Houd moed!
Preekschets bij de veertigdagentijd
Ik heb dit gezegd opdat jullie vrede vinden bij Mij. Jullie zullen het zwaar te verduren krijgen in de wereld, maar houdt moed: Ik heb de wereld overwonnen. (Johannes 16:33)
Schriftlezing: Johannes 16:1-11 en 32-33
Liturgisch kader
In de lijdenstijd of veertigdagentijd bezint de kerk zich op de weg, die Jezus is gegaan, op weg naar zijn sterven aan het kruis. De verkondiging kan zich deze zes of zeven zondagen richten op de betekenis van zijn lijden. Johannes doet in zijn evangelie uitgebreid verslag van de gesprekken die plaatsvonden tijdens de laatste maaltijd die Jezus met zijn discipelen hield (hoofdstukken 13 tot en met 17). Hierin is genoeg stof tot overdenken te vinden voor deze periode van het kerkelijk jaar.
Het is natuurlijk mogelijk om hoofdstuk 16 in zijn geheel te lezen. Ook dan zul je moeten kiezen waarop je je in de preek wilt concentreren. Ik kies ervoor om het begin en het slot van dit hoofdstuk te lezen.
Uitleg
Tijdens de gesprekken aan tafel (Joh. 13 t/m 17) valt verschillende keren op hoe bezorgd de Heer is voor zijn leerlingen. Over zichzelf en zijn naderende dood lijkt Hij zich nauwelijks druk te maken. Zie bijvoorbeeld Johannes 14:1 (‘Wees niet ongerust’), 15:4 (‘Blijf in Mij’), 15:18 (‘Wanneer de wereld je haat’), 16:1 (‘om te voorkomen dat jullie je geloof verliezen’), 16:33 (‘Jullie zullen het zwaar te verduren krijgen in de wereld’): 17:9 (‘Heilige Vader, bewaar hen door uw naam’).
De gesprekken die Hij deze laatste uren met hen heeft, zijn vol emotie; ze ademen zorg, betrokkenheid, en liefde.
Wat ‘dit alles’ is (vs. 1), is niet precies vast te stellen. Het is mogelijk dat het over alle voorgaande hoofstukken gaat, vanaf het moment dat het gezelschap aan tafel gaat in Johannes 13. Het gaat in ieder geval over het direct voorafgaande, Johannes 15:18vv. waarin Jezus het heeft over de haat van de wereld, die niet alleen Hem maar ook zijn volgelingen zal treffen. Dat Jezus die haat voorziet, dat Hij daarin een vervulling ziet van de schrift (15:25), en dat Hij opnieuw belooft de Geest te zenden, moet de leerlingen helpen om hun geloof niet te verliezen (Grieks = skandalizō, in NBG51 vertaald met ‘ten val komen’, in HSV met ‘struikelen’).
Onwetendheid
De reden waarom de leerlingen zullen worden geconfronteerd met haat en geweld (vs. 2) is dat hun tegenstanders ‘de Vader en Mij niet kennen’. Aan deze ‘onwetendheid’ refereert Johannes al aan het begin van zijn evangelie (1:10). Hoe belangrijk het is om de Vader te kennen, kwam ook eerder in de tafelgesprekken al ter sprake (14:7 en 9), en wordt opnieuw door Jezus genoemd in het hogepriesterlijk gebed (17:25). In feite is dit het fundamentele probleem van de mensheid: dat we God niet kennen. Dit leidt tot verzet tegen God en zijn Woord. Ook de gemeente van Christus zal dat ervaren.
‘Er komt zelfs een tijd dat iedereen die jullie doodt, meent daarmee God te dienen.’ Dit is precies wat er gebeurt wanneer Jezus veroordeeld wordt, en wat we in Handelingen lezen over de vervolging van de eerste gemeente.
In de praktijk is het immers de duivel die ‘de heerser van deze wereld’ genoemd kan worden (vs. 11). Al zegt Jezus over hem dat hij ‘is veroordeeld’ (voltooide tijd): dat oordeel is aan het kruis voltrokken. De Geest zal ons daarvan overtuigen: wanneer we kijken naar wat er in de wereld gaande is, lijkt de duivel het nog steeds voor het zeggen te hebben. Het gaat hier om een geestelijke werkelijkheid.
Eigenlijk is het bijzonder dat Jezus zegt dat de Geest een boodschap heeft voor de wereld: de ‘pleitbezorger’ komt immers ‘bij jullie’ (de leerlingen), maar het object van elegchō (NBV21: ‘in het ongelijk stellen’, NBV: ‘duidelijk maken’, NBG51/HSV: ‘overtuigen’) in vers 8 is de wereld. Misschien duidt dit erop dat de wereld niet zomaar overtuigd zal worden door het getuigenis van mensen. Hun harten zullen door de Geest geopend moeten worden.
De Vader is bij Mij
Het hoofdstuk eindigt met misschien wel het sterkste argument waarom de leerlingen niet bang hoeven zijn voor de wereld: ‘Ik heb de wereld overwonnen’ (vs. 33). Opnieuw een claim in de voltooide tijd. Dit gaat over het kruis. Maar op dit moment weet Jezus al dat Hij zijn weg tot het einde toe zal volbrengen. (Het lijkt erop dat Johannes dat wil benadrukken door niet te schrijven over de innerlijke strijd van de Heer in de Hof van Getsemane.) Jezus is vol vertrouwen: ‘Maar Ik ben niet alleen, want de Vader is bij Mij’ (vers 32). Op twee manieren heeft Hij de normale gang van zaken in deze wereld overwonnen: door zijn leven lang niet toe te geven aan de zonde én door op te staan uit de dood. Wanneer de leerlingen deze overtuiging vasthouden zullen ze hun geloof niet verliezen (vs. 1) en vrede vinden (vs. 33).

Aanwijzingen voor de prediking
Het zou mooi zijn wanneer je in de verkondiging iets kunt overbrengen van de manier waarop Jezus zijn leerlingen letterlijk bemoedigt (vs. 33). Doe je best om woorden te geven aan situaties waarin gelovigen vandaag zo’n bemoediging nodig hebben, omstandigheden waardoor het geloof onder druk komt te staan: bijvoorbeeld wanneer iemand door een persoonlijke crisis het zicht op de toekomst verliest; of denk aan de toestand in de wereld die ons de hoop kan benemen. Juist een christen mag te allen tijde vertrouwen houden: Jezus heeft immers (alle moeilijkheden in) de wereld al overwonnen. Hij gééft niet alleen een reden – Hij ís de reden waarom je mag vertrouwen in de goede afloop.
Ter illustratie zou je voorbeelden kunnen noemen van situaties waarin het verschil maakt dat je gelooft in de goede afloop: een zware operatie, beginnen met een nieuwe baan, trouwen, een examen afleggen (zie hieronder bij de ideeën voor jongeren).
Uit het oog, uit het hart?
Laat zien dat Jezus begrijpt dat zijn afscheid van de leerlingen mogelijk tot ongerustheid en onzekerheid leidt. Maar Hij wil niet dat zij hun geloof verliezen. Er bestaat natuurlijk een risico dat ‘uit het oog’ ook ‘uit het hart’ betekent, zeker wanneer er druk wordt uitgeoefend op de gelovigen. Wat dat betreft kun je de hoorders geruststellen: dat hun eventuele vragen bij de goede afloop niet vreemd zijn.
Het is goed om in de preek of in de gebeden aandacht te hebben voor onze broeders en zusters die aan den lijve ervaren hoe gevaarlijk het kan zijn om te geloven in een omgeving waarin men God niet kent. Aanhangers van andere godsdiensten/ideologieën menen soms dat ze in naam van hun eigen god/overtuiging handelen wanneer ze het christelijk geloof bestrijden.
Al kennen wij geen vervolging, er zijn ongetwijfeld mensen onder je gehoor die leven of werken in een omgeving waar weinig kennis van God is. Dat kan eenzaam maken. Dat kan je ook in de verleiding brengen om je aan te passen aan de wereld. Bemoedig deze mensen door hun argumenten aan te reiken om vast te houden aan hun geloof: dat ze nergens bang voor hoeven te zijn omdat Jezus de wereld overwonnen heeft.
Symbool van overwinning
Neem de tijd om uit te leggen hoe Jezus deze overwinning behaald heeft. Het is immers de tijd voor Pasen: Jezus heeft voor ons geleden. Hij heeft zelf de tegenstand ervaren van mensen die meenden Hem in Gods naam te moeten veroordelen. En Hij is niet onder de druk bezweken. Het kruis is geen symbool van nederlaag maar van overwinning.
Geef de hoorders ook mee dat de kerk inmiddels een lange geschiedenis kent, waarin gelovigen het hebben volgehouden; ondanks het verzet en het geweld die de kerk vanaf het begin achtervolgd hebben. Bemoedig de kerkgangers om in die traditie te staan. De wetenschap dat de overwinning behaald is, helpt daarbij. Bovendien hoeven we het niet alleen te doen: de Geest staat ons bij.
Wens de hoorders ten slotte de vrede van Christus toe (vs. 33)!
Ideeën voor kinderen en jongeren
Voor kinderen: ken je iemand die wereldkampioen is? Wat heeft hij/zij daarvoor moeten doen? Heel veel wedstrijden winnen, om te laten zien dat hij/zij beter is dan alle anderen. Eigenlijk is Jezus ook een soort wereldkampioen. Hij is sterker dan alle mensen, Hij is zelfs sterker dan de duivel en de dood.
Voor jongeren: als je straks aan je examen begint, maakt het verschil of je er hard aan moet werken om onvoldoendes te compenseren; of dat je er nu al zo goed voorstaat, dat het eigenlijk niet meer mis kan gaan… Natuurlijk moet je nog steeds je best doen, maar het is niet zo heel spannend meer… Wij geloven dat Jezus aan het kruis de overwinning heeft behaald. We moeten wel ons best doen om te geloven. Maar het geeft rust om te weten dat het uiteindelijk goed komt.
Liedsuggesties
Bij het thema van deze preekschets is bijvoorbeeld te denken aan ‘Uw genade is mij genoeg’ (Opwekking 614). Uit het Liedboek voor de kerken zou gezang 452 goed passen, en dan met name vers 2, waarin staat: ‘Gods zoon vergeet de broeder niet die Hij op aarde liet’.
Jan Swager is predikant in Doornspijk en lid van de redactie ‘Prediking’ van Theologie.nl.
Geraadpleegd
M. de Jonge. (1996). Johannes, een praktische bijbelverklaring. (Tekst en Toelichting.)Kok.
L. Morris. (1995) The Gospel according to John. (The New International Commentary on the New Testament.) Eerdmans.