De op een na hoogste
Nodig: zegelring (of een andere grote ring).
Verhaal
Jozef had er altijd al van gedroomd. Ooit, als hij groot zou zijn, dan zou hij koning worden. En alle mensen zouden voor hem buigen.
En nu, nu was het zo ver. Farao was blij met hem en met alles wat hij gezegd had. Dus nu werd Jozef onderkoning. En Farao zei tegen Jozef: ‘Ik geloof dat God u dit allemaal heeft verteld. Niemand is zo verstandig en wijs als u. U mag de op een na hoogste baas zijn in mijn paleis en van heel Egypte.’ En hij gaf Jozef een koningsring, prachtige kleren en een mooie ketting. Hij mocht rondrijden in zijn op een na mooiste wagen en hij kreeg de op een na mooiste vrouw. ‘Want de eerste baas, met de mooiste wagen en de mooiste vrouw,’ zei Farao, ‘dat ben ik zelf natuurlijk.’
Gesprek
-
Stel je voor: wie deze ring draagt, is de op een na hoogste baas in de kerk. Geef de ring aan een paar kinderen en vraag: ‘Wat zou je als eerste veranderen?’
-
Vraag dan wie ook weer de hoogste baas in het verhaal van Jozef was: Farao.
-
Wie is de hoogste baas in Nederland? De koning, de minister-president, wij allemaal…
-
Wie is de hoogste baas in de kerk? De kerkenraad, de dominee, ‘iedereen samen’, ‘niemand’…
Herkennen
Vertel dan dat iedereen de op een na hoogste baas in de kerk is. De allerhoogste baas, die herken je niet aan een ring, of aan kleding, of aan mooie vrouwen en een mooie wagen. De allerhoogste baas herken je aan heel andere dingen. Weet je wie de allerhoogste baas is in de kerk, en eigenlijk ook in het verhaal van Jozef, en in de hele wereld? Dat is God! Dat merk je niet aan een ring, mooie kleren en een ketting, en Hij rijdt ook niet rond in een mooie wagen. Vertel hoe je dat wél merkt bij jullie in de kerk(dienst).