Lijden en sterven – Is dat het einde?
Hoe beleven katholieke geloofsgemeenschappen het passie- of lijdensverhaal van Jezus? Met deze vraag in gedachten ging redacteur Ko Schuurmans voor Herademing op onderzoek uit.
Hoe beleven katholieke geloofsgemeenschappen het passie- of lijdensverhaal van Jezus? Met deze vraag in gedachten ging redacteur Ko Schuurmans voor Herademing op onderzoek uit.
Bestel het paasnummer van Open Deur | Vallen en opstaan, via onze partner Boekenwereld We hebben allemaal onze verhalen van hoe we gevallen zijn. Hoe we gewond zijn geraakt, en hoe […]
De zesde zondag na Pasen, de laatste voor Hemelvaartsdag: in de ‘oude bedeling’ (waar zijn al die mooie, veelzeggende Latijnse zondagsnamen toch gebleven?) heet deze zondag Rogate, bidt! Willem Barnard schreef ooit: ‘Na Pasen gaat het van jubelen, Jubilate, via zingen, Cantate, naar bidden, Rogate.’ Zo is het en niet andersom: van expressie naar impressie, van de uitbundige jubel om zijn daden naar het ingekeerde gebed om Gods nabijheid… juist wanneer afscheid nadert.
Het vijfde boek van Mozes spreekt in hoofdstuk 4 dankbare verbazing uit over Gods verbondenheid met zijn volk in Mozes. In de hele geschiedenis van God met de mensheid kwam zo’n unieke verbondenheid niet voor (Deuteronomium 4:32-33). De beproevingen logen er niet om, maar ook Gods wonderdaden niet (4:34). Jullie boffen dat jullie dit te zien gekregen hebben (4:35) en je hebt zijn woorden ook nog mogen horen (4:36). God zelf heeft jullie bevrijd (4:37). Onderhoud dan zijn geboden, dan is deze band niet kapot te krijgen en zal het jullie goed gaan (4:40).
De Ezechiëlperikoop is een harde aanklacht tegen machtsmisbruik. De troostende woorden van JHWH die op deze aanklacht volgen, zijn balsem voor de verdrukte ziel: ‘Ik zal zelf naar mijn schapen omzien en zelf voor ze zorgen’ (Ezechiël 34:11). De evangelist Johannes neemt deze woorden van Ezechiël op en wijst op Jezus als de goede Herder, in tegenstelling tot de slechte herders die er ook zijn. In een andere tijd en context blijken de oude woorden opnieuw betekenis te krijgen. Lukt dat in onze tijd en context ook?
In Micha 4:1-5 zien we de processie van alle volken naar Jeruzalem. Ze willen de weg in het leven leren van de Heer die heeft overwonnen. Groot feest: eindelijk vrede en rust voor iedereen, ook de kreupelen en de verstrooiden (4:6). In Psalm 98 juicht de hele schepping: de Heer komt om de wereld te oordelen naar recht en wet. Psalm 4 weet van verdrukking, roept om ruimte en weet van het veilige huis bij de Heer.
Wie niet in de gelegenheid was om op de avond van de eerste dag van de week, nu acht dagen geleden, in de vesper het evangelie van die avond te horen (Johannes 20:19-23), zal het op de achtste dag, vandaag, nog wel willen betrekken bij de lezing van het evangelie. We weten niet of het hetzelfde moment was als een week eerder, dat Jezus in het midden van zijn leerlingen, inclusief Tomas, verscheen. Wel waren de deuren opnieuw gesloten. Misschien niet meer uit vrees voor de joden, maar omdat het hart van een van hen, Tomas, nog geopend moest worden.
Het geheel van lezingen in de Paasnacht is bedoeld als één doorlopend verhaal, van Genesis tot het open graf: ‘door de duisternis naar het licht’. Er gaat aan het einde een sterk appel tot navolging vanuit. Daarom is de Paasnacht ook traditioneel een moment waarop nieuwe gemeenteleden zich laten dopen. Veel teksten kunnen als dooptekst worden opgevat: door de dood naar het leven.
Na de kruisdood staan de volgelingen van Jezus voor de moeilijke opdracht om naar anderen toe te verwoorden hoe dit toch niet het einde is, omdat God sterker is dan de dood. Het christelijke getuigenis van de verrijzenis bouwt verder op de joodse ervaring dat God een toekomst schept voor zijn volk, ondanks oorlog, verwoesting, ballingschap en (martel)dood.