Menu

Basis

Mijn dagen zijn geteld

man zitten op een stoel met een deken
Beeld: Jevtic/iStock.com

Na een lange periode van vage klachten en even vage aannames was er ineens een arts die de juiste diagnose stelde: een chronisch-progressieve ziekte die over niet al te lange tijd onherroepelijk zou leiden tot de dood.

Er was opluchting, eindelijk wist hij wat er aan de hand was, het had een naam. Daarna was er daadkracht: als het leven zo eindig was, dan moest er nog van alles gebeuren. Omdat hij niet meer ver vooruit kon kijken, maakte hij iedere dag nuttig. Hij verkocht zijn auto en kocht een kleinere voor zijn vrouw. Hij belde een tuinman en maakte afspraken voor het onderhoud van de tuin. Hij stelde in samenspraak met zijn echtgenote de liturgie samen voor zijn afscheidsdienst. Hij regelde zijn financiën. Hij schreef een brief aan de kinderen waarin hij getuigde van zijn geloof en van zijn liefde voor hen. Met één van zijn kinderen schreef hij zijn levensverhaal. En ondertussen ontving hij bezoek. Hij kende veel mensen. Ze luisterden naar hem en kenden allemaal ook mensen die deze ziekte hadden. Ze vertelden hun verhaal en wensten hem oprecht veel sterkte.

Intenser dan ooit

Op een dag had hij alles geregeld. Hij was klaar met het leven. Maar het leven nog niet met hem. Wat nog te doen, in de tijd die voor hem lag? Hij kon elke dag alleen maar hopen op een redelijke dag, en proberen te genieten van een spelletje doen, bezoek of een uitstapje. Hij ging achteruit, zijn conditie nam af. Hij kwam in een rolstoel terecht, sprak moeizaam. Het kringetje om hem heen werd steeds kleiner. Er kwam ruimte voor diep verdriet. Zijn vrouw, zijn kinderen en kleinkinderen, het huis, de tuin, hoe kon hij alles wat hem dierbaar was achterlaten? Hij voelde zich verslagen. Elke dag besefte hij dat zijn dagen waren geteld. Nog één keer maakte hij het voorjaar mee. Het was mooier dan alle andere jaren. Urenlang zat hij warm aangekleed in zijn rolstoel in de tuin en leefde zonder besef van tijd, intenser dan ooit.

… En het was goed

Met dat zijn klachten toenamen werd zijn verlangen naar het einde sterker. Hij had een rotsvast vertrouwen in een leven na de dood. Dat hij daar werd opgewacht, door Jezus, door God zelf. Dat het goed zou zijn. Toen hij merkte dat zijn krachten afnamen, zochten zijn meest dierbaren hem op om rond zijn bed te zitten. Hij nam fluisterend afscheid. Niet lang daarna blies hij zijn laatste adem uit, en het was goed

Tanja Viveen-Molenaar is geestelijk verzorger bij Vivium Zorggroep, verhalenverteller en redactielid van Open Deur.


Wellicht ook interessant

Auteur zit met gevouwen handen op een bankje, zwart-wit beeld
Auteur zit met gevouwen handen op een bankje, zwart-wit beeld
None

Interview: “Ik wil een eerlijk gesprek over de doodswens”

Mensen die niet meer willen leven, krijgen niet zomaar euthanasie. Er zijn strenge eisen waaraan moet worden voldaan, voordat het eigen leven bewust gestopt kan worden. Maar als een euthanasieverzoek wordt afgewezen, is de wens om te sterven vaak niet verdwenen. Soms kiezen mensen dan voor ‘de autonome dood’, een zelfgeorganiseerd levenseinde. Hoe is dit voor nabestaanden? Krina Huisman deed er onderzoek naar en schreef het boek Nabestaan. Leven na de autonome dood. Redacteur Maartje Amelink ging met haar in gesprek.

Een houtsnede uit 1999 van Willy van der Duyn met als titel Geen droom bakert je in windselen.
Een houtsnede uit 1999 van Willy van der Duyn met als titel Geen droom bakert je in windselen.
Basis

Lazarus voorbij

AI zo lang als er mensen bestaan, gaan ze ook dood. Het zou dus moeten wennen, maar dat is niet zo. En daar zijn wel wat redenen voor: onze herinnering reikt niet tot de eerste mens; voor eenieder is er altijd een eerste betreurde dode in zijn of haar leven. Daarbij is de dood geen optelsom van steeds en altijd hetzelfde. Sterft er iemand, dan nemen we afscheid van een persoon zoals er nooit eerder een geweest is, en ook nooit meer een zal zijn. Vervelend is ook dat de dood zo veel gezichten heeft. Mensen kunnen vreselijk sterven, maar ook heel mooi. Veel te jong, en ja, soms ook te laat. In verzet, maar ook in overgave. Overvallen, maar ook voorbereid. Zinloos, maar ook zinvol.

Nieuwe boeken