Wij zijn de eersten niet: bijzondere vrouwen in het licht
Febe, Rispa en Egeria zijn bijbelse vrouwen, Hildegard van Bingen en Sampat Pal volgen hen – net zo dapper, volhardend, veranderingsgezind… Hoe gaan zij óns voor?
Febe, Rispa en Egeria zijn bijbelse vrouwen, Hildegard van Bingen en Sampat Pal volgen hen – net zo dapper, volhardend, veranderingsgezind… Hoe gaan zij óns voor?
Vrome vrouwen zijn heiligen, herrieschoppers, helden – leert dit artikel ons. En dat wordt concreter door de verhalen van twee van die vrouwen, één van vroeger en één van ver. Maak kennis met Margery en Mercy…
In dit bijschrift kijkt Willien van Wieringen naar de verbeelding van de onthoofding van Johannes de Doper, en de gedachtes die dit oproept.
In de gebrandschilderde ramen van de Goudse Sint-Jan krijgen we een bijzondere, kunstzinnige blik op Johannes de Doper, de naamgever van de kerk. In dit artikel komt naar voren hoe Johannes en Jezus verweven zijn.
Ieder jaar komt Sinterklaas, Sint Nicolaas, naar ons land. We kennen hem als een statige man, met lange witte baard, rode mijter en mantel en een wit paard. In veel kerken is een afbeelding van Sint Nicolaas te vinden. Maar waarom is Nicolaas eigenlijk een heilige?
Het sinterklaasfeest is oeroud en de viering ervan is niet beperkt tot Nederland. Het stamt uit een tijd dat landsgrenzen zelfs niet bestonden en het kan dan ook niet los van de rest van Europa en zelfs van Azië gezien worden.
Marnix van der Sijs bezocht deze zomer de tentoonstelling ‘Van Gogh in Auvers. Zijn laatste maanden’ in het Van Gogh Museum te Amsterdam. Hij was onder de indruk van het werk van deze kunstenaar die schilderde tot het bittere eind. En van iets anders.
Dood en verderf niet kunnen gedenken omdat de herinnering uitgewist is, is misschien nóg erger dan wát er uitgewist is. Er moet een plaats zijn om bij de wonden van het onrecht te waken. Jezus werd de plaats waar het naam- en spoorloze lijden herdacht wordt. Gedenken is herinneren aan wat gebeurt en gebeurd is. Wezenlijk is wat God over de Israëlitische slaven zei: ‘Ik ken hun lijden.’
Met de doop van Johannes als uitgangspunt kijkt Gerard van Broekhuizen naar de betekenis en ontwikkeling van de doop door de geschiedenis heen.