Menu

Premium

Hemelvaart als opdracht

Hemelvaart (Lucas 24,49-53 en Handelingen 1,1-14)

Wat zou de oorspronkelijke betekenis zijn van Hemelvaartsdag? We zijn gewend het accent te leggen op het vertrek van Jezus en noemen de zondag erna zelfs ‘wezenzondag’ – alsof we in Christus ooit verweesd zouden kunnen zijn. Doen we dan eigenlijk niet net zoals die Galileeërs die na het vertrek van Jezus nog naar de hemel bleven turen?

In een eerdere bijdrage heb ik uitgelegd dat de scheiding tussen Hemelvaartsdag en Pinksteren ongelukkig is. In de oude kerk bestond die scheiding niet. De hemelvaart werd gezien in het licht van Mozes’ opgang op de berg, waarna hij het volk de Wet gaf. Net zo, meende men, ging Jezus op naar de Vader, terwijl Hij de apostelen de Wet gaf (de traditio legis). Daarbij werd men gesteund door een rabbijnse lezing van Psalm 68,19 over Gods opstijgen op de berg, een lezing die we terugvinden in Efeziërs 4,8. Het ging niet om een nieuwe Wet, maar om de oude, gezien vanuit het nieuwe perspectief dat Jezus de vervulling van de Schriften is. Daarbij gaf Hij ook de Geest, die ‘jullie alles zal onderwijzen en jullie alles in herinnering zal brengen wat Ik jullie gezegd heb’ (Joh. 14,26).1

Een heidens verhaal?

In deze bijdrage wil ik nader ingaan op de literaire vormgeving van Jezus’ hemelvaart. De schrijver van Lucas-Handelingen heeft ongetwijfeld gedacht aan de hemelvaart van Henoch en Elia. Tegelijk is Lucas-Handelingen ambigu. De schrijver beheerst verschillende stijlregisters en literaire genres. De hemelvaart is zo beschreven, dat ook een Grieks-Romeins publiek, vertrouwd met verhalen over godenzonen die ten hemel varen, ‘er wat mee kon’. Het is die ambiguïteit van Lucas-Handelingen, die een ‘heidense’ lezing mogelijk maakte. De vroege christenen werden er al op aangevallen. Justinus Martyr, een christelijke apologeet uit de tweede eeuw, voelde zich daarom genoodzaakt de hemelvaart van Jezus te verdedigen. In zijn Eerste Apologie (54) legde hij aan keizer Antoninus Pius uit dat de heidense hemelvaartverhalen ingegeven waren door ‘kwade demonen’, met de bedoeling de mensen te laten denken dat de hemelvaart van Jezus ook wel zo’n wonderverhaal zal zijn. De vraag die Justinus niet beantwoordt is: wat is dan het onderscheidende van Jezus’ hemelvaart?

Henoch en Elia

Om die vraag te beantwoorden moeten we kijken naar de literaire voorbeelden van Lucas-Handelingen. Behalve de bijbelse verhalen van Henoch en Elia waren in de intertestamentaire periode nog talloze andere hemelvaartverhalen in omloop. Hier beperk ik me tot Henoch en Elia. Om beide verhalen goed te kunnen plaatsen is het van belang te weten dat men in die tijd geen helder beeld had van een hiernamaals. De doden gingen naar sjeol, de donkerte onder de aarde. ‘Daarna stierf hij’ – het staat er telkens weer in de geslachtslijst van Adam (Gen. 5). Behalve Henoch: ‘Op een dag was hij er niet meer, doordat God hem wegnam’ (Gen. 5,24; vgl. Hebr. 11,5). Ook Elia stierf niet (2 Kon. 2,1-18). Toen Elia voor zijn tenhemelopneming aan zijn leerling Elisa vroeg of hij nog iets voor hem kon doen, vroeg Elisa hem om een dubbel deel van zijn geest. Daarop antwoordde Elia: ‘Als je ziet hoe ik van je word weggenomen, zal je wens vervuld worden, maar als je het niet ziet, gebeurt het niet’ (2,10).

Waar het om gaat is dat Henoch en Elia niet stierven. Ze werden ‘bewaard’ omdat ze nog een taak te vervullen hadden. Zo voorzegt Maleachi 3,23-24 de terugkeer van Elia om de verbondsrelatie te herstellen. In het Nieuwe Testament horen we dan ook regelmatig over de verwachte terugkeer van Elia. Verder is van belang dat Elisa de geest ontving op het moment dat hij Elia’s vertrek zag.

Descensus-ascensus

Jezus is echter wél gestorven en begraven. De hemelvaart van Jezus maakt deel uit van één grootse beweging, omlaag naar dit aardse bestaan, omlaag naar sjeol, waar Hij de rechtvaardigen meetrekt uit de boeien van de dood, terug omhoog naar de rechterhand Gods, de plaats waar Hij vandaan kwam. Technisch noemen we dit het descensus-ascensus-schema, het schema van neerdalen en opstijgen. In de christushymne in Filippenzen 2,6-11 (een lied dat waarschijnlijk ouder is dan deze authentieke brief van Paulus) zie je het descensus-ascensus-schema al. Ook in Efeziërs 4,8-9 kun je het vinden. Het is een oeroud stuk Christus-getuigenis.

Hoe verhoudt dit descensus-ascensus-schema zich tot de gedachte van een wederkomst van Jezus? Je kunt niet zeggen dat Jezus ‘bewaard’ wordt om het verbond te herstellen, dat is immers al gebeurd. Lucas-Handelingen lijkt op deze vraag een antwoord te geven door het verhaal van de hemelvaart twee keer te vertellen (Luc. 24,49-53; Hand. 1,9-11). De Galileeërs die omhoog kijken worden nadrukkelijk terugverwezen naar de aarde. De in het wit geklede gestalten (Hand. 1,10) zijn dezelfden als de wit geklede gestalten bij het graf (Luc. 24,4). Zij wijzen erop dat Hij zal komen ‘op dezelfde wijze als jullie Hem naar de hemel hebben zien gaan’ (Hand. 1,11). Hoe is Hij gegaan? Niet alleen maar door in een wolk te verdwijnen, maar door de Tora te doen, door lief te hebben ten einde toe, door de donkerte te doorkruisen, en door bij zijn opgang Woord en Geest aan ons toe te vertrouwen.

Zo is bij het opstijgen van het levende Woord tegelijk dit Woord naar ons teruggekeerd, als een opdracht het leven te kiezen, met de Geest als helper. In de traditionele icoon van de hemelvaart kun je deze gedachte nu nog zien. De beide engelen wijzen met hun handen omhoog naar de opgestegen Christus, maar kijken tegelijk omlaag naar de getuigen: niet de Galileeërs, maar de apostelen met Maria in hun midden, als representanten van de gehele ecclesia.

Deze exegese is opgesteld door Ari Troost.

  1. Zie de bijdrage van Ari Troost, ‘Het draait om de hemelvaart’, in DED 46/3 (2023), 13-14. ↩︎

Wellicht ook interessant

None

Postma – Doen als Jezus

Als medewerker van de zendingsorganisatie European Christian Mission bevind ik mij regelmatig in crossculturele kringen. Tussen de regels door vang ik weleens op hoe men over Nederlanders denkt. ‘Weet jij eigenlijk wel hoe de spoorlijnen in jullie land zijn ontstaan,’ vraagt een Britse collega mij. Ik schud mijn hoofd met een glimlach, omdat ik aan zijn pretoogjes zie dat hij hem nu gaat inkoppen. ‘Toen twee Nederlanders vochten om een stuiver.’ Ik sla terug met een leuke grap over Brexit.

None

Kooten – Echo’s van het goede nieuws

Dit boek biedt een culturele, historische en literaire herwaardering van de evangeliën. We denken vaak aan de bijbelse wereld als een mysterieuze en sym­bolische wereld die losstaat van de werkelijkheid, maar dit boek probeert die bijbelse evangeliën in hun werkelijke context te plaatsen en laat ook hun blij­vende betekenis zien. Het is noch een inleiding, noch een compendium, noch een commentaar, maar een culturele en historische verkenning die lezers helpt te begrijpen waarom de auteurs van de evangeliën hun verslagen schreven, wat kenmerkend is aan elk van de evangeliën, en hoe ‘het evangelie’ – ‘het goede nieuws’ van Jezus – in elk van deze vier evangeliën doorklinkt.

Nieuwe boeken