Menu

Premium

Meditatie bij het thema ‘troost’

Troost

Wie in Nederlandse, Franse en Engelse (etymologische) woordenboeken bladert, op zoek naar de betekenis van het woord ‘troost’ in deze talen, komt verschillende betekenislagen, verschillende verdiepingen op het spoor.

Allereerst zit in ‘troost’ – diep verborgen – het woord ‘trouw’. Dat komt tot uitdrukking in het Nederlands: troosten komt van trouw. Er klinkt zelfs een oud-gothisch woord in mee, dat ‘verdrag’ of ‘verbond’ betekent. Je troost iemand door hem of haar niet in de steek te laten. Je blijft trouw, je loopt niet weg. Troosten is trouw zijn. Troosten is zeggen: wij samen, wij samen komen er doorheen.

Een tweede betekenislaag van het woord troost wordt weergegeven door het Franse woord consolation. Daar zit de gedachte in van dragen, meedragen, meetorsen, ondersteuning. Troosten betekent dan dat je iets van die ander helpt meedragen. Je zet er samen de schouders onder. Er zit ook iets in van geborgenheid schenken, en dat wil zeggen dat je borg, garant voor iemand staat, dat je iemand herbergt, zodat je voor een ander een herbergzaam mens bent.

Een andere dimensie in het woord ‘troost’ wordt uitgedrukt door het Engelse woord voor troost: comfort. Het komt van het Latijnse woordfortis en dat betekent sterk, moedig. Comfort betekent letterlijk: samen sterk zijn en moed vatten. Maar het heeft ook iets van tederheid in zich. Troost ligt dan in de toon van je stem, in ieder woord, in iedere handeling, in je zitten en je opstaan, in het uitstrekken van je hand.

‘Troost’ is ook een sleutelwoord in het Bijbelse getuigenis. Het woord komt zo’n 51 keer voor in de Bijbel en dan het meest bij de profeet Jesaja en bij de evangelist Johannes. Het resoneert tot in de vezels van het menselijk bestaan en maakt facetten van Gods heilzaam handelen transparant tot op de grenssituaties van het leven. Van Noach tot en met Jesaja is God aan het troosten. Noach, gered uit het doodswater van de zondvloed – zijn naam betekent ‘trooster’ en de tweede Jesaja schrijft aan mensen in ballingschap: ‘Troost, troost mijn volk’.

Ook in het Nieuwe Testament is het een sleutelwoord. De oude Simeon verwachtte de ‘vertroosting van Israël’ en hij zong een lofzang, toen hij het kind Jezus, als vervulling van die verwachting, in de armen van Mariazag. troost gaat het bovenal in het laatste Bijbelboek Openbaring dat bedoeld is als troostboek voor de vervolgde kerk van de eerste eeuwen. Het nieuwe Jeruzalem dat uit de hemel neerdaalt, zal gedefinieerd worden door de troost, want daar zal iedere traan worden weggewist. En het eerste wat ons gevraagd wordt in dat oude leerboek van de gereformeerde traditie, de Heidelbergse Catechismus, luidt: wat is uw enige troost, beide in leven en sterven?

In het Nieuwe Testament worden ‘troosten’ en ‘troost’ bovenal verbonden met het komen van de Heilige Geest met Pinksteren. Eerst spreekt God, schreef Noordmans, maar als spreken niet helpt dan komt Hij. En als komen niet helpt, dan troost Hij. De Heilige Geest is de Trooster bij uitstek. Hij is de Paracleet, zegt de evangelist Johannes en dat betekent letterlijk: degene die er bij geroepen wordt. Hij die erbij komt staan.

Misschien kunnen we de verdiepingen die we in het wordt ‘troost’ ontdekten nu ook gebruiken om het werk van de Heilige Geest opnieuw te benoemen. Allereerst de trouw. De Geest van God is trouw. De Geest is de trouw zelve, belichaamd in Gods verbond met ons. In het evangelie van Johannes zegt Jezus: ‘Ik zal de Vader bidden en Hij zal u een andere trooster geven om tot in eeuwigheid bij u te zijn’ (Joh. 14:16). De Geest laat geen verstek gaan, maar blijft tot in eeuwigheid bij ons.

De Geest is ook consolation. Hij draagt mee en ondersteunt ons. Soms is Hij krachtig als een stormwind, maar Hij is ook zeer teder. De Heilige Geest, dat is het innigste en allerdiepste van God. Die Geest staat borg voor je. Je bent geborgen. De Geest is als een moeder die troost, zegt de profeet Jesaja. Hij is een Trooster, die werkelijk weet van uw en mijn verdriet.

De Geest betekent ook comfort. Hij laat je moed vatten en deelt je eenzaamheid en onmacht. Hij neemt het voor je op en vult je leegte met zijn aanwezigheid. Als wij niet meer weten wat wij bidden zullen, zegt Paulus (Rom. 8: 26), dan bidt de Geest zelf zuchtend voor ons. Soms is de stilte het werkterrein van de Geest. Het hoeven niet altijd woorden te zijn, die de Geest gebruikt. De Geest kan je aanraken in het stille ruisen van de wind, in het stille bloeien van de bomen en de bloemen in de lente, of in de stilte die je ervaart in de ruimte van een kerkgebouw. Ook die stilte je, onverwacht en ongevraagd, iets duidelijk maken van wat de Geest werkt en bewerkt in de kom van je ziel. En soms heb je er geen naam voor en weet je niet of de Geest het is, maar je ervaart een onmiskenbare aanwezigheid.

De Geest troost ook met gebaren. Hij spreekt lichaamstaal. Er zijn dingen waar geen woorden voor zijn. Er kunnen soms diepe stiltes vallen, omdat het verdriet te groot voor woorden is. Dan is er alleen een hand die vasthoudt, een arm om een schouder, of gewoon een kopje koffie, dat we vroeger een ‘bakje troost’ noemden.

Ten slotte bevat het woord ‘troost’ ook een kritische dimensie. Want het Griekse woord voor ‘troosten’ ook ‘vermanen’ betekenen. Er klinkt in troosten ook iets door van appel en uitdaging. Onder het beslag van Geest is troosten ook protest. Een protest tegen de leegte en kaalslag van het bestaan. Een protest tegen de luiheid en lauwheid waarmee mensen elkaar bejegenen. Een protest ook tegen dat praten met meel in de mond, met verborgen agenda’s, zoals in de taal van de machthebbers van vroeger en nu.

Mensen, die getroost zijn door de Geest spreken en handelen tegen de chaos, tegen de manipulatie en huichelarij in. Zij vormen een gemeente die de roeping verstaat om uit te beelden waar je echte troost kunt vinden: trouw, consolation en comfort. Als de Geest aan het werk is vormen die een drievoudig snoer dat niet spoedig verbroken wordt.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken