Menu

Basis

Hoe beoefen je gematigdheid?

Paul van Tongeren over gematigdheid als de deugd van de juiste maat

Fresco beeltenis van kardinale deugden in Stift Melk
Fresco beeltenis van kardinale deugden in Stift Melk, Oostenrijk

Wat betekent gematigdheid? Paul van Tongeren laat in dit artikel zien dat de klassieke deugd temperantia niet draait om zelfbeperking, maar om het vinden van de juiste maat. Aan de hand van de Griekse filosofie en klassieke beelden laat hij zien wat deze deugd ons vandaag de dag kan leren.

Zuinig?

Toen Cicero een Latijnse vertaling moest vinden voor de Griekse term soophrosynè, had hij aan één woord niet genoeg. Hij had er minstens vijf nodig om het spectrum van betekenissen te vatten: constantia, moderatio, modestia, frugalitas en – de vertaling die uiteindelijk het meest gangbaar werd – temperantia. De meest voorkomende vertaling daarvan in het Nederlands is ‘gematigdheid’. Ik denk dat dat te zuinig klinkt voor wat de Grieken bedoelden.

Gezond verstand

Het is waarschijnlijk goed om te herinneren aan de letterlijke grondbetekenis van die Griekse term. Die vormt een samenstelling van twee werkwoorden: sooidzein dat ‘redden’, ‘gezond zijn’ of ‘bewaren’, ‘gezond houden’ betekent en phronein dat de activiteit van de hersenen aanduidt, oftewel ‘denken’ in een of andere vorm (beseffen, oordelen, inzien, enzovoort). Soophrosynè betekent dus oorspronkelijk zoiets als: je gezond verstand bewaren; je hoofd erbij houden en je zelf niet op hol laten slaan, je denken niet laten verteren in het vuur van heftig oplaaiende passies of emoties. Die oorspronkelijke betekenislaag vinden we, meer dan in de genoemde Latijnse termen of in het Nederlandse ‘gematigdheid’, terug in de iconografie.

Verbeelding

Want wat geldt voor de andere kardinale deugden (de deugden waar het om draait, die het geraamte van elke deugd vormen), gaat ook op voor de temperantia: ze is eindeloos vaak verbeeld in schilderijen, beelden en gravures. Doorgaans worden de deugden afgebeeld door middel van attributen die dan meestal getoond worden als gedragen door vrouw-figuren. Zo zien we de temperantia afgebeeld als een vrouw met een kruik waaruit ze water uitgiet over een oplaaiend vuur – klaarblijkelijk om dat vuur te blussen of minstens te ‘temperen’. Regelmatig heeft ze ook een teugel of een paardenbit in haar handen, aanduiding van hetgeen nodig is om de krachten van het paard van onze passies te leiden, te sturen, in de hand te houden.

Temperantia zien we afbeeld als een vrouw met een kruik waaruit ze water uitgiet in een oplaaiend vuur

Juiste midden

Deze kenmerken kunnen al gauw de eenzijdige associatie oproepen van ‘intomen’, ‘matigen’, in de negatieve zin van voorkomen dat iets (de kracht van het paard, het vuur van de hartstocht, de drang van het verlangen) ‘te groot’, ‘te sterk’, ‘te wild’, ‘te veel’ wordt. Die associatie is niet helemaal onjuist, maar wel vertekenend, omdat ze alleen het ene extreem noemt, waarvan de deugd zich onderscheidt. Er is altijd ook een tegengesteld extreem: te klein, te zwak, te tam, te weinig.

De deugd is volgens Aristoteles een optimaal midden tussen twee ondeugdelijke extremen. De temperantia staat voor de virtuositeit van iemand die steeds dat midden weet te vinden. Niet het rijden op een tam paard, maar een onstuimig paard in bedwang kunnen houden – dat is de ware rijkunst. En levenskunst ligt niet het vermijden van elke verleiding, maar in het vermogen daaraan een vorm geven die geen schade maar gewin brengt.

De deugd is volgens Aristoteles een optimaal midden tussen twee ondeugdelijke extremen

Juiste verhouding

We vinden dat terug in een ander voorbeeld uit die traditie van verbeelding van de deugd: de voorstelling van een vrouw-figuur met een kruik, of een kan of een schaal. Als daar al een deksel op zit, dan staat die open. Er wordt steeds iets gegoten of geschonken uit die kruik of kan, waarbij de suggestie is dat dat in de juiste maat gebeurt: niet te veel, maar ook niet te weinig. Soms heeft de afgebeelde vrouw twee schenkkannen vast, een in elke hand, en schenkt zij uit beide kannen om zo het juiste mengsel te verkrijgen. De eerste betekenis van het Latijnse werkwoord temperare is ‘in de juiste verhouding mengen’. Die juiste maat is een kwestie van verhouding: proportionaliteit. En om die te vinden moet je je gezond verstand bewaren.

Juiste tijd

In het beroemde fresco van ‘het goede bestuur’ in het gemeentehuis van Siena heeft Ambrogio Lorenzetti de temperantia afgebeeld als een vrouw met een zandloper. Die plaatst de juiste maat in het perspectief van de tijd die verstrijkt. Wie de zaken op hun beloop laat, verliest de tijd waarin hij kan doen wat gedaan moet worden; maar wie onmiddellijk resultaat wil, wie nu meteen wil realiseren wat tijd nodig heeft, wordt ongelukkig door zijn eigen ongeduld. Tussen het niet kunnen wachten van het ongeduld en het verlummelen van je tijd door te vergeten wat je te doen staat, staat de deugd van het juiste midden, of de juiste mix van de gerichtheid op handelen en het vermogen om het juiste ogenblik af te wachten.

Temperantia afgebeeld als een vrouw met een zandloper

Geneigd tot alle kwaad?

Het zal duidelijk zijn waarom ik niet houd van die gangbare Nederlandse vertaling van ‘matigheid’ of ‘gematigdheid’. Die is te zeer besmet door het pessimisme ten aanzien van de menselijke natuur dat de Heidelbergse catechismus formuleert in zijn vraag 8: “zijn wij alzo bedorven, dat wij ganselijk onbekwaam zijn tot enig goed en geneigd tot alle kwaad?”, waarop het antwoord luidt: “ja, tenzij dan dat wij door den Geest Gods wedergeboren worden.” Dat is in ieder geval niet Grieks en past niet bij die Griekse deugden die de traditie samenvatte in de vier kardinale, of scharnierdeugden., waarvan de soophrosynè of temperantia er een is.

Maat

Tegen een dergelijke negatieve interpretatie van de deugd verzet zich die deugd zelf: ook in de deugd van het matigen moeten we immers maathouden. Wie mateloos matig is, zondigt op paradoxale wijze tegen de deugd die hij zoekt te realiseren. Ik spreek daarom liever niet van ‘gematigdheid’, maar van maat. Temperantia is de deugd van de maat, waarbij de juiste maat altijd een midden is tussen een teveel en een te weinig. Het is – bij wijze van spreken – niet alleen kwalijk om te veel te drinken, maar ook om het goed van de wijn te versmaden en niet te drinken.

Ik spreek liever niet van ‘gematigdheid’, maar van maat’

Oefenen

Dat klinkt eenvoudiger dan het is. Het juiste midden is niet rekenkundig vast te stellen, niet voor iedereen in elke situatie hetzelfde en het gaat niet alleen om het midden tussen te veel en te weinig, maar ook tussen te vroeg en te laat, te lang en te kort, te snel en te langzaam, te gretig en te onverschillig. Of concreter: tussen onverschillige onwetendheid en hitsige nieuwsgierigheid, bijvoorbeeld ten aanzien van wat er in de wereld gebeurt; tussen drukkend ecologisch schuldgevoel en onnozel zorgeloos genieten; tussen overgave aan een verslavende hartstocht en de gewelddadige onderdrukking ervan. De extremen zijn steeds gemakkelijker te herkennen dan dat het midden te realiseren is.

Het recept van de Griekse deugdethiek voor dit probleem is steeds hetzelfde: oefenen, oefenen, oefenen. In de mate dat het lukt, zijn we gelukkig – en op dat geluk is de hele deugdethiek gericht.

Paul van Tongeren studeerde theologie in Utrecht en filosofie in Leuven. Hij promoveerde in Leuven, was tot zijn emeritaat (eind 20215) gewoon hoogleraar wijsgerige ethiek aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, en buitengewoon hoogleraar ethiek aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte van de KU Leuven. Naast zijn wetenschappelijke publicaties, heeft hij verschillende boeken gepubliceerd voor een breder publiek. Met Leven is een kunst won hij de Socratesbeker voor het beste Nederlandstalige filosofieboek. Van 2021 tot 2023 was hij ‘denker des vaderlands’.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken