Menu

None

Een kerk zonder sterallures

Wandelaar met stok op een pad

Hoe reageert de kerk op de crisis van leegloop en krimp? Andrew Root, praktisch theoloog in Amerika, beantwoordt die vraag in een inspirerend boek. Dit artikel geeft er een indruk van.

Ooit zat de kerk vol met actieve leden, maar inmiddels is er maar een handjevol over. Op een dag komt er een jongeman – Woz – de kerk binnenlopen. Hij is de kleinzoon van één van de oudste gemeenteleden die onlangs overleden is. Kort voor haar sterven heeft zijn oma tegen hem gezegd: ‘Zorg goed voor je gebit, zorg dat je wat op je spaarrekening hebt staan en… vindt God.’

Die laatste opmerking beweegt Woz over de drempel van de kerk te stappen, die zijn oma haar hele leven heeft bezocht. Want ja, waar moet hij anders zijn. Hij treft een groepje mensen die samen de Bijbel lezen en legt zijn vraag in hun midden: ‘Ik ben hier omdat ik God wil vinden, ik ga ervan uit dat jullie weten hoe ik hem moet vinden.’ Er valt een stilte in het kerkzaaltje, ietwat ongemakkelijk. Tot één van de trouwe kerkleden zegt: ‘Weten wij dat?’

Veel kerken in Nederland hebben te maken met krimp: dalende ledenaantallen en afnemende financiën. De kerk bevindt zich in een crisis, zeggen we tegen elkaar.

De vraag is hoe je op die crisis reageert. Veel mensen met liefde voor de kerk zetten de schouders eronder. Ze ontwikkelen programma’s, doen aanpassingen in de liturgie en proberen de ‘spirit’ er weer in te krijgen. Vaak wordt door hen ook speciale aandacht gevraagd voor de jongeren en de midden-generatie in de kerk. Hoe krijgen we deze mensen weer enthousiast? Men probeert afhakers weer bij de kerk te betrekken of zoekt wegen om relevant te zijn voor het dorp.

Niet iedereen loopt warm voor deze enthousiastelingen. Sommigen van hen zijn moe gestreden. Ook zij hebben in het verleden de schouders eronder gezet. Jeugddiensten, gesprekskringen voor jongeren, het jaarlijkse kamp met Hemelvaart… het is allemaal geprobeerd. Het liep als een trein, maar het lijkt niet meer te werken.

De crisis in de kerk is niet los te zien van de cultuur waar we deel van uitmaken

Andere tijden

In dit artikel laat ik me inspireren door het gedachtegoed van Andrew Root, een praktisch theoloog uit Amerika. Hij heeft in de afgelopen jaren meerdere boeken geschreven over kerk-zijn. Root benadrukt dat het belangrijk is dat we ons bewust zijn van de tijd waarin we leven. De afnemende ledenaantallen en de plek van de kerk in de samenleving kun je niet los zien van de cultuur waar we deel van uitmaken. In navolging van de Canadese filosoof Charles Taylor typeert Root onze tijd als een ‘seculiere tijd’.

Taylor laat zien dat er veel veranderd is sinds de Middeleeuwen. In die tijd waren er allerlei lijntjes tussen het aardse leven en het transcendente (alles wat ons denken te boven gaat, zowel God als engelen en demonen). De gebeden van de priesters en de monniken – en natuurlijk de eucharistie – beschermden de mensen tegen aanvallen van boze geesten en waren een middel om God en mensen met elkaar in contact te brengen. Dat is een hele andere wereld dan die waarin wij vandaag de dag in het Westen leven. Geloven of niet geloven is een keuze, waarbij niet-geloven voor velen de meest voor de hand liggende keuze is.

Taylor stelt: wij leven in een ‘immanent frame’. Eenvoudig gezegd: in ons dagelijks leven gaan we er (meestal) niet vanuit dat God actief handelend aanwezig is in onze wereld en dat er nog een andere werkelijkheid is. Als je een geheimzinnig geruis hoort in het bos, dan weet je dat het geen geesten zijn. Het is gewoon de wind die de bladeren laat ritselen. De bliksem en de donder hebben niets met een toornige god te maken, maar zijn wetenschappelijk te verklaren. Als je ziek bent, vertrouwen de meeste mensen in de eerste plaats op de kunde van de arts of de chirurg.

Deze manier van denken – aldus Root – is ook doorgedrongen in de kerk. In onze pogingen om de kerk weer nieuw leven in te blazen, zoeken we ons heil vooral binnen de kaders van onze tastbare werkelijkheid. We huren een goede procesbegeleider in, we proberen de actie kerkbalans beter te organiseren, we zoeken naar wegen om als kerk relevant te zijn in ons dorp.

Het is de vraag of technieken en vernieuwingsprocessen ons vertrekpunt moeten zijn

Spiegel

Op zich is er natuurlijk niets op tegen om gebruik te maken van inzichten uit allerlei vakgebieden. We kunnen als kerk veel leren van mensen die een bedrijf runnen of ervaring hebben met het begeleiden van veranderingsprocessen.

Het is belangrijk dat je nadenkt over goede communicatie. Het doet me denken aan een uitspraak van theoloog en communicatiewetenschapper Anne van der Meiden tijdens een gastcollege. Het ging over preken en de communicatieve vaardigheden van voorgangers. Hij zei: ‘Natuurlijk mag je erop vertrouwen dat de Geest zijn werk doet, maar dat is geen reden om lui te worden als voorganger. Want de Geest rijdt liever binnen op een kar met ronde wielen dan met vierkante wielen.’ Kortom, als je leiding geeft aan de gemeente, mag men van je verwachten dat je beschikt over bepaalde competenties en vaardigheden.

De vraag is alleen of de technieken en de vernieuwingsprocessen ons vertrekpunt moeten zijn. Andrew Root houdt de gemeente een spiegel voor. Durf je rekening te houden met de levende God die handelt in het hier en nu? Als je gelooft dat Jezus Christus de Levende is, die in het midden van de gemeente woont, dan kijk je anders naar de situatie van de kerk. We hebben niet in de eerste plaats conferenties of consultants nodig die ons stapsgewijs helpen nieuwe middelen te vinden. Root schrijft: ‘Wat een gemeente mooi maakt, is het leven dat je daar vindt, niet de aantallen, de programma’s of de aanwezige middelen.’

God vinden

Het klinkt eenvoudig, misschien zelfs naïef: richt je op de levende Christus en het zal je goed gaan. Root heeft echter geen eenvoudig of simpel boek geschreven. Het is pittige kost, het vraagt van de lezer dat hij/zij een flinke portie theologie en filosofie niet schuwt. Aan de hand van een concrete, kwetsbare geloofsgemeenschap (zie het begin van dit artikel) vertelt Root zijn boeiende verhaal.

Zowel de aanname van de kleinzoon (‘Ik heb begrepen dat jullie weten waar ik God kan vinden’) als de reactie van het gemeentelid (‘Weten wij dat?’) zetten iets in gang in deze kwijnende gemeenschap. Beide vragen hebben ook hun goed recht. De reactie van het gemeentelid is niet gek. We horen Gods stem niet als vanzelf. Ons wereldbeeld is gesloten, onze oren en ogen staan niet afgestemd op het spreken van God.

Theoloog Karl Barth heeft een grote stem in het boek van Root en behoedt ons voor uitglijders. Voordat je het weet span je God voor het karretje van je eigen gelijk. God is de ‘gans Andere’. Niet alles wat zich voordoet als een woord van God ís dat ook daadwerkelijk. God is God. Hij handelt in vrijheid. Invloed van de cultuur en de waarschuwing dat we ons spreken niet zomaar gelijk kunnen stellen met Gods spreken, betekent echter niet dat God uitgepraat is.

Durven we pas op de plaats te maken en actief te wachten op God? Hem te zoeken? In het geloof dat God juist daar spreekt, waar wij het het minst verwachten? Juist waar we ervaren dat de grond onder onze voeten wegzakt, ervaren we (soms) dat er een hand is die ons draagt.

De verhalen in de Bijbel laten ons steeds weer zien dat God door de diepte van lijden en dood heen een nieuw begin maakt. Denk aan de uittocht van het volk Israël, aan de terugkeer uit de ballingschap, aan het lijden, het sterven en de opstanding van Jezus Christus.

In die diepte zijn het niet onze programma’s die ons er weer bovenop helpen, maar het vertrouwen op God die een weg opent dwars door de dood heen. Dit klinkt groots en misschien ook hoogdravend. Maar die grote verhalen uit de Bijbel zijn verhalen van gewone mensen zoals jij en ik. De gemeente van Christus is de plek om onze levensverhalen te delen en te zien in het licht van deze weg die God gaat in de levens van mensen.

… het vertrouwen op God, die een weg opent dwars door de dood heen

Actief wachten

Wat is in dat wachten de opdracht van de kerk? In de eerste plaats past haar bescheidenheid. De kerk is niet de ster van haar eigen verhaal. Geen ruimte dus voor sterallures, waarbij het succes van de gemeente wordt afgemeten aan aantallen bezoekers, de grootte van het gebouw of de relevantie in de wijk. Dan wordt overleven het belangrijkste en niet leven vanuit het gegevene. Het gaat niet om de prestaties van gemeente X of Y, de kerk leeft van wat ze ontvangen heeft.

Het goud dat de gemeente in handen heeft, is niet voor haarzelf. Het is voor de wereld waar we als mens én als gemeente deel van uitmaken, want God heeft de wereld lief. De kerk trekt zich als het goed is niet terug in een veilig hoekje, afgeschermd van de zogenaamde ‘boze buitenwereld’. Zichzelf vergetend, bewaart, verkondigt en belichaamt de kerk het verhaal van Gods handelen in de wereld, ten behoeve van de wereld.

De rode draden in de bijbelverhalen richten daarbij onze blik: juist in de crisis kan het komen tot een ontmoeting met de levende God. En van daaruit: tot meegaan op de weg van Christus. Hij gaat ons voor in het benaderen van de wereld vanuit een houding van dienstbetoon. De gemeente van Christus mag Hem daarin volgen.

Naar mijn oordeel is het denken van Root ‘goede wijn’ voor iedere werker in de kerk, met een stevige afdronk. Want, jezelf vergeten, jezelf in de wereld liefdevol bekommeren om de wereld… daar is bekering voor nodig.

Wilbert van Iperen is classispredikant van de Classis Veluwe. Hij is lid van de redactie van Ouderlingenblad.


Churches and the Crisis of Decline, Andrew Root

Churches and the Crisis of Decline

Andrew Root, Churches and the Crisis of Decline. A Hopeful, Practical Ecclesiology for a Secular Age, Baker Academic, Grand Rapids, Michigan, 2022, ISBN 9781540964816, 287 p., vanaf € 19,88.


Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken