Korte Metten: Wereldvreemd
“Je bent wereldvreemd”, zei hij tegen mij en ik had geen idee wat dat betekende. Logisch, want ik was wereldvreemd. Vijftien jaar oud was ik toen. We kenden elkaar van de christelijke koffiebar. Ik een gereformeerd meisje, hij van de ‘vergadering van gelovigen’. Het verbaasde me wel, dat hij mij wereldvreemd noemde. Hun leer was heel specifiek, hij wist alles van de bedelingen, de opname en wederkomst van Jezus; ik had daar nog nooit over nagedacht. Mijn moeder zat volop in de vredesbeweging. Zijn ouders gingen naar christelijke kooroptredens in De Doelen. Anderzijds luisterden wij alleen naar klassieke muziek en wijdde hij mij in, in genres met elektrische gitaren. Wat betekent dat dan, wereldvreemd?
“Wees niet gelijkvormig aan deze wereld…”1 (“… maar wordt hervormd…” stond er dan achteraan in de NBG51 vertaling, wat ik natuurlijk wel grappig vond.) De wereld. Evangelische predikers waarschuwden ons voor de wereld. Mijn moeder ook, maar voor heel andere dingen. Wat was het nu waar ik mij ver van moest houden?
Nu ben ik bijna 45 jaar verder in het leven. Volwassen worden, studeren, een gezin stichten, werken, contacten opbouwen, een levensvisie ontwikkelen, een levensstijl ook, en blijven geloven te midden van zoveel wat daaraan tornt, maar juist daarom daar nooit in vastroesten – dat gebeurt allemaal in die jaren. En hoe ik mij ook beweeg in deze wereld, ik betrap mijzelf erop dat ik mij meer dan ooit zo voel: wereldvreemd. Niet in de zin van dat vriendje of van mijn moeder. Ik kijk de wereld in de ogen, op allerlei manieren. Letterlijk in mijn presentie onder straatbewoners, jongeren op de vlucht, ouderen in armoede. Ik volg de actualiteit via verdiepende media, deel in allerlei tijdsgevoelens via muziek, film, literatuur. Maar net daarmee begeef ik mij steeds meer in de marge.
Dat voel ik het scherpst in de kerstperiode. Het contrast tussen marge en mainstream. Mijn inwendige vervreemding. De wereld, is dat de wereld van de mainstream? De mainstream komt in grote drommen naar de Antwerpse Meir om ’s avonds in weerkerende drommen bepakt en bezakt huiswaarts te keren. Of naar het Antwerps Sportpaleis (“Afas Dome” is de nieuwe naam, ook vreemd) voor weetikwelk optreden. Of bestelt miljoenen pakjes uit China. Kan niet genoeg krijgen van vliegvakanties. Ziedaar, de kersttijd als summum van consumptievreugde. Is dat de wereld? Of is dat maar het beeld dat ons opgedrongen wordt? Ik hoor en voel ook, als ik voorbij de kunstmatig gecreëerde oppervlakte kijk, bij veel mensen een druk, een moeheid, een leegte, een intense eenzaamheid. En behoefte aan echtheid, eenvoud en verbondenheid. Aan tijd en aandacht. Waarom laten zoveel mensen zich zo opjagen? In dit tijdperk van keuzevrijheid, hebben ze dan echt geen keus om niet mee te doen? Zijn de kosten van daar niet bij hoeven horen dan zo ondraaglijk hoog?
Al jaren doen wij met ons gezin bewust en overtuigd niet mee aan kerstcadeautjes en uitgebreide diners. We zijn samen, sjoelen wat, eten zelfgemaakte taart en een geliefd maaltje dat in een halfuurtje klaar is. We proberen naar elkaar te luisteren. En wie wil, gaat naar de kerk, op zoek naar “de wil van God (…), het goede, welgevallige en volkomene”, zoals dat eerder aangehaalde bijbelvers verdergaat.2 Want dat goede van God is in deze wereld te vinden diep verborgen achter de luide dominantie van het tegendeel: in een schamele voederbak in de marge. Ultiem teken van echtheid en nabijheid.
Oké, dan ben ik maar wereldvreemd.
Petra Schipper is stadspredikant van Antwerpen en verbonden aan het Protestants Sociaal Centrum (PSC) Antwerpen. Op haar blog deelt ze haar ervaringen.