Menu

Basis

De kerk als tafelgemeenschap

Een gesprek met scriba Kees van Ekris

Kees van Ekris

Sinds medio 2025 heeft de Protestantse Kerk een nieuwe scriba, dr. Kees van Ekris. Zeg maar: de secretaris(-generaal) van de kerk, hét gezicht van het bestuur naar binnen de kerk, maar zeker ook naar buiten. Wie is hij? Hoe kijkt hij naar wat zich vandaag in kerk en samenleving voordoet, en zeker ook naar zijn leiderschap?

In de zomer van vorig jaar werd Kees van Ekris (1972) verkozen tot scriba van de Protestantse Kerk. De scriba is lid van het dagelijks bestuur van de generale synode en geeft mede leiding aan de kerk. Al met al genoeg reden voor een interview met deze bevlogen theoloog. Hoe geef je leiding aan de kerk in turbulente tijden?

Je bent gefascineerd door moderne profeten. Je stelde er een aantal boeken over samen en nu ben je ook op tv te zien met aandacht voor allerlei moderne profeten. Wat maakt dat dit fenomeen je heeft gepakt?

De aanleiding ligt in Indonesië, waar ik les gegeven heb aan jonge mensen in onder andere het Oude Testament. Ik merkte daar dat de profetische teksten direct raakten aan hun concrete situatie. Corruptie, armoede, dood… Daar hadden we geen toepassing voor nodig, de teksten waren bijna explosief betrokken op het leven van alledag. Daarnaast heb ik me altijd beziggehouden met secularisatie, wat is er gaande in onze seculiere cultuur dat het geloof de afgelopen decennia zo verdampte? Wat zit daar achter? We kunnen er veel over zeggen, maar er zit een factor in die we moeilijk analytisch en rationeel kunnen benoemen. Profetie heeft ook te maken met inzichten om onze seculiere cultuur te verstaan. Moderne profeten hebben daar iets van gezien, er zit een transcendent element in hun inzicht. Maar ze staan niet op zichzelf, ze zijn geen individuen, ze maken deel uit van een traditie die door hen heen stroomt. Ze belichamen een traditie op een vaak unieke manier. Ook door ons kan dat profetische stromen, in allerlei concrete situaties in het leven van gemeenteleden. Wij hebben profetie vereenzelvigd met maatschappijkritiek. Dat is een 19e eeuwse ontwikkeling in de Bijbelwetenschap. Maar dat is niet het enige. Profeten in het Oude Testament zijn ook poëten, tedere, visionaire mensen.

Paulus zegt in 1 Korintiërs 14:1 dat we ons moeten toeleggen op de profetie

Het boeiende is dat we bijna niet weten wat Paulus met het profetische bedoelt. Profetie is in het Nieuwe Testament niet in directe zin maatschappijkritisch. In het anders zijn van de christelijke gemeente zit het profetische en ook het kritische naar de context. Het gaat daarin om de aanwezigheid van Christus, en de uitwerking van die aanwezigheid in praktijken, woorden, houdingen. Juist van daaruit komt ook het duister aan het licht, intern en innerlijk, dat eerst, maar ook in de omgeving van de gemeente. De profeet geeft daar woorden aan. Paulus spreekt steeds de hele gemeenschap aan. Altijd is er een vorm van beraad bij het profetische betrokken. De profeet is geen solist. In de onderlinge ontmoeting, van stem en tegenstem, ontsluiten zich dimensies van ons leven, die je in je eentje achter je laptop niet ontdekt. In kerkenraden kan dat gebeuren. We mogen in onze tijd wel wat fierder zijn, dat we in deze gepolariseerde tijden als kerken structuren hebben van overleg en gesprek. In tijden vol gif en vervreemding blijven we elkaar in de kerk opzoeken om het beste te zoeken voor de gemeenschap. Christus verplicht ons tot elkaar.

Toen je aantrad als scriba, gaf je aan gesprekstafels te willen organiseren.

In de leefgemeenschap De Wittenberg, waar we als gezin zes jaar gewoond hebben, lazen we met een aantal mensen gewoon hardop korte fragmenten uit boeken, bijvoorbeeld van de monnik Thomas Merton. Daarna creëerden we ruimte voor invallen en observaties rond de tekst. Dan ontstond er vaak een verheldering en een elkaar aanvullen, die verrukkelijk waren. We raakten altijd weer onder de indruk van hoe mooi dat was.

Eén van de grondvormen van de kerk is de tafel. Uiteraard is er de Tafel van de Heer, maar ook de vergadertafel, de catechisatietafel, de leerhuistafel en de keukentafel doen ertoe. Het gaat om uitwisseling, met daarbij zeker ook deskundige inbreng in vaak complexe thema’s. Zulke educatieve en inspirerende tafels organiseer ik. We willen met die tafels ook kunde mobiliseren in de kerk.

Ik heb breed rondgevraagd – binnen en buiten de kerk – naar thema’s die ertoe doen in onze samenleving. Ik vroeg ‘geef eens een top drie van thema’s die volgens jou de Protestantse Kerk moet bespreken’. De eerste grote publieke tafels hebben we geagendeerd voor 31 oktober a.s., Hervormingsdag. Naast gesprek zal daar ook muziek zijn, poëzie en stilte. We hebben ook kleinere tafels over delicate onderwerpen als seksueel misbruik.

Gesprekstafels willen oefenplekken zijn om het onderlinge gesprek aan te gaan. Ik hoop dat ook lokaal dergelijke tafels gaan ontstaan, met verbinding met het dorp of de stad. Als kerk wil je immers ook een bondgenoot zijn in allerlei maatschappelijke vraagstukken. Juist als in dorpen acute crises ontstaan, bijvoorbeeld rond AZC’s, heb je plekken nodig waar ontmoeting is en uitwisseling van perspectieven, en een impuls tot gezamenlijke actie.

De vergadertafel, catechisatietafel, leerhuistafel en keukentafel doen ertoe

Heb je er al ervaringen mee opgedaan?

Mijn eerste tafel ging over rechts-extremisme. We waren in een dorp ergens in Brabant. Een predikant wilde wel vijf mensen uitnodigen uit zijn gemeente, die rechts-radicaal stemmen en ook kerklid zijn. Daarnaast hadden we kritische stemmen uit de kerk uitgenodigd aan tafel. Eerst in de luwte hebben we dit gesprek gevoerd. Welke argumenten komen op tafel, welke pijn zit er aan allerlei kanten? Het was een verheffend moment. Aan tafel krijg je een heel andere dynamiek dan bij een ingezonden stuk in de krant of bij e-mails of berichten op social media, waarbij je elkaar niet ontmoet. We keken elkaar in de ogen en dan ontdek je bijvoorbeeld ook, dat veranderingen in het dorp meespelen, dat moreel verval eigenlijk iedereen bezighoudt en dat taal ertoe doet: ’waarom noem je mij rechts-radicaal? Waarom duw je me in dat hokje, ben ik niet veel diverser dan dat?’ Het was een pittig debat, maar aan het einde was er ook iets van gezamenlijkheid en zelfs ontroering. ‘Ik ben het totaal niet met je eens, maar als je me nodig hebt, kun je me bellen’, zei iemand na afloop. Zo’n gesprek leidt niet tot een statement op een website, maar wel tot verdiepte kennis hoe je over dit soort gevoelige thema’s kunt praten. Het werkt door in de deelnemers.

In de toespraak bij je aantreden was ‘moed’ een kernwoord. Wat is een moedige kerk?

Moed is een kwaliteit die je jezelf niet kunt toedichten. Dat is pretentieus. Moed heeft te maken met geestelijke onafhankelijkheid, waarin je de intuïties durft te volgen, waarvan jij denkt dat ze nodig zijn. Moed is tegenspraak organiseren. In dat proces ontstaat een bepaalde vasthoudendheid en ontwikkel je koers. Sommigen hebben vragen bij die koers. Dat is goed. Aanscherping hoort bij kerkzijn.

Maar er moet ook leiding gegeven worden. Dat leer ik juist ook in deze nieuwe rol. Lang luisteren, argumentatief breder gevoed worden, maar dan ook trouw zijn aan wat je gezien en gehoord hebt. We moeten ons oefenen in die moed, die vaak ook helemaal niet zo gemakkelijk is. In onze reis naar Israël/Palestina heb ik moedige stemmen gezien, die steeds haat tegenspraken, zowel naar het eigen volk, naar zichzelf, maar daarmee ook naar het onrecht, waar die haat in zit. Scriba-zijn betekent ook kritiek ondergaan, zeker. Maar het is ook een voorrecht. Ik kreeg op deze reis contact met grootse mensen, zowel aan Israëlische als aan Palestijnse kant.

Moed heeft te maken met geestelijke onafhankelijkheid, intuïties volgen die nodig zijn

Rond Israël is er binnen de Protestantse kerk veel aan de hand

Ja, ook in plaatselijke kerken kan het steeds harder donderen. Daarom zijn we ook bezig met het ontwikkelen van werkvormen, waardoor je op een andere manier het gesprek met elkaar voert. We hebben nu contact met het Rossing Center in Jeruzalem. Ze zijn hier geweest om aan een groep van 13 mensen, die representatief is voor onze kerk, een cursus te geven hoe je hier goed kunt communiceren. Centraal in hun methode staat het helen van haat. We hopen deze training te kunnen vertalen in materiaal voor de plaatselijke gemeente. Het is wel vrij hoogmoedig om te denken, dat de situatie hier in Nederland complexer is dan daar. Als zij een weg vinden uit de haat, zouden wij dat dan niet kunnen? Maar het blijft natuurlijk spannend of we elkaar werkelijk gaan verstaan. Want we raken elkaar heel gemakkelijk kwijt, er zit een soort van diabolische kracht in gesprekken over dit soort gevoelige thema’s. Alsof er een macht binnenkomt die alles kapot maakt.

We zoeken vormen om op een andere manier het gesprek met elkaar te voeren

De lezers van ons blad zijn vaak mensen met passie voor de kerk, maar ook met zorgen rond de toekomst van hun gemeente

Ik heb veel te maken met vragen rond de vitaliteit van gemeenten. Heel breed zie je de afnemende bestuurskracht in de gemeentes. Ik denk dat we het einde zien naderen van de 20ste eeuwse kerk met een stevige kerkorde, een hoge organisatiegraad, veel vergaderen, veel organiseren, veel invloed willen hebben en controle. We moeten misschien erkennen dat iets voorbij is. We zitten in een wat ze wel noemen liminale tijd, een tussenfase, een tijd van overgang. We weten wel wat niet meer goed werkt, maar weten nog niet goed hoe het dan wel moet. Dat geldt ook voor mezelf. Geestelijk leiderschap ziet het einde van de klassieke gestaltes onder ogen en gaat niet ten koste van alles proberen oude vormen in de lucht te houden.

Kunnen we nieuwe organisatievormen vinden, waarin het geestelijk leven de ruimte krijgt, zich vertakt in dorpen en steden op een manier die we nu nog niet kunnen zien? Hoe kunnen we de organisatielast van het verleden wat verminderen met daarbij een openheid voor nieuwe mogelijkheden van gemeenschapsvorming en geestelijk leven? Soms krijgen mensen zomaar een idee over een nieuwe weg, en ook daarin kan het profetische gebeuren. Ik ken een dorpsdominee, die gewoon weer langs de deuren gaat met de vraag hoe het is. Zo is er langzaam weer vertrouwen gegroeid en krijgt de kerk weer een andere plek in het dorp. Niet meer de oude dromen van vroeger, maar veel tastender, zoekender, wat is geloven vandaag?

Er poppen allerlei nieuwe vormen van gemeenschap en geloof op, meestal kleinschalig, maar daar moeten we niet minnetjes over doen. Geestelijke vernieuwing zal vooraf moeten gaan aan organisatorische vernieuwing. We moeten niet in de pragmatische doe-modus schieten. Het geloofsgesprek zullen we steeds opnieuw moeten blijven voeren. We hebben te maken met verstomming, het bijna opgebrand zijn qua taal en energie. Dat hebben we recht te doen. Maar daar middenin kan het basale gesprek ook weer de ruimte krijgen: Wat blijft, wat is mijn diepere hoop en vertrouwen, ook als de kerkvorm van vroeger voorbijgaat? In de oefening van dat gesprek gebeurt zoveel goeds. Laten we dat weer laten gebeuren!

Dr. Sake Stoppels is emeritus-lector Theologie aan de Christelijke Hogeschool Ede (CHE). Hij is tevens lid van de redactie van Ouderlingenblad.


Ouderlingenblad 2026, nr. 9

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken