In de oudtestamentische lezing van deze vierde zondag na Epifanie wordt een opvolger van Mozes uit Israël beloofd, een opvolger die in de naam van de Eeuwige zal spreken. Marcus presenteert Jezus in een van de eerste scènes in zijn evangelie als een jood uit Nazaret wiens nieuwe leer gezag heeft; hogere machten gehoorzamen Hem. Hij is degene die in de naam van de Allerhoogste komt. Paulus besteedt aandacht aan een vraagstuk dat ontstaat onder de aanhangers van Mozes’ opvolger. Eensluidend menen de evangelisten dat de verzen uit Deuteronomium 18 betrekking hebben op Jezus. Volgens Lucas-Handelingen herinnert Stefanus het Sanhedrin
Het volledige Premium-artikel lezen?
Dit artikel is voor Premium-leden.
Log in en lees onbeperkt alles op Theologie.nl. Nog geen lid?
Al voor € 10,- per maand heb je toegang tot het volledige aanbod.
InloggenLid worden