Menu

Basis

Oude eiken

Op het moment van schrijven hebben we net februaristorm Eunice achter de rug en in de tuin van mijn onderburen ligt wat ooit de enorme eik uit de tuin hiernaast was. Hij is na behandeling met kettingzagen al bijna verworden tot haardhout en ‘biomassa’, alleen de vogels kunnen dat nog niet helemaal geloven. Die hangen rond in de berg kreupelhout, takjes en twijgen, keurig gescheiden van de dikke moten stam en de stapel dikkere takken. Daardoor heeft het geheel nog iets bomigs, maar het is net als met het lichaam van een overledene: het moet zo snel mogelijk de deur uit.

Zelf ben ik geen bomenknuffelaar. Bomen in de stad beschouw ik als gevaarlijke broedplaatsen waar de natuur zijn troepen tegen de beschaving marsbereid maakt, van teek tot eikenprocessierups, maar ik hoor bij een minderheid, besef ik. Bomen krijgen, zonder dat ze daar moeite voor hoeven te doen, een uitstekende pers. Iets met oud, wijs, jaarringen en CO2. Terwijl het gewoon een uit zijn krachten gegroeide plant is.

Al diep in de prehistorie werden sommige bomen, vaak eiken en lindes, heilig verklaard en werden ze geschikt bevonden als offerplaats en plaats van samenkomst waar trouwens ook recht gesproken werd. Het dunne vernisje van tweeduizend jaar christendom heeft blijkbaar weinig veranderd aan onze bomenverering.

Bonifatius heeft het nog wel even geprobeerd, door de bijl aan de wortels van zo’n heilige eik te slaan, maar daarna heeft de kerk zijn verzet opgegeven en de boom omarmd onder het motto ‘better in pissing out than out pissing in’.

Wat is dan toch die magie van bomen? Tuurlijk, het is fijn dat ze als levende wezens hun brutale smoel houden en ook niet druk lopen te bewegen. Maar ik vermoed dat het, als het gaat om zo’n enorme eik, vooral eerbied voor zijn ouderdom is. Een levend wezen dat er mogelijk al was voor onze geboorte en dat ons overleeft. Een hint van eeuwigheid waar we wel ontzag voor hebben. Dat geldt natuurlijk niet voor biomassaplantages, maar zo’n dikke oude eik, daar kunnen we ons heel wat bij voorstellen, tot en met een ‘boom die alles zag’ aan toe.

Voor wie daar niet in wil blijven hangen, is het dus een hele opluchting om zo’n ouwe woudreus te zien sneuvelen: zij gaan ook een keer dood. Die boom die nu verzaagd en wel in de tuin ligt, heeft zo’n tachtig jaarringen. Zeg nou zelf, wat ís dat nou helemaal op de eeuwigheid.

Willem van Reijendam is schrijver en freelance uitvaartbegeleider.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken