kerk is qua samenstelling inderdaad niet gemiddeld voor een PKN-gemeente. Er doen bijvoorbeeld veel studenten mee. De Nieuwe Kerk profiteert van een grootstedelijke dynamiek, die uiteraard lang niet overal is. Het is overigens bepaald ook niet alleen maar halleluja. Groei gaat gepaard met groeipijn, de onderlinge verbinding kan gemakkelijk onder druk komen te staan. De gemeente kan anoniemer worden. De Nieuwe Kerk is vooral ook een witte kerk van hoogopgeleiden. Soort zoekt soort en daar zijn ze zeker niet trots op.
Geen ideale kerk dus, maar wel zijn er lessen die we kunnen ontlenen aan de groei van deze gemeente. De belangrijkste les is misschien wel de centrale plek van het gebed. Daaraan heeft de kerk het te danken, dat ze niet is ondergegaan in de jaren ’90. Een klein groepje mensen realiseerde zich, dat alleen God zelf nog een toekomst zou kunnen scheppen voor de gemeente. In dat vertrouwen zijn ze toen gaan bidden. Daar ligt voor elke gemeente van nu een cruciale uitdaging: welke plek heeft het gebed in het functioneren van ons als gemeente? En geloven we in een God die ook vandaag daadwerkelijk in onze gemeente wil handelen?
Welke plek heeft het gebed in het functioneren van ons als gemeente?
Het DNA van de gemeente
Het DNA van de Nieuwe Kerk is te typeren met vijf trefwoorden: tot eer van God; Jezus centraal; in liefde ruimte voor verschil; iedereen telt mee en dienstbaar aan de stad en de omgeving.
De ruimte voor verschil is echt te zien, zeker ook in de erediensten. Er is bijvoorbeeld een breed muzikaal repertoire: orgel én band, Geneefse Psalmen én Opwekking. Ouders kunnen kiezen voor de kinderdoop, maar ook voor het opdragen van hun kind. Er is in de Nieuwe Kerk een doopbassin, doop door onderdompeling is dus mogelijk. In 2022 stelde de gemeente een diaconaal werker aan rond de thema’s duurzaamheid en diversiteit. Zo zet de kerk ook de omgevende samenleving echt op de kaart. Missionair gezien is de Alpha-cursus belangrijk. Drie keer per jaar is er zo’n cursus met toenemende aantallen deelnemers.
Dat is overigens niet uniek, want ook landelijk is er sprake van een sterke groei. Het jongste jaarverslag (2024) van Alpha-Nederland meldde een sterke groei van het aantal cursussen en deelnemers, in het bijzonder bij de Youth-Alpha. Vanuit die gegevens trek ik het verhaal over de Nieuwe Kerk ook wat breder.
Er lijkt iets gaande te zijn
In de afgelopen paar jaar waren er signalen van een toegenomen interesse van vooral jonge mensen in het christelijk geloof. In Engeland spreekt men van ‘the Quiet Revival’, de stille opwekking. De sterke groei van met name de Youth-Alpha in Nederland lijkt ook te wijzen op die groeiende belangstelling. Mogelijk kunnen we de groei van de Nieuwe Kerk ook zien in dat licht. Jonge generaties laten zich weer meer zien in de kerk.
Dat geldt zeker niet voor elke gemeente, maar hier ligt wel een kerkbrede uitdaging: kunnen wij als gemeente ons maximaal openstellen voor zoekers, voor ‘toevallige’ voorbijgangers, voor al die mensen met een ‘God-vormig vacuüm’ (Blaise Pascal) in hun bestaan? Geloven we dat ze ook bij ons zouden kunnen aankloppen en zo ja, hoe zouden we ze dan een thuis kunnen bieden? En hoe zouden we ze kunnen helpen om zin en richting te vinden in hun leven? Het zijn mooie en belangrijke vragen, die elke gemeente vanuit de eigen identiteit zou kunnen en moeten oppakken. Want misschien zijn de velden wel witter dan we denken (Joh. 4:35).
Dr. Sake Stoppels is emeritus-lector Theologie aan de Christelijke Hogeschool Ede (CHE). Hij is tevens lid van de redactie van Ouderlingenblad.