Korte Metten: Ons past wel wat meer verbondenheid
Nederlanders behoren tot de volken die wereldwijd het minst in contact zijn met de natuur, bleek recent uit onderzoek waar The Guardian over schreef. We zijn daarbij in vertrouwd gezelschap: van de top 10 landen die het laagst scoorden, waren er zes westers met een christelijke signatuur. En dat terwijl in het onderzoek juist blijkt dat de mate van religiositeit en spiritualiteit de sterkste voorspeller is van verbondenheid met de natuur. Hoe zit dat?
Natuurverbondenheid
Het fenomeen dat The Guardian beschrijft, ‘nature connectedness’ of natuurverbondenheid, is een psychologisch concept dat de nabijheid van iemands relatie met andere soorten beschrijft. Een hogere score betekent een hoger draagvlak voor natuurvriendelijk beleid – en trouwens ook een hoger gevoel van welzijn. Met hun minder natuurvriendelijke beleid hebben lager scorende landen daarentegen een negatieve invloed op de aarde, met vervuiling, verlies van diersoorten en hoge CO2-uitstoot als gevolg.
Religieuze samenlevingen en culturen scoorden dus juist hoger. De nadruk in het onderzoek lijkt daarbij op een wat bredere opvatting van spiritualiteit te liggen, zeker als die tastbaar in de samenleving en het publieke domein aanwezig is, en hoger aangeslagen wordt dan bijvoorbeeld wetenschappelijke wereldbeelden.
Wat gaat er dan mis in die westerse, christelijke samenlevingen?
Een aparte relatie met de natuur
Om te beginnen heeft het westerse christendom best een aparte relatie met de natuur. Christelijke politieke partijen, bijvoorbeeld, hebben het weliswaar over rentmeesterschap – en koppelen dat soms wel, soms niet aan ambitieus klimaatbeleid – maar tegelijkertijd is juist in de traditioneel-christelijke, westerse wereld een economisch systeem opgetuigd dat gericht is op het exploiteren van dieren tot aan hele ecosystemen, met machinale precisie. Dit systeem is vaak gebaseerd op een doorvertaling van het begrip ‘Imago Dei’: de mens is geschapen naar het evenbeeld van God en heeft de taak de rest van de schepping te beheren.
In het christendom is de mens daarmee vaak boven de schepping gesteld. Dat kan leiden tot bizarre theologische redeneringen, zoals die van sommige gemeenschappen in de VS, die geloven dat met elke gram CO2 extra de nieuwe hemel en aarde – die God gaat scheppen na de vernietiging van de huidige wereld – een stap dichterbij komen. Tank de pick-up dan nog maar een keer vol!
“Een keiharde economische realiteit”
Zo extreem zijn we in Europa doorgaans niet, maar ook hier wordt vanuit het idee van rentmeesterschap de mens vaak buiten of boven de natuur gezet. Zo zei Eurocommissaris Hoekstra vorige maand in Trouw – rondom de klimaatwetgeving die uiteindelijk flink afgezwakt door het Europees Parlement aangenomen werd: “Vergeet dat gepraat over de aarde, die overleeft ons wel. Dit gaat over ons als mensheid – het is een keiharde economische realiteit.”
Ik snap Hoekstra wel. Hij probeert een zo breed mogelijke groep te betrekken in het gevoel van urgentie, maar daarmee bevestigt hij opnieuw: de mensheid en de aarde, dat zijn twee verschillende dingen.
En zie hier: het mechanisme dat ons bij de natuur vandaan drijft.
Hoe sturen we hierop bij? Volgens mij zijn daar zowel in de wetenschap als in de theologie genoeg aanknopingspunten voor.
Geen aparte scheppingsdag
Uit allerlei onderzoeken blijkt namelijk dat de mens juist een naadloos passend onderdeel is van de natuur. Want wat maakt de mens nu anders dan dieren? Bewustzijn? Steeds meer onderzoek laat zien dat dit op allerlei plekken in de natuur wordt gevonden, onder meer bij inktvissen. Nieuwe inzichten laten ook zien dat verschillende rijken – dieren, schimmels, planten, en de mens – veel nauwer met elkaar verbonden zijn dan gedacht, bijvoorbeeld in het microbioom in de darmen, dat een cruciale rol speelt in het afweersysteem en zelfs onze mentale gezondheid beïnvloedt. Ook blijkt dat mensen sneller genezen als ze natuur zien tijdens hun herstel, en dat ze minder snel verouderen.
En de theologische basis dan? Calvijn noemde de natuur al het theater van Gods glorie. Maar is de mens daar niet de kroon op? De mens is natuurlijk belangrijk, maar misschien past ons wel wat meer bescheidenheid. Of beter gezegd: verbondenheid. Eva van Urk beschrijft in haar promotiestudie treffend hoe de mens helemaal niet op zichzelf staat in Genesis, maar te midden van de dieren. Zo heeft de mens bijvoorbeeld helemaal geen aparte scheppingsdag.
Mensen staan niet boven de natuur, maar zijn op allerlei manieren verbonden met de natuur. Daar is volgens mij naast een wetenschappelijke ook best een theologische basis voor te vinden. Bovendien maakt dat inzicht de mens op allerlei manieren gezonder en gelukkiger – en met de mens ook de hele aarde.
Matthijs den Otter is bestuurskundige, theoloog en metaldrummer. Hij werkt als adviseur inclusie en het tegengaan van radicalisering en polarisatie bij de gemeente Utrecht, en promoveert aan de VU Amsterdam op de rol die geloof in het hiernamaals speelt bij fundamentalisten.