Korte Metten: Is er nog toekomst voor het dorp?
“Mevrouw, dank u. Die preek leek voor mij geschreven.”
Na de dienst komt hij naar me toe. Een oudere man, pas weduwnaar. Zijn verdriet is groot, maar hij staat er niet alleen voor. Achter hem staat een gemeenschap die hem kent, draagt en opvangt. In veel Zeeuws-Vlaamse dorpen is dit nog dagelijkse realiteit.
Ik kom er als gastpredikant. Gemeenten zijn soms verspreid over meerdere dorpen. De ene zondag hier, de andere daar. Wie niet meer kan rijden, wordt opgehaald. Zorg is hier geen systeem, maar iets wat mensen gewoon voor elkaar doen. En toch.. er knelt iets.
Waarom jongeren dorpen verlaten
In een van die kerken is een jeugdruimte. Fris, licht, zorgvuldig ingericht. Alles is er, behalve jongeren. “De kerk spreekt hen niet meer aan”, zeggen mensen dan. Maar is dat niet wat makkelijk?
De lege ruimte laat iets anders zien. Niet alleen de kerk loopt leeg — het dorp zelf verliest zijn functie als leefgemeenschap. Jongeren vertrekken niet omdat ze geen behoefte hebben aan verbondenheid, maar omdat die hier niet meer te organiseren is. Studie, werk, relaties, toekomst: daarvoor moet je naar de stad.
Niet alleen de kerk loopt leeg — het dorp zelf verliest zijn functie als leefgemeenschap
Is dat een noodlot? Nee. We hebben het zo ingericht.
Eerst verdween de bushalte, toen sloot de school, vervolgens vertrok de huisarts. Wat overbleef, was stilte — en afhankelijkheid van de auto. Efficiency, heet dat. Maar ondertussen verdween precies datgene wat een gemeenschap draagt.
De kerk volgt hetzelfde patroon. Krimp maakt dat geloofsgemeenschappen naar binnen keren. Alle energie gaat dan naar gebouwen, vormen en tradities. Begrijpelijk, maar het is ook een vorm van terugtrekking. Alsof het genoeg is om te bewaren wat er nog is, terwijl de wereld rondom je langzaam verdwijnt. Maar kerk-zijn is geen synoniem voor conserveren. Het is aanwezig zijn, juist daar waar het leven onzeker is.
Kerk is er niet voor zichzelf, maar om aanwezig te zijn
Vorig jaar liep ik met mijn zoon door Zeeland en West-Vlaanderen. Dorpen, omzoomd door akkers, alsof de tijd had stilgestaan. Tot je beter keek. Verlaten huizen, boerderijen zonder opvolging. Een bankje met uitzicht op het avondrood, waar niemand meer neerstrijkt. Het landschap blijft, maar het menselijk leven trekt weg.
Heeft het dorp nog toekomst? Dat hangt ervan af wat we onder toekomst verstaan.
Als toekomst betekent: groei, rendement, schaalvergroting… dan is het antwoord simpelweg: nee.
Maar als toekomst ook betekent dat mensen gekend worden, dat zorg niet wordt uitbesteed maar gedragen, dat leven en sterven een plaats hebben in een gemeenschap — dan staat hier meer op het spel dan een paar krimpcijfers.
In veel dorpen dreigt het leven onder de kerktoren te verdwijnen. Niet omdat mensen geen gemeenschap meer willen, maar omdat we die stap voor stap hebben afgebroken.
En de kerk? Die kan zich dat niet veroorloven. De kerk is er niet om zichzelf in stand te houden, maar om aanwezig te zijn.
Innovatie: nieuwe hoop voor dorpen
Gelukkig ontkiemt er ook nieuwe hoop.
Na een dienst zag ik, midden in het landschap, een bord: Superchargeplek. Een slimme boer had zijn erf opengesteld: laadpalen, een broodjeszaak, een speeltuin. Oké, je redt er geen dorp mee. Maar het is wél een manier om te zeggen: we geven het niet op.
De toekomst van dorpen ligt niet vast. Maar ze verdwijnen ook niet vanzelf.
Kelly Keasberry is freelance journalist, schrijver en (eco)theoloog. Ze werkt(o.a.) voor het Vlaamse weekblad Tertio, en is columnist voor Theologie.nl en het Nederlands Dagblad. Daarnaast is ze verbonden als (extern) PhD-onderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam rond ecologische en religieuze narratieven. In 2024 verscheen haar boek Geworteld in verbinding (Maklu/Garant).