Het verhaal over de hondjes die de kruimels opeten die van tafel vallen, is hier al vaker uitgelegd.1 Het gaat over het doortastende optreden van een Syro-Fenicische. Zij neemt geen genoegen met haar afwijzing door Jezus, blijft aandringen en bereikt daarmee dat haar dochter geneest. De tegenstelling tussen de vrouw en de man, de Griekse en de Jood, de kinderen en de hondjes wordt overstegen in deze ontmoeting, die genezing en leven bewerkstelligt. De genezing van de dochter in dit verhaal herinnert aan een eerdere genezing van een dochter, namelijk van Jaïrus (5,21- 43). De verschillen zijn opvallend. Daar was
Het volledige Premium-artikel lezen?
Dit artikel is voor Premium-leden.
Log in en lees onbeperkt alles op Theologie.nl. Nog geen lid?
Krijg toegang tot ruim 11.500 artikelen, waaronder verdiepende vakinhoud, preekschetsen, exegeses, kindermomenten en preekvoorbeelden.
Bekijk Premium >
InloggenLid worden