Menu

Basis

De verzoenende houding van Cathy Freeman

Reeks ‘God aan de bal’ – deel 5

Kathy Freeman
(Bron: Wikicommons)

In een nauwsluitend, vreemdsoortig ruimtepak in de Australische kleuren, alsof ze van een andere planeet op bezoek kwam. Daarmee snelde Cathy Freeman eind september 2000 in Sydney naar de olympische titel op de 400 meter. Een icoon was geboren. Want Cathy Freeman deed zoveel meer dan een atletiekwedstrijd naar haar hand zetten.

Niet toevallig droeg ze bij de openingsceremonie van de Olympische Spelen in haar thuisland als laatste de olympische vlam voor die in het stadion werd aangestoken. Zij en niemand anders was Australiës uithangbord. Als aboriginal atlete vestigde ze zo een mijlpaal in de verzoening van Aboriginals en andere First Nations-volken met de witte bevolking. Die had hen vele eeuwenjaren gediscrimineerd en als Untermenschen beschouwd. Aboriginals werden uit hun woongebieden verjaagd en in reservaten weggestopt. Ooit werden ze gedood. Overigens is de benaming Aboriginal een westerse uitvinding. Zelf gebruiken de tientallen inheemse volken dit woord niet. Freeman behoort tot de Kuku-yalanji en Birri-gubba volken.

Gestolen generaties

Wat moeten mensen soms lijden. Tienduizenden kinderen van Aboriginals met één niet-aboriginal ouder werden in de jaren 1930 tot 1960 uit hun families weggehaald en naar een witte omgeving gebracht. Om hen te ‘beschaven’. Het was het drama van de ‘Gestolen Generaties’, een lot dat een grootmoeder van Freeman had getroffen. Cathy sprak over ‘Al die verschrikkelijke dingen die mijn volk in zijn geschiedenis de hele tijd heeft moeten ondergaan: de inbeslaggenomen gronden, gevangennemingen, de Stolen Generations…’ Als kind voelde ze zich zelfs schuldig omdat ze Aboriginal was, gaf ze voorts in L’Equipe Magazine toe.

Nu, in dat magisch klinkende jaar 2000, dat een nieuw tijdperk aankondigde, wilde Australië voor het oog van de toekijkende wereld met dat pijnlijke verleden in het reine komen en aantonen dat het een modern land was, waar racisme en discriminatie geen plaats meer hadden en wonden konden helen.

Droomtijd

Maar wie is Cathy Freeman? Een onopvallende, rustige en discrete verschijning, met een gulle glimlach. Een zwarte vrouw die in de ogen van westerlingen een hoekig, zangerig Engels spreekt en geen kapsones heeft. Ze zocht de belangstelling nooit op; voor haar geen glamour en glitter. Nee, voor het sterrendom leek ze allesbehalve in de wieg gelegd – ondanks haar achternaam, want die kon moeilijker symbolischer zijn. Ze deed graag aan hardlopen omdat haar dat een gevoel van vrijheid opleverde en ze zich zo met de natuur verbonden voelde. ‘Ik raak de grond niet meer, heb de indruk dat ik dan vlieg en ik voel me vrij,’ verklaart ze in het al vermelde Franse tijdschrift. ‘De nood aan ruimte maakt deel uit van mijn identiteit als Aboriginal. We komen van immense ruimtes vandaan waarin we ons als in een droom bewegen.’ De droomtijd of tjukurpa is van spiritueel belang voor Aboriginals.

Ze vergat te lachen

Ik zal die 49 seconden van Cathy Freemans zoektocht naar goud en gerechtigheid in het olympische stadion van Sydney van mijn leven niet vergeten. Al vanaf de start die avond klonk een oorverdovend gejuich uit de kelen van 112.000 toeschouwers en ik zag vanaf mijn smalle persbank duizenden lichtjes van telefooncamera’s flitsen. De toeschouwers joelden de nationale slagzin van die Spelen: ‘Aussie-Aussie-Aussie: Oi-Oi-Oi!’. Het leek wel alsof er een tsunami kwam aangerold die alles en iedereen opslokte. Horen en zien verging.

Toen Freeman met de armen zwaaiend en het hoofd van links naar rechts schuddend aankwam, begreep iedereen dat er sportgeschiedenis en sociaal-politieke historie was geschreven. Voor het eerst had een Aboriginal olympisch goud bemachtigd in een individuele wedstrijd. Zijzelf besefte het belang van haar prestatie. Vreemd genoeg stak de winnares haar handen niet in de lucht. Ze vergat in eerste instantie zelfs te lachen. De inspanning en spanning hadden haar overmand. Ze schudde een keer ‘nee’ van ongeloof, maakte de kap van haar pak los om haar haar vrij te maken en hurkte. Een tegenstander wenste haar uitgebreid geluk. Pas toen kwam de vreugde opwellen en ontrolde zich een brede glimlach. Wat een heerlijk moment!

Voorbij de politiek

Jesse Owens, die Hitler te kijk zette als snelste sprinter in Berlijn in 1936, de Black Power-vuist van protest die Tommie Smith en John Carlos uitstaken in Mexico-stad in 1968. De Palestijnse aanslag op Israëlische sportlui in München in 1972. En ook het wegdraaiende hoofd van de Tsjechoslowaakse turnster Vera Caslawska toen het Sovjet-Russische volkslied weerklonk in 1968, enkele weken nadat haar land onder de voet gelopen was. Of de Afrikaanse boycot van Montreal 1976 als protest tegen de apartheid in Zuid-Afrika. Sport is ook politiek. In dat rijtje paste dit ogenblik. Maar voor één keer overheerste over alle linies een positief gevoel.

Freeman ontdeed zich na de finale snel van haar sportschoeisel: dat voelde natuurlijker aan, zei ze. Zo was ze in de bush opgegroeid: rechtstreeks contact van het lichaam met de natuur. En ze liep haar ereronde. Vanzelfsprekend. Maar wel met twee vlaggen: een Aboriginal-vaandel en de Australische vlag. Ze wil niet aan politiek doen, zegt ze ook vijfentwintig jaar later. ‘Ik heb alleen maar mijn trots willen uiten en mijn identiteit opeisen. Ik heb niets van een rebel. Maar ik heb wel altijd gehouden van moedige mensen die het opgenomen hebben tegen de heersende krachten.’

Katholieke wortels

Ondanks haar apolitieke boodschap heeft Freeman een stichting opgericht om mensen uit First Nations-gemeenschappen een beter leven aan te bieden. Wellicht dat haar katholieke wortels hierin een rol spelen. Als kind bad Freemand namelijk ’s morgens en ’s avonds, maar het geloof raakte later bij haar uit beeld – tot net voor de bewuste Olympische Spelen. Toen greep ze erop terug om haar innerlijk evenwicht te bewaren en er kracht uit te putten. Ze gelooft ook in een leven na de dood, vertelde ze in haar biografie Her Own Story, en houdt van de spiritualiteit van de aboriginalgemeenschap.

Een machtige hefboom

Vijfentwintig jaar na haar olympische gouden medaille zijn de bevolkingsgroepen in Australië onmiskenbaar meer verzoend. Tegelijk is er nog een lange weg te gaan voor de gemeenschappen van de oorspronkelijke inwoners zich hebben geëmancipeerd in een maatschappelijk model dat het hunne niet was en is – als dit al ooit mogelijk is.

Ook de gevolgen van de historische littekens lijken niet uitwisbaar te zijn, net zoals bij de Inheemse Amerikanen. Het is een bittere bevinding. De oorzaak van de littekens zijn de gewelddadige invasies van witte mensen, die uit geldgewin en cultureel-religieuze arrogantie de oorspronkelijke bewoners op zoveel continenten tot tweederangsburgers hebben veroordeeld. Dat leed kan nooit worden goed gemaakt, al proberen mensen zoals Cathy Freeman een steentje bij te dragen aan het herstel. Toch kan sport een machtige hefboom zijn voor wie het lot in eigen handen kan en wil nemen.

Frank Van de Winkel is kerkganger, sportjournalist en schrijver.

Wellicht ook interessant

Je ziet drie mannen in beeld. Een van de mannen verzorgt een gewonde tweede man en een derde man loopt snel weg.
Je ziet drie mannen in beeld. Een van de mannen verzorgt een gewonde tweede man en een derde man loopt snel weg.
Basis

Als we niet oppassen, neemt het systeem ons te grazen

Onder tijdsdruk haastten theologiestudenten zich voorbij een hulpbehoevende man om op tijd een preek te kunnen houden over de barmhartige Samaritaan. De verwachtingen van het systeem – het niet teleurstellen van de professor – wonnen het van de zorg voor de kwetsbare. Dit experiment uit 1970 is nog altijd relevant, stelt Matthijs den Otter, want AI dreigt ons leven steeds verder te systematiseren. Hoe hiermee om te gaan? Matthijs vindt tips in de filosofie van Hauerwas.

Uitsnede uit de cover van Op de school van het lijden
Uitsnede uit de cover van Op de school van het lijden
None

Thema: School van het lijden

Hans Alderliesten werkt bij Movisie als senior onderzoeker op het gebied van dementie. In zijn werk staat de vraag centraal hoe mensen, ook wanneer zij te maken krijgen met kwetsbaarheid, ziekte of verlies, volwaardig kunnen blijven meedoen aan de samenleving. Hij beschouwt dementie niet alleen als een zorgvraagstuk, maar vooral ook als een samenlevingsvraagstuk. Daarnaast doet hij promotieonderzoek aan de Erasmus Universiteit Rotterdam naar leiderschap bij de filosoof Augustinus. Hij publiceert over menselijke waardigheid, kwetsbaarheid en de betekenis van klassieke denkers voor actuele maatschappelijke vraagstukken. In zijn nieuwste boek, Op de school van het lijden, brengt hij Augustinus en Job met elkaar in gesprek over lijden, verlies en de kunst van het leven. Elsbeth gaat in deze aflevering in gesprek met Hans Alderliesten.

Portret van David Iboma, buiten voor een groene achtergrond
Portret van David Iboma, buiten voor een groene achtergrond
Basis

“Zoek de eeuwige prijs”

David Iboma, Belg met Congolese roots, werd geboren in 1994 in Kinshasa, Congo. Met zijn ouders en broer reisde hij de eerste jaren van zijn leven door Afrika waar zijn vader werkte als zendeling. Als kind kwam hij aan in Antwerpen, en werkte zich op tot voetballer op hoog niveau. Vandaag zet hij zijn levenservaring in om jonge mensen – veelal kinderen van immigranten en ook met een moslimachtergrond – te begeleiden en inspireren. Vaak via sport, en altijd met de Bijbel in de hand en in het hart. Martine Meijers ging met hem in gesprek.

Nieuwe boeken