Menu

None

Kunstmatige intelligentie en de verkondiging

Evert-Jan Vledder experimenteerde met het programma ChatGPT om een preek te maken. Dat bleek makkelijk, maar de vragen eromheen zijn dat niet.

Iedere week ga ik als predikant de uitdaging aan om een preek te schrijven. Sinds kort is het mogelijk om mij te laten assisteren door de kunstmatige intelligentie van ChatGPT. Het gebruik hiervan is vrij eenvoudig. Bedenk scherpe trefwoorden, formuleer duidelijke zoekopdrachten, voer dit in, scherp de opdracht meerdere keren aan en binnen enkele seconden rolt er een volledige preek uit. De tekst kan telkens opnieuw aangescherpt worden totdat er een nagenoeg ‘perfecte’ verkondiging uitkomt. Maar wat doet dit gebruik van kunstmatige intelligentie mij? Hoe moet ik deze ontwikkelingen beoordelen en hoe verhouden ze zich tot een eigen overweging?

Onbekend fenomeen

Mijn eerste ervaringen met het gebruik van ChatGPT wekten bij mij fascinatie én verbijstering; fascinatie omdat er op eerste gezicht een redelijk bruikbare tekst uitrolde, op een gebruikersvriendelijke manier. Wat mij vaak een week lang ‘worstelen’ met een bijbeltekst kost, soms niet wetend welke woorden of invalshoek ik moet kiezen, doet dit programma in luttele seconden.

Tegelijk ben ik verbijsterd omdat de implicaties in positieve of negatieve zin van kunstmatige intelligentie op mijn predikantschap volstrekt onbekend zijn. De toepassingen op mijn vak en in de kerk zijn zo nieuw dat we nog niet goed weten welke passende vragen we erbij moeten stellen. We worden geconfronteerd met een nieuw fenomeen, waarvan we niet weten waartoe het zal leiden. Is dit preken nieuwe stijl? Niet meer de bijbelteksten in de grondtalen uitpluizen maar gepaste trefwoorden en zoekopdrachten formuleren?

Een week worstelen met een bijbeltekst teruggebracht tot enkele seconden

Wat op het spel staat

Om een goede vraag te formuleren bij het gebruik en de beoordeling van kunstmatige intelligentie werd ik geholpen door een bespreking in een werkgemeenschap. Met collega’s lazen we het boek van Theo Hettema en Annemarie Roding: Basisbakboek voor preken: Leer een preek bakken die naar meer smaakt!

Kunstmatige intelligentie kwam helemaal niet aan bod, maar één vraag bleef mij bij, die gelijk een goede vraag is bij de beoordeling van kunstmatige intelligentie. Wat staat er voor mij op het spel bij het gebruik van ChatGTP als ik een preek voorbereid? De kunstmatig gegenereerde overweging kan ik eindeloos verbeteren, de preek gebruiken en de gemeente hier niets van vertellen. Dat zou echter oneerlijk zijn, nog afgezien van de vraag om wiens intellectueel eigendom het gaat, de vraag rond auteursrecht en of dit een vorm van plagiaat is. Daarom staat in eerste instantie op het spel: mijn eerlijkheid.

Eerlijk

Ik moet daarbij denken aan de ‘eerste preek’ van Petrus in Handelingen 2. Hij was goudeerlijk over wat hij wilde zeggen. Hij was vol van het verhaal van Jezus. Hij wilde een eerlijk verhaal vertellen over dat waar Jezus vóór Pasen voor stond: recht, rechtvaardigheid en deelname aan Gods koninkrijk. Hij wilde dat wat hij van Jezus bij leven had geleerd, doorvertellen nadat Jezus was gestorven en opgestaan. Dat deed hij integer, authentiek en eerlijk. Hij deed dat vanuit zijn passie voor de boodschap en het leven van Jezus, dat ook zíjn boodschap en leven was geworden. Wat stond er op het spel? Dat hij vanwege deze boodschap vervolgd zou kunnen worden. En vandaag?

Het gaat bij een preek om een doorleefd en eerlijk verhaal zoals dat van Petrus. Kan een kunstmatig gegenereerde preek doorleefd zijn? Het is samengesteld uit miljoenen teksten die over het internet ‘zweven’, maar van wie is het echt? De preek klopt misschien zelfs en je kan er eindeloos aan blijven sleutelen tot je een nagenoeg perfecte U-vraagt-wij-draaientekst krijgt.

Ik denk aan het verhaal van een oude collega. Hij deed mee aan de opname van een kerkdienst voor de voormalige IKON-radio. Er werd voortdurend aan gesleuteld totdat de regisseur tevreden was. Maar de collega verzuchtte: ‘Dit is nu zo hemels mooi, maar sterft het niet in schoonheid?’

Menselijk

Het tweede dat voor mij op het spel staat is: mijn mens-zijn. We zijn mensen van vlees en bloed. Dat houdt in dat we zeker kunnen streven naar perfectie, schoonheid, gaaf heid, herstel en heelheid. We mogen ons verwonderen om de schoonheid van de natuur, muziek, poëzie, literatuur, geloof en God. Tegelijk blijven we sterfelijke mensen.

Kan een kunstmatig gegenereerde preek doorleefd zijn?

We kennen pijn, verdriet en zorgen. Dat hoort bij het volle mensenleven. Ooit hield ik mijn gemeente de vraag voor – naar een idee van Geertje de Vries in De eerste dag (zomer 2023, jrg. 46/3, blz. 14): wat zou je als allerlaatste zien als je in je verbeelding Jezus zag opvaren naar de hemel? Ik zou de littekens aan de voeten van Jezus zien. Door de gewonde voeten van Jezus zie ik de verwondingen in de wereld en in mijn eigen leven. Dat spoort mij aan om het met die verwondingen uit te houden.

De eerste versie van mijn experimentele preek zei ongeveer hetzelfde: ‘Dus, laten wij ons niet tegenhouden door angst of twijfel, maar laten wij ons vullen met de kracht en de liefde van God. Wij laten ons veranderen door de Heilige Geest, zodat wij kunnen groeien in ons geloof en een verschil kunnen maken in deze wereld.’ Maar hoe geloofwaardig is dit?

Geloofwaardig

Als laatste staat mijn geloofwaardigheid op het spel. Hoe geloofwaardig is het als een computer tegen je zegt: je moet het uithouden met je verwondingen die bij het volle mensenleven horen? Een computer kent geen angst. Het apparaat staat ’s morgens niet na een slechte nacht chagrijnig op. Het kan ook niet blij zijn bij de geboorte van een kleinkind.

Hoe serieus kunnen we een computer nemen die ons vertelt dat we kunnen veranderen door de heilige Geest? Theologisch klopt dit, maar het maakt uit wie of wat het zegt. Als het gezegd wordt door iets of iemand die zelf de verwondingen in de eigen ziel niet heeft meegemaakt, hoe geloofwaardig is het dan?

Het risico bij het maken van een preek is dat het evengoed níet zou kunnen lukken omdat ik in mijn ziel verwond ben geraakt, terwijl het met kunstmatige intelligentie altíjd zal lukken. Als een boodschap echter – hoe correct ook – niet door het leven van een mens is gegaan, blijft het tam, tandeloos, zonder bezieling en ongeloofwaardig.

Grenzen

Het gebruik van kunstmatige intelligentie heeft mij gefascineerd én verbijsterd. Hoe moeten we dit bij het maken van een preek beoordelen? Kunstmatige intelligentie is ondertussen overal. We moeten ons er daarom toe verhouden. Ik ben geholpen door één vraag uit het Basisbakboek: wat staat er voor mij op het spel?

Het eerste antwoord is mijn eerlijkheid: ik zal de gemeente niet voor de gek houden en een eerlijk doorleefde boodschap over God en het leven van Jezus vertellen. Daarnaast gaat het om mijn volledig mens-zijn, met ups en downs, met vreugde en verdriet. Het leven is niet perfect; dat hoeft een preek ook niet te zijn. Als laatste: mijn geloofwaardigheid. Juist omdat ik een sterfelijk mens ben en ik mijn verhaal eerlijk wil vertellen, hoop ik geloofwaardig te zijn.

Binnen deze grenzen blijf ik graag preken en met kunstmatige intelligentie experimenteren.

Evert-Jan Vledder is predikant van de Protestantse Gemeente Hellevoetsluis.


Ha leuk de kerk
Woord & Dienst 2022, nr. 8

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken