Luister naar je lichaam
Paulus en het avondmaal in 1 Korinthiers 11
In 1 Korinthiers 10 stelt Paulus een misstand aan de orde die hem blijkbaar ter ore is gekomen, en die hij zeer hoog opneemt. Als de Korintische gemeente bijeenkomt om de maaltijd van de Heer te vieren, wachten de gemeenteleden niet op elkaar. Er is klaarblijkelijk nog sprake van een echte maaltijd, en uit het weinige dat Paulus erover zegt, kunnen we opmaken dat sommigen al aan het eten zijn voordat allen hun plek hebben ingenomen, met als gevolg dat er mensen zijn die bij deze maaltijd niet aan hun trekken komen omdat anderen het aanwezige voedsel voor hun neus hebben weggegeten. Het doet enigszins denken aan de eerste barsten in de idyllische gemeenschap van de prille gemeente in Jeruzalem volgens Handelingen 6, waar de Griekstaligen klagen dat hun behoeftigen worden achtergesteld bij de dagelijkse ‘broodbreking’ door de apostelen. Dat herinnert eraan dat de maaltijd van de Heer als sacramentele maaltijd tegelijk ook een armoedeproject was. Rond de tafel van Christus kreeg ieder te eten, zonder dat er verschil werd gemaakt naar rang, stand, geslacht of waardigheid. Maar in Korinthe eten sommigen de gaven al op terwijl anderen nog onderweg zijn. Daarmee wordt volgens Paulus het hart uit de maaltijd van de Heer gesneden. Hij gebruikt zwaar retorisch geschut om deze misstand aan de kaak te stellen. Om te beginnen grijpt hij terug naar de nog jonge traditie: jullie in Korinthe mogen het dan zó doen, ik zal jullie vertellen hoe het mij is overgeleverd. Dan volgen de zinnen waaraan we de ‘inzettingswoorden’ in het klassieke tafelgebed te danken hebben. Tegenover het zelfzuchtige bunkeren van sommige Korinthiers brengt Paulus Jezus in beeld die zijn leerlingen vraagt om zich al etend en drinkend op zijn gebaar van overgave te concentreren. Het zichzelf-openende, zegenende gebaar komt zo te staan tegenover de zichzelf-toesluitende manier waarop mensen het gemeenschapsmaal van Jezus doen verkeren in hun eigen ordinaire fastfoodmaaltijd.