Korte Metten: Pionieren
Mijn eerste maand op mijn nieuwe werkplek zit erop. Als halftijdse gemeentepredikant/halftijdse stadspredikant in Leuven. Stadspredikant in de zin van pionier: ik mag verkennen voor wie we als protestantse gemeenschap in onze stad iets kunnen betekenen en hoe. Pionieren is nieuw ook voor mijzelf. Ik pionier in het pionieren. Hiervoor was ik voltijds stadspredikant in een organisatie (het Protestants Sociaal Centrum Antwerpen). Die pet heb ik hier niet meer op. Wel die van dominee. En dat in een post-katholiek geseculariseerd land en in een stad waar de universiteit stevig haar stempel op drukt. Hoe doe je dat dan? Hoe stel je je voor, hoe maak je geloofwaardig dat je geen agenda hebt behalve je presentie aanbieden? Want “de kerk”, dat ligt in België gevoelig.
Ik zal het gaandeweg moeten leren. Blootshoofds en schoorvoetend zoek ik mijn weg.
Een pionier is volgens het etymologisch woordenboek “voetvolk” dat zich op onbekend terrein moet begeven. Je bent een “pion” die naar voren geschoven wordt. Dat klinkt onbelangrijk en weerloos. Dan kan ik niet anders dan denken aan Filippenzen 2:5-8: hoe Jezus zichzelf ontdeed van alle titels om onder de mensen te zijn waar hij zelfs werd vernederd en gedood. Heftig! Gelukkig ben ik in Leuven op veel veiliger terrein. Het is een warme sociale stad met prachtige mensen. Maar iets in mij zegt dat pionierschap niet in comfort mag verzanden. Dat ik altijd de ongemakkelijkheid moet blijven aangaan. Anders is het niet meer pionieren. Jezus volgen is onderweg blijven.
Vorig jaar schreef ik een paper1 in het kader van mijn vijfjaarlijkse studieverlof, over improvisatie. Ik ontdekte dat er in Gods weg met mensen, ook door Jezus, heel wat geïmproviseerd wordt, met de wendbaarheid van de Heilige Geest. En dat ongemakkelijkheid een onvermijdelijk neveneffect is.
Het is spannend voor mij en voor onze kerkgemeenschap. Wat zal pionieren doen met ons vertrouwde kerkzijn? Ik ben dankbaar dat onze kerk dat avontuur wil aangaan: het risico dat we zelf zullen veranderen door poreuzer te worden, kwetsbaarder, ontvankelijker, als een graankorrel in de aarde (Joh. 12: 24-27). Concreet: misschien gaan er zomaar mensen opdagen die onze manier van vieren, van communiceren, onze kerktaal en onze omgang met elkaar in vraag stellen, à la moment expliciet of alleen al door hun aanwezigheid. Of misschien zullen ze ons zelfs ontregelen. Improviseer dan maar. Hoe vertaal je de liefde die sowieso van je gevraagd wordt in talen die je nog moet leren?
Voorlopig zit ik in de verkennende fase. Ik bezoek en luister naar zowel ‘onze eigen mensen’ als allerlei sleutelfiguren in de stad, op diverse plekken, in verschillende organen. Ik mag wekelijks de presentie beoefenen in twee armoedeorganisaties. Daar beoefen ik elke keer het invoegen, meebewegen, deel worden van, wederkerig geven en ontvangen. Ik vraag mensen in armoede hoe zij de stad ervaren, het beleid, de hulp, de plekken. Ik stel mij lerend op. Verder hoop ik in contact te komen met studenten, wijkbewoners, mensen met andere culturele achtergronden.
En dan zien we wel. Als de graankorrel is opengegaan en wordt opgenomen in de grond, kan er iets ontkiemen. Pionieren is een beetje sterven, aan je eigen plannen, rollen, taal en kaders. Alleen dan zal er iets kunnen groeien dat echt verbindt en vrucht draagt.
Ik ben oprecht benieuwd. Benieuwd en ongemakkelijk. Dan zit het goed, toch?
Petra Schipper is sinds 1 februari j.l. halftijds gemeentepredikant, halftijds stadspredikant (pionier) in de Verenigde Protestantse Kerk in Leuven (B.). Hiervoor was zij diaconaal stadspredikant in Antwerpen.
- Vraag me gerust om het digitaal te ontvangen: [email protected] ↩︎