Menu

Premium

In de soep

Bij Lucas 10,23-37

Elsje moet een pannetje soep naar oma brengen. Ze gaat op de fiets, de soep in een tasje aan het stuur. Het is wel een beetje eng en het gaat ook nog regenen. Elsje heeft haar rode capuchon over haar ogen. Daardoor kan ze niet goed zien en – KNAL! – klapt ze tegen een geparkeerde auto. Fiets kapot, knie doet zeer, alles in de soep. Ze gaat op de stoeprand zitten, ze huilt, ze weet niet wat ze moet doen.

Er stopt een auto, het is de juf. Ze draait het raampje omlaag en zegt: ‘Gaat het? Sorry, ik heb een vergadering, ik moet verder.’

Elsje is zo geschrokken dat ze nog maar even blijft zitten. Daar komen een paar vriendinnetjes aangefietst. ‘Joh, wat heb jij? Pas op, je wordt helemaal nat. Paardrijden gaat niet door, want het regent.’ Weg zijn ze alweer.

Elsje krabbelt op. Er zit een slag in haar wiel, ze kan niet meer fietsen op die fiets. Achter haar stopt een scooter. Zo’n lummelige jongen roept: ‘Wat is er, moet ik helpen?’ Hij geeft haar zijn bomberjack tegen de regen, hij zet haar fiets tegen een boom, dan mag ze achterop de scooter en hij brengt haar thuis. Hij heeft zelfs het tasje met het lege pannetje meegenomen.’ Ik kom je fiets nog wel even brengen,’ zegt hij en weg is hij. ‘Wie was dat?’ zegt mama. ‘Ik weet het niet,’ zegt Elsje. ‘Ik was gevallen en hij heeft mij geholpen.’

Laat op de middag komt de jongen nog eens langs. ‘Je fiets is kapot,’ vertelt hij. ‘Ik heb hem bij mijn neef gebracht, die is fietsenmaker. Morgen is hij klaar. Hij doet het voor niks.’

‘Was dat nou weer die jongen?’ zegt mama. ‘Wat wil die van je?’ ‘Niks,’ zegt Elsje, ‘maar hij is toevallig wel de enige die mij gered heeft.’

Wellicht ook interessant

Eep Talstra
Eep Talstra
Basis

Een zoektocht naar patronen

Sinds de oprichting in 1977, in een tijd waarin computers nog kamers vulden en gegevens op grote ponskaarten stonden, werd er in de Werkgroep Informatica Vrije Universiteit (WIVU) in Amsterdam gewerkt aan het mogelijk maken om de Bijbel met de computer te onderzoeken. Oorspronkelijk was het doel alleen een digitale concordantie en zoekprogramma’s te maken voor Bijbelonderzoek, maar de focus verschoof snel naar het bouwen van een database waarin de tekst van het Oude Testament van woord- tot tekstniveau geanalyseerd is met behulp van de computer.

Basis

Wil de echte Paulus opstaan? Een kijkje achter de schermen van 60 jaar Paulinische stylometrie

Al meer dan twee eeuwen lang betwisten Bijbelwetenschappers de echtheid van de nieuwtestamentische brieven die in naam van Paulus zijn geschreven. Hierbij baseren zij zich onder meer op taalkundige verschillen tussen de brieven, zoals het gebruik van unieke woorden en opvallende syntax. Voor deze vergelijking zijn onderzoekers in de loop van de twintigste eeuw steeds meer gebruik gaan maken van inzichten uit de statistiek, maar dit type onderzoek nam pas echt een vlucht na de uitvinding van de computer, te beginnen met het werk van Andrew Queen Morton in de jaren 60.

Vrouw heeft haar handen gevouwen op een bijbel gelegd terwijl ze op haar laptop kijkt
Vrouw heeft haar handen gevouwen op een bijbel gelegd terwijl ze op haar laptop kijkt
None

Ten geleide – Bijbel en computer

Van kunstmatige intelligentie die bijbelteksten analyseert tot geavanceerde technologieën die de Dode Zeerollen ontsluiten: de interactie tussen schrift en technologie opent ongekende mogelijkheden. Deze tijden zorgen voor een hernieuwde omgang met de eeuwenoude teksten die zo welbekend zijn.  In deze serie van de Schrift redactie verkennen we hoe computers en algoritmen ons begrip van de Bijbel verdiepen, nieuwe vragen oproepen en traditioneel onderzoek transformeren. Wat betekent het als AI meeleest met de tekst? Hoe veranderen digitale hulpmiddelen ons beeld van oude teksten? En, kunnen we AI vertrouwen als het gaat om theologische kennis en wijsheden?

Nieuwe boeken