Menu

None

George Frederick Watts, For he had Great Possessions

Beeldspraak

In deze rubriek wordt door ArtWay een kunstwerk uitgelicht, dat raakt aan de actualiteit van het kerkelijk jaar. In de zomertijd lezen en overdenken we verhalen over Jezus’ rondgang door het Joodse land. Verhalen die ook ons, hier en nu, kunnen raken. Zijn wij zoveel anders dan de mensen die Jezus, toen en daar, ontmoette…?

Marcus vertelt ons over een ontmoeting tussen Jezus en een rijke jongeman (Marcus 10:17-27). Hij valt voor Jezus op zijn knieën en vraagt hem: ‘Goede meester, wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven?’ Een grootse vraag, waarin een groot verlangen doorklinkt. Deze man neemt geen genoegen met de materiële welvaart, die hij heeft vergaard. Hij zoekt naar iets dat daarboven uit gaat. Hij voelt aan dat hij daarvoor bij Jezus moet zijn.

Wanneer Jezus hem dan als antwoord de tien geboden in herinnering roept, blijkt de man daarnaar te leven. Dan zegt Jezus: ‘Eén ding ontbreekt u: ga naar huis, verkoop alles wat u hebt en geef de opbrengst aan de armen, dan zult u een schat in de hemel bezitten; kom daarna terug en volg Mij.’

Jezus legt zijn vinger op de zere plek. Hij vertelt deze man de onthullende waarheid over zijn leven. Hij doorlicht zijn bestaan. Marcus schrijft dat Jezus hem liefdevol aankijkt, terwijl hij dit tegen hem zegt. Jezus vertelt hem niet ongenadig de waarheid, maar genadig.

Jezus’ radicale opdracht is tegelijkertijd een uitnodiging. Dit is daarom een roepingsverhaal. Zoals Jezus aan het begin van het Marcusevangelie zijn eerste leerlingen riep om hem te volgen, zo roept hij hier ook deze man.

George Frederick Watts, For he had Great Possessions
George Frederick Watts, For he had Great Possessions.
(Beeld: Wikimedia Commons)

Beknelling

Maar dan volgt de anticlimax. Marcus schrijft: ‘Maar de man werd somber toen hij dit hoorde en ging terneergeslagen weg; hij had namelijk veel bezittingen.’

George Frederick Watts verbeeldt dit in 1894 op indringende wijze. De man is gehuld in een kleurrijke, ruimvallende mantel van luxueuze stof met een bontkraag en gouden rand. Zijn chique mantel staat echter in schril contrast met zijn houding, half van ons weggedraaid, met afhangende schouders en gebogen hoofd. Hij houdt zijn gezicht voor ons verborgen, alsof hij zich uit schaamte voor ons wil verbergen. Zijn vingers houdt hij halfgesloten, alsof hij zijn bezittingen omklemt.

Watts benadrukt de innerlijke beknelling van deze rijke man door het opvallend smalle en hoge canvas en het ongebruikelijke gezichtspunt van zijn schilderij, dat de suggestie wekt dat hij letterlijk geen kant op kan.

Zijn chique mantel staat in schril contrast met zijn houding

Het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van de naald te gaan dan voor een rijke om het koninkrijk van God binnen te gaan,’ zegt Jezus naar aanleiding van het vertrek van de man. Als zijn leerlingen zich vervolgens in ontzetting afvragen wie er dan nog gered kan worden, zegt hij: ‘Bij mensen is dat onmogelijk, maar niet bij God, want bij God is alles mogelijk.’

Dat maakt dat deze geschiedenis toch nog een open einde heeft. Dat de man toch nog terug kan komen. Dat de vingers van zijn hand niet voor altijd krampachtig gesloten hoeven te blijven, maar zich wellicht nog zullen openen.

Mw. drs. Sophie van den Berg-Hofstee is predikant van de Maartenskerk te Doorn. Deze beeldmeditatie is afkomstig van ArtWay, www.artway.eu, website voor kunst en geloof.


Ouderlingenblad 2026, nr. 9

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken