Bij Jeremia 23,5-8 en Johannes 1,1-14In de hoofdstukken 21,11-23,8 spreekt Jeremia zich uit over het koning- schap en de koningen. Hij begint met het vermelden van de taken van een koning, toetst vervolgens de verschillende koningen aan deze criteria en besluit met een beeld van de ideale koning die in de toekomst zal opstaan.Zoals God in hoofdstuk 7 Jeremia gebiedt naar de tempel te gaan, gebiedt Hij hem in hoofdstuk 22 naar het paleis te gaan en te zeggen: ‘Doe recht en gerechtigheid en red de beroofde uit de hand van de verdrukker (…), dan zullen van dit huis koningen
Het volledige Premium-artikel lezen?
Dit artikel is voor Premium-leden.
Log in en lees onbeperkt alles op Theologie.nl. Nog geen lid?
Krijg toegang tot ruim 11.500 artikelen, waaronder verdiepende vakinhoud, preekschetsen, exegeses, kindermomenten en preekvoorbeelden.
Bekijk Premium >
InloggenLid worden