Hervertellen en doorvertellen
Student in zicht
Mirjam Rigterink is geïnteresseerd in de verschillende perspectieven van bijbelverhalen. Kun je ze zo hervertellen dat ze ook mensen buiten de kerken aanspreken?
Toen ik in Groningen Taalkunde ging studeren kwam ik via het studentenpastoraat in aanraking met de liedteksten van Huub Oosterhuis. Zijn taalveld en zijn manier van omgaan met Bijbel en traditie hebben me vanaf dat moment heel erg geïnspireerd en doen dat nog steeds.
Een theoloog die hem sterk heeft beïnvloed, is Ton Veerkamp, een Nederlandse bijbelwetenschapper die vanaf 1970 woonde en werkte in Duitsland. In 2022 is hij overleden. Voor hem was de Bijbel onlosmakelijk verbonden met politiek op een manier die ik niet eerder zo had gelezen. Veerkamps magnum opus heet Deze wereld anders; in 2014 is het in het Nederlands vertaald.
Het is een studieboek dat je meeneemt door de geschiedenis, van de antieke tijd tot in de middeleeuwen. Het wil laten zien in welke sociaalmaatschappelijke context de verschillende bijbelboeken tot stand zijn gekomen, hoe deze teksten protesteren tegen de maatschappelijke orde en een visioen schetsen van hoe het anders zou kunnen. ‘Deze wereld anders’ is een uitdrukking die in de poëzie van Huub Oosterhuis regelmatig terugkomt en die samenvat waar Bijbel en liturgie voor mij over gaan: een visioen voor deze wereld en het appel om daar, met vallen en opstaan, handen en voeten aan te geven.
Werk bij Ekklesia Amsterdam
Op dit moment werk ik, naast mijn studie, voor Ekklesia Amsterdam, de gemeenschap waarvan Oosterhuis lang het toonaangevende gezicht is geweest. Zijn teksten en liedjes spelen nog altijd een grote rol in de liturgie.
Liturgie maken vind ik mooi werk: een geheel proberen samen te stellen dat wérkt, dat mensen raakt en aan het denken zet. Dat ons soms ongemakkelijk op onze stoel laat schuiven en hopelijk vaak een beetje hoopvoller naar buiten laat gaan dan we binnenkwamen.
‘Deze wereld anders’ vat samen waar Bijbel en liturgie over gaan
Inmiddels maken we ook wekelijks een podcast, een overblijfsel van de coronatijd en een mooi medium, vind ik, om verder te onderzoeken als een andere manier om verhalen, muziek, inspiratie en vragen te delen.
Samenwerken met collega’s, met musici, met gastsprekers, met de vrijwilligers die bijvoorbeeld de kinderkring organiseren: ik hou van de creativiteit en van samen iets maken en dat weer delen met wie komt of meeluistert.
Daarnaast vind ik het bijzonder dat mensen hun verhalen met me delen. Dat ik met ze in gesprek mag over hun leven, over hoe ze daarop terugkijken bijvoorbeeld, en over welke verhalen of godsbeelden voor hen van belang zijn geweest.
Zoektocht bij Guus Kuijer
Dit voorjaar ga ik een scriptie schrijven binnen Bijbelwetenschappen. Het wordt een vingeroefening in receptieonderzoek, dat wil zeggen: kijken hoe bijbelteksten in nieuwe contexten worden herverteld. In mijn thesis zal ik kijken naar de verhalen over Samuel, Saul en David en hoe die zijn herverteld door Guus Kuijer in De bijbel voor ongelovigen (in verschillende delen uitgegeven tussen 2012 en 2018). Ik zoom in op hoe Kuijer schrijft over religie en de god van Israël.
In interviews steekt Kuijer niet onder stoelen of banken dat hij atheïst is, en tegelijkertijd stelt hij naar aanleiding van zijn boekenserie de vraag: hoe komt het dat Gods naam mij als ongelovige niet onverschillig laat? (de Volkskrant, 6 mei 2017). Kuijer leest ‘god’ als een woord voor een zoektocht naar recht en gerechtigheid. De Hebreeuwse Bijbel beschouwt hij als een waardevolle weerslag van die
zoektocht, die hij wil doorvertellen.
Ik heb zijn boeken met veel plezier gelezen. Het buitenperspectief dat hij kiest, geeft ruimte om allerlei vragen te stellen aan de verhalen. Over Samuel, Saul en David bijvoorbeeld vertelt Kuijer vanuit het perspectief van een gezant van een Filistijnse koning. Die gezant maakt alle verhalen mee die wij kennen uit de Bijbel – of hij hoort erover – en stelt daar zo zijn vragen bij. Door die insteek opent Kuijer verschillende perspectieven op de verhaalpersonages.
Zelf houd ik ervan mensen te laten ontdekken dat er veel witregels in verhalen zitten. We vergeten het soms bijna; zeker met verhalen die we goed kennen, vullen we van alles in. Natuurlijk stuurt goede exegese de interpretatie van teksten in een bepaalde richting maar ik vind het een mooi uitgangspunt dat we als lezers ook worden uitgenodigd om verschillende conclusies te overwegen.
De verhalen worden er rijker van en bovendien is ons oordeel uitstellen een leesoefening die in onze maatschappij volgens mij zo gek nog niet is.
Buiten de muren
Wie weet biedt het onderzoek ook aanknopingspunten voor homiletiek in een seculariserende samenleving. Juist in een wereld waarin veel mensen voelen dat het roer om moet, hebben we plekken nodig waar ze hun zorgen kunnen delen, maar waar ook steeds de hoop en de verwachting klinken dat het mogelijk is: het roer omgooien. Dat het te doen is. Dat het hier en daar al gebeurt.
Ons oordeel uitstellen is zo gek nog niet
Ik hoop dat we erin slagen zulke plekken te blijven maken, binnen en buiten de liturgie. Zelf ben ik opgegroeid in de kerk, liturgie is voor mij een vertrouwd huis. Maar voor veel mensen vandaag is het een hele drempel. Alleen al dat zingen bijvoorbeeld, dat ik juist heerlijk vind.
Als we deze verhalen willen blijven doorgeven, omdat we geloven dat ze nog steeds actueel zijn en zeggingskracht hebben, zullen we nieuwe vormen moeten vinden en de verhalen ook buiten de liturgie – en buiten muren van kerken – moeten vertellen.
Dat is een van de dingen waar ik graag mijn steentje aan zou bijdragen: manieren zoeken om te laten zien dat de bijbelverhalen niet alleen van de kerk of de synagoge zijn, en niet alleen van mensen die zichzelf gelovig noemen, maar dat ze voor iedereen een boeiende spiegel kunnen zijn. Een dwars en opstandig én hoopvol boek.
Mirjam Rigterink studeert in deeltijd af aan de PThU in Amsterdam en is werkzaam als voorganger in Ekklesia Amsterdam.