Nieuwjaarsdag, 8e Kerstdag, Naamgeving (Numeri 6:22-27, Psalm 8, Handelingen 4:8-12 en Lucas 2:21) De teksten van de Achtste Kerstdag vinden hun verband en samenhang in het krachtenveld van de Naam. De woorden uit Lucas 2:21 in de versie van de NBV, ‘toen er acht dagen verstreken waren’, ademen met het ‘verstreken’ een te grote toevalligheid. Passender lijkt hier een meer letterlijke vertaling met ‘vervuld’ of ‘volgemaakt’, want precies op deze dag vindt volgens het voorschrift de besnijdenis en naamgeving van het Kerstkind plaats. De wet wordt zo vervuld met het roepen van de Naam die betekent ‘de Heer redt’. Door
Het volledige Premium-artikel lezen?
Dit artikel is voor Premium-leden.
Log in en lees onbeperkt alles op Theologie.nl. Nog geen lid?
Al voor € 10,- per maand heb je toegang tot het volledige aanbod.
InloggenLid worden