Menu

Basis

Ons past wel wat meer verbondenheid

Matthijs den Otter

Nederlanders behoren tot de volken die wereldwijd het minst in contact zijn met de natuur, bleek recent uit onderzoek waar The Guardian over schreef. We zijn daarbij in vertrouwd gezelschap: van de top 10 landen die het laagst scoorden, waren er zes westers met een christelijke signatuur. En dat terwijl in het onderzoek juist blijkt dat de mate van religiositeit en spiritualiteit de sterkste voorspeller is van verbondenheid met de natuur. Hoe zit dat?

Natuurverbondenheid

Het fenomeen dat The Guardian beschrijft, ‘nature connectedness’ of natuurverbondenheid, is een psychologisch concept dat de nabijheid van iemands relatie met andere soorten beschrijft. Een hogere score betekent een hoger draagvlak voor natuurvriendelijk beleid – en trouwens ook een hoger gevoel van welzijn. Met hun minder natuurvriendelijke beleid hebben lager scorende landen daarentegen een negatieve invloed op de aarde, met vervuiling, verlies van diersoorten en hoge CO2-uitstoot als gevolg. 

Religieuze samenlevingen en culturen scoorden dus juist hoger. De nadruk in het onderzoek lijkt daarbij op een wat bredere opvatting van spiritualiteit te liggen, zeker als die tastbaar in de samenleving en het publieke domein aanwezig is, en hoger aangeslagen wordt dan bijvoorbeeld wetenschappelijke wereldbeelden.

Wat gaat er dan mis in die westerse, christelijke samenlevingen?

Een aparte relatie met de natuur

Om te beginnen heeft het westerse christendom best een aparte relatie met de natuur. Christelijke politieke partijen, bijvoorbeeld, hebben het weliswaar over rentmeesterschap – en koppelen dat soms wel, soms niet aan ambitieus klimaatbeleid – maar tegelijkertijd is juist in de traditioneel-christelijke, westerse wereld een economisch systeem opgetuigd dat gericht is op het exploiteren van dieren tot aan hele ecosystemen, met machinale precisie. Dit systeem is vaak gebaseerd op een doorvertaling van het begrip ‘Imago Dei’: de mens is geschapen naar het evenbeeld van God en heeft de taak de rest van de schepping te beheren.

In het christendom is de mens daarmee vaak boven de schepping gesteld. Dat kan leiden tot bizarre theologische redeneringen, zoals die van sommige gemeenschappen in de VS, die geloven dat met elke gram CO2 extra de nieuwe hemel en aarde – die God gaat scheppen na de vernietiging van de huidige wereld – een stap dichterbij komen. Tank de pick-up dan nog maar een keer vol!

“Een keiharde economische realiteit”

Zo extreem zijn we in Europa doorgaans niet, maar ook hier wordt vanuit het idee van rentmeesterschap de mens vaak buiten of boven de natuur gezet. Zo zei Eurocommissaris Hoekstra vorige maand in Trouw – rondom de klimaatwetgeving die uiteindelijk flink afgezwakt door het Europees Parlement aangenomen werd: “Vergeet dat gepraat over de aarde, die overleeft ons wel. Dit gaat over ons als mensheid – het is een keiharde economische realiteit.”

Ik snap Hoekstra wel. Hij probeert een zo breed mogelijke groep te betrekken in het gevoel van urgentie, maar daarmee bevestigt hij opnieuw: de mensheid en de aarde, dat zijn twee verschillende dingen.

En zie hier: het mechanisme dat ons bij de natuur vandaan drijft.

Hoe sturen we hierop bij? Volgens mij zijn daar zowel in de wetenschap als in de theologie genoeg aanknopingspunten voor.

Geen aparte scheppingsdag

Uit allerlei onderzoeken blijkt namelijk dat de mens juist een naadloos passend onderdeel is van de natuur. Want wat maakt de mens nu anders dan dieren? Bewustzijn? Steeds meer onderzoek laat zien dat dit op allerlei plekken in de natuur wordt gevonden, onder meer bij inktvissen. Nieuwe inzichten laten ook zien dat verschillende rijken – dieren, schimmels, planten, en de mens – veel nauwer met elkaar verbonden zijn dan gedacht, bijvoorbeeld in het microbioom in de darmen, dat een cruciale rol speelt in het afweersysteem en zelfs onze mentale gezondheid beïnvloedt. Ook blijkt dat mensen sneller genezen als ze natuur zien tijdens hun herstel, en dat ze minder snel verouderen.

En de theologische basis dan? Calvijn noemde de natuur al het theater van Gods glorie. Maar is de mens daar niet de kroon op? De mens is natuurlijk belangrijk, maar misschien past ons wel wat meer bescheidenheid. Of beter gezegd: verbondenheid. Eva van Urk beschrijft in haar promotiestudie treffend hoe de mens helemaal niet op zichzelf staat in Genesis, maar te midden van de dieren. Zo heeft de mens bijvoorbeeld helemaal geen aparte scheppingsdag.

Mensen staan niet boven de natuur, maar zijn op allerlei manieren verbonden met de natuur. Daar is volgens mij naast een wetenschappelijke ook best een theologische basis voor te vinden. Bovendien maakt dat inzicht de mens op allerlei manieren gezonder en gelukkiger – en met de mens ook de hele aarde.

Matthijs den Otter is bestuurskundige, theoloog en metaldrummer. Hij werkt als adviseur inclusie, mensenrechten en het tegengaan van radicalisering en polarisatie bij de gemeente Utrecht, en promoveert aan de Vrije Universiteit Amsterdam op de rol die het hiernamaals speelt in het geloof van fundamentalistische christenen en moslims. Daarnaast speelt hij in de Nederlandse metalband Mountain Eye.

Wellicht ook interessant

Je ziet drie mannen in beeld. Een van de mannen verzorgt een gewonde tweede man en een derde man loopt snel weg.
Je ziet drie mannen in beeld. Een van de mannen verzorgt een gewonde tweede man en een derde man loopt snel weg.
Basis

Als we niet oppassen, neemt het systeem ons te grazen

Onder tijdsdruk haastten theologiestudenten zich voorbij een hulpbehoevende man om op tijd een preek te kunnen houden over de barmhartige Samaritaan. De verwachtingen van het systeem – het niet teleurstellen van de professor – wonnen het van de zorg voor de kwetsbare. Dit experiment uit 1970 is nog altijd relevant, stelt Matthijs den Otter, want AI dreigt ons leven steeds verder te systematiseren. Hoe hiermee om te gaan? Matthijs vindt tips in de filosofie van Hauerwas.

Uitsnede uit de cover van Op de school van het lijden
Uitsnede uit de cover van Op de school van het lijden
None

Thema: School van het lijden

Hans Alderliesten werkt bij Movisie als senior onderzoeker op het gebied van dementie. In zijn werk staat de vraag centraal hoe mensen, ook wanneer zij te maken krijgen met kwetsbaarheid, ziekte of verlies, volwaardig kunnen blijven meedoen aan de samenleving. Hij beschouwt dementie niet alleen als een zorgvraagstuk, maar vooral ook als een samenlevingsvraagstuk. Daarnaast doet hij promotieonderzoek aan de Erasmus Universiteit Rotterdam naar leiderschap bij de filosoof Augustinus. Hij publiceert over menselijke waardigheid, kwetsbaarheid en de betekenis van klassieke denkers voor actuele maatschappelijke vraagstukken. In zijn nieuwste boek, Op de school van het lijden, brengt hij Augustinus en Job met elkaar in gesprek over lijden, verlies en de kunst van het leven. Elsbeth gaat in deze aflevering in gesprek met Hans Alderliesten.

Portret van David Iboma, buiten voor een groene achtergrond
Portret van David Iboma, buiten voor een groene achtergrond
Basis

“Zoek de eeuwige prijs”

David Iboma, Belg met Congolese roots, werd geboren in 1994 in Kinshasa, Congo. Met zijn ouders en broer reisde hij de eerste jaren van zijn leven door Afrika waar zijn vader werkte als zendeling. Als kind kwam hij aan in Antwerpen, en werkte zich op tot voetballer op hoog niveau. Vandaag zet hij zijn levenservaring in om jonge mensen – veelal kinderen van immigranten en ook met een moslimachtergrond – te begeleiden en inspireren. Vaak via sport, en altijd met de Bijbel in de hand en in het hart. Martine Meijers ging met hem in gesprek.

Nieuwe boeken